In de Nederlandse discussie over de European Business Wallet (EBW) gaat vrijwel alle aandacht naar de EU Digital Identity Wallet en digitale identiteit. Minstens zoveel gewicht gaat echter uitgaan naar de laag die digitale communicatie tussen bedrijven en overheden rechtsgeldig maakt: QERDS — Qualified Electronic Registered Delivery Service.

Voor het Peppol-netwerk roept dat een vraag op die tot nu toe nauwelijks is gesteld. Peppol vervoert al jaren rechtsgeldige berichten tussen bedrijven en overheden. QERDS introduceert een formeel, in de eIDAS-verordening verankerd alternatief voor diezelfde functie. Wat is het verschil, waar overlappen ze, en wat zou OpenPeppol daarmee moeten doen?

Wat QERDS precies is

QERDS is geen nieuw begrip: het staat al sinds 2014 in de eIDAS-verordening (Verordening (EU) nr. 910/2014), en is in 2024 aangescherpt door de eIDAS 2.0-wijziging (Verordening (EU) 2024/1183). Artikel 43 van de verordening kent aan gegevens die via een gekwalificeerde elektronische aangetekende bezorgdienst worden verzonden en ontvangen een wettelijk vermoeden toe: van integriteit van de gegevens, en van verzending en ontvangst door de geïdentificeerde afzender en geadresseerde. Artikel 44 stelt de aanvullende eisen waaraan een dienst moet voldoen om die kwalificatie te verdienen, waaronder verplichte identificatie van beide partijen en levering door een gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener (QTSP) die op de nationale vertrouwenslijst (Trusted List) staat.

Belangrijk detail: een niet-gekwalificeerde bezorgdienst (ERDS) is daarmee niet automatisch waardeloos als bewijs. Artikel 43, lid 1 bepaalt expliciet dat een bezorgdienst zijn rechtsgevolg of toelaatbaarheid als bewijs niet mag worden ontzegd enkel omdat deze niet gekwalificeerd is. Het verschil zit in de bewijslast: bij QERDS geldt het wettelijk vermoeden automatisch; bij een gewone ERDS moet de bewijskracht per geval worden aangetoond. eIDAS 2.0 voegt daar een interoperabiliteitsverplichting aan toe: QERDS-aanbieders moeten onderling gestandaardiseerde protocollen en bewijsformaten hanteren volgens de ETSI-normen EN 319 522 en EN 319 523, zodat een QERDS-bericht van de ene aanbieder ook door een andere aanbieder als zodanig wordt herkend.

QERDS als kernfunctie van de European Business Wallet

Op 19 november 2025 publiceerde de Europese Commissie het formele wetgevingsvoorstel COM(2025) 838 voor een verordening tot instelling van European Business Wallets. Het voorstel benoemt drie kernfuncties: veilige identificatie, elektronisch ondertekenen en verzegelen, en het verzenden en ontvangen van data via een gekwalificeerde elektronische aangetekende bezorgdienst. QERDS is dus niet een terzijde in het voorstel, maar één van de drie pijlers waarop de hele Wallet rust.

De Commissie kiest er daarbij bewust voor om QERDS-diensten door marktpartijen te laten leveren, niet door een centrale overheidsoplossing. Dat maakt interoperabiliteit, governance en toezicht op die marktpartijen een thema waarover lidstaten nog stelling moeten nemen. Het wetgevingsproces is inmiddels flink gevorderd: op 9 juni 2026 nam de Raad van de Europese Unie een algemene oriëntatie aan, de ITRE-rapporteur in het Europees Parlement (Eero Heinäluoma) publiceerde op 20 maart 2026 zijn conceptverslag, en een politiek akkoord wordt voor eind 2026 verwacht, met formele vaststelling in de eerste helft van 2027. Zodra de verordening in werking treedt, krijgen overheden 24 maanden om de kernfuncties te kunnen accepteren. Voor bedrijven blijft gebruik van de EBW vrijwillig; de acceptatieplicht in het voorstel richt zich uitsluitend tot overheidsinstanties.

De vraag die nog niet gesteld is: hoe verhoudt Peppol-transport zich tot QERDS?

Het Peppol-netwerk lost met het AS4-profiel al een vergelijkbaar probleem op: berichten worden ondertekend, versleuteld en voorzien van kwitanties die non-repudiatie tussen Access Points garanderen. Dat vertrouwen is echter overwegend institutioneel en contractueel opgebouwd — via de Peppol Interoperability Framework, verplichte overeenkomsten tussen Access Points en Peppol Authorities en conformiteitstests via de OpenPeppol Testbed, eventueel aangevuld met periodieke audits of certificering zoals ISO 27001 (afhankelijk van de eisen van de betreffende Peppol Authority) — en niet via een formeel als “gekwalificeerd” aangemerkte eIDAS-vertrouwensdienst. Een Peppol-bericht heeft in de praktijk een sterke bewijspositie, maar geniet niet automatisch het wettelijk vermoeden dat artikel 43 aan QERDS toekent. Bij een factuur, verstuurd binnen een verplicht kader zoals ViDA, is dat verschil doorgaans van beperkt praktisch belang. Bij documenttypen die de Commissie in het EBW-voorstel expliciet aan QERDS koppelt — mandaten en volmachten, vergunningen en certificaten, compliance-documenten, contractuele verklaringen — ligt dat anders: precies de documenten waarbij een geschil het meest waarschijnlijk is, zijn de documenten waarvoor de wetgever nu een apart, zwaarder bewijsregime optuigt.

Dat creëert een reëel risico op twee naast elkaar bestaande Europese vertrouwensinfrastructuren: Peppol voor facturen en aanbestedingsgerelateerde documentstromen, en QERDS/EBW voor mandaten, vergunningen en compliance-verkeer. Beide netwerken zullen in de praktijk door dezelfde organisaties gebruikt worden, vaak voor documentstromen die inhoudelijk met elkaar samenhangen — denk aan een volmacht die nodig is om namens een bedrijf een factuur te autoriseren, of een vergunning die als bijlage bij een aanbesteding via Peppol wordt uitgewisseld. Zonder afstemming ontstaat dubbele infrastructuur, dubbele governance en dubbele integratiekosten voor exact dezelfde eindgebruikers.

Dit is een andere vraag dan de identiteits- en adresseringsproblematiek die in een eerder Peppol.nu-artikel over de architecturale relatie tussen de EBW en e-facturatie is behandeld. Die analyse gaat over wie de ontvanger is en waar een bericht naartoe moet worden gerouteerd. QERDS gaat over iets anders: welk juridisch bewijsregime geldt er zodra het bericht onderweg is. Het is de laag ná adressering, vóór archivering — en die laag is nog vrijwel onbesproken vanuit Peppol-perspectief.

Nederland loopt al vooruit: RDI start gesprek met Peppol-serviceproviders

Deze vraag is inmiddels niet meer alleen theoretisch. Op 3 juni 2026 maakte de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) — de Nederlandse toezichthouder op eIDAS en de Cyberbeveiligingswet, de Nederlandse implementatie van de NIS2-richtlijn — bekend dat zij, na eigen onderzoek, aanbieders van eDelivery-diensten aanmerkt als vertrouwensdienstverleners. Dat betekent dat deze aanbieders onder eIDAS vallen én onder de Cyberbeveiligingswet, met verplichtingen op het gebied van risicomanagement, zorgplicht en meldplicht bij ernstige incidenten.

Veelzeggend is waarmee de RDI begint: de toezichthouder gaat in 2026 als eerste in gesprek met Peppol-serviceproviders om te verkennen wat deze wetgeving in de praktijk voor hen betekent. De RDI omschrijft eDelivery zelf treffend als “digitale aangetekende post”: berichten die beveiligd worden verstuurd met bewijs van aankomst — exact de kwalificatie waar dit artikel QERDS mee vergelijkt.

Belangrijk om te onderscheiden: “vertrouwensdienstverlener” onder eIDAS is een bredere, niet per se gekwalificeerde categorie dan de QTSP-status die nodig is om QERDS te mogen leveren, met lichtere eisen dan artikel 44 stelt. Maar het is wel de trede waarlangs toezicht het netwerk binnenkomt. Voor Peppol-serviceproviders in Nederland betekent dit dat de vraag “wat is de juridische status van een Peppol-bericht?” niet langer een kwestie is die op de lange baan kan worden geschoven: de toezichthouder stelt die vraag dit jaar al, in de praktijk, aan individuele partijen — en doet dat zonder dat er vanuit het netwerk een gezamenlijk antwoord klaarligt.

Adviezen voor OpenPeppol

  1. Bepaal en publiceer op korte termijn een formeel standpunt over de bewijspositie van Peppol AS4-transport ten opzichte van QERDS. Dit is met de aangekondigde RDI-gesprekken geen vraag meer voor de lange termijn: zonder gezamenlijk standpunt gaat elke Nederlandse Peppol Serviceprovider dit najaar los het gesprek met de toezichthouder aan, met het risico op uiteenlopende interpretaties van dezelfde vraag binnen hetzelfde netwerk. Een heldere, gezaghebbende duiding — bij voorkeur samen met de nationale Peppol Authorities afgestemd — voorkomt dat elke organisatie deze vraag afzonderlijk beantwoordt.
  2. Sluit actief aan bij de RDI-gesprekken via de Nederlandse Peppolautoriteit, en behandel de uitkomst als template voor andere lidstaten. Nederland is met de RDI het eerste land waar een nationale toezichthouder eDelivery-aanbieders concreet als vertrouwensdienstverleners aanmerkt en daarover het gesprek met Peppol-serviceproviders aangaat, maar eIDAS en de onderliggende NIS2-richtlijn gelden EU-breed. Andere nationale toezichthouders — op eIDAS en op hun eigen NIS2-transpositie — komen vrijwel zeker tot dezelfde conclusie. Door de Nederlandse Peppolautoriteit (NPa) nu te ondersteunen bij het gesprek met de RDI en de uitkomst gestructureerd vast te leggen, voorkomt OpenPeppol dat elke Peppol Authority dit traject afzonderlijk en zonder onderlinge afstemming moet doorlopen zodra hun eigen toezichthouder dezelfde vraag stelt.
  3. Onderzoek een optionele QERDS-brug voor documenttypen die dat rechtvaardigen. Niet elk bericht over het Peppol-netwerk heeft QERDS-niveau nodig — een reguliere factuur onder EN 16931 vermoedelijk niet, een volmacht of vergunning mogelijk wel. Een samenwerkingsmodel waarbij Access Points, in samenwerking met QTSP’s, optioneel een QERDS-conform bezorgbewijs kunnen toevoegen aan specifieke berichttypen, voorkomt dat gebruikers voor die documenten een compleet ander netwerk moeten aanspreken.
  4. Volg de ETSI-interoperabiliteitsnormen EN 319 522 en EN 319 523 actief en toets waar het Peppol eDelivery/AS4-profiel technisch kan aansluiten. Als beide werelden onafhankelijk van elkaar evolueren, wordt aansluiting achteraf aanzienlijk duurder dan wanneer nu al gezamenlijke technische aanknopingspunten worden geïdentificeerd.
  5. Gebruik de voorzittersrol in de WE BUILD-werkgroep constructief en neutraal, niet uitsluitend ter verdediging van het eigen netwerk. OpenPeppol levert al de voorzitter van de use case eInvoicing (SC5) binnen het WE BUILD Consortium, het Large Scale Pilot-initiatief van de Europese Commissie voor de EUDI Wallet en de EBW. Daarmee zit OpenPeppol al aan tafel; de vraag is niet of, maar hóe die positie wordt ingezet. De invalshoek zou niet primair moeten zijn wat de EBW voor Peppol betekent, maar hoe e-facturatie als fenomeen goed kan functioneren binnen een werkwijze met de EBW — en hoe een interoperabel netwerk als Peppol daarvan kan leren én daaraan kan bijdragen. Die neutrale insteek levert op termijn meer op dan een positie die louter de belangen van het bestaande netwerk verdedigt.
  6. Benut de lopende SML-insourcing om de governance-implicaties van QERDS voor mandaten en volmachten nu al mee te nemen. Dit is geen hypothetische toekomstoefening: OpenPeppol is in 2026 zelf bezig de Service Metadata Locator — de DNS-gebaseerde dynamische discovery-infrastructuur van Peppol — over te nemen van de Europese Commissie, met migratiedeadlines voor SMP-registraties en Access Point-lookup in respectievelijk mei en augustus 2026. Digitaal aantoonbare autorisatie via de EBW raakt direct aan hoe diezelfde SMP-registraties en Access Point-toegang worden beheerd. Nu deze infrastructuur toch al opnieuw wordt ingericht, is dit het moment om ontwerpkeuzes die toekomstige EBW-attributen kunnen faciliteren direct mee te nemen, in plaats van dit later als aparte migratie te moeten doen.
  7. Houd rekening met de vestigingseis voor QERDS-aanbieders uit het conceptverslag van rapporteur Heinäluoma. Zijn voorstel dat aanbieders van QERDS, wallets en clouddiensten in de EU gevestigd moeten zijn en vrij van zeggenschap door derde landen, is relevant bij de beoordeling van niet-EU Access Point-providers die in de toekomst QERDS-achtige diensten zouden willen aanbieden binnen het Peppol-ecosysteem.

Zolang de verordening niet is vastgesteld, is er geen directe actie vereist. Maar het wetgevingsvenster staat open: de technische en juridische keuzes die nu in Raad en Parlement worden gemaakt, bepalen of Peppol en QERDS straks naast elkaar functioneren als los zand, of als op elkaar afgestemde lagen van dezelfde Europese vertrouwensinfrastructuur.

Vergelijk gecertificeerde Peppol Serviceproviders op Peppol.nu

Bronnen

  1. Europese Commissie, Voorstel voor een verordening tot instelling van European Business Wallets, COM(2025) 838 final, 19 november 2025
  2. Europese Commissie, persbericht “Simpler EU digital rules and new digital wallets to save billions for businesses and boost innovation”, IP/25/2718
  3. Europese Commissie, “European Business Wallets”, Shaping Europe’s digital future
  4. Geconsolideerde tekst Verordening (EU) nr. 910/2014 (eIDAS), zoals gewijzigd door Verordening (EU) 2024/1183 — EUR-Lex, artikelen 43 en 44
  5. ENISA, “Security guidelines on the appropriate use of qualified electronic registered delivery services”
  6. Raad van de Europese Unie, persbericht “European business wallets: Council adopts negotiating position”, 9 juni 2026
  7. Europees Parlement, Legislative Observatory, procedure 2025/0358(COD)
  8. OpenPeppol, Peppol AS4 Profile
  9. OpenPeppol, Peppol Interoperability Framework
  10. Peppol.nu, “European Business Wallet e-facturatie: de architecturale oplossing” (achtergrond over identiteit en adressering; dit artikel behandelt een ander deel van de stapel: de bewijs- en transportlaag)
  11. Peppol.nu, “European Business Wallet tijdlijn: van voorstel naar verordening”
  12. WE BUILD Consortium, gebruikscasus SC5 “eInvoicing”
  13. OpenPeppol, “SML Insourcing”
  14. Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI), “Aanbieders van veilige digitale post (eDelivery) vallen onder eIDAS en de Cyberbeveiligingswet”, 3 juni 2026

Brussel, 1 juli 2026 – De Raad van de Europese Unie heeft op 9 juni 2026 zijn algemene oriëntatie vastgesteld over het voorstel voor de Europese Business Wallet. Met deze stap ligt de wetgeving op koers voor een politiek akkoord vóór het einde van 2026, zoals EU-leiders in maart 2026 vroegen. De Europese Business Wallet Raad positie vormt de basis waarmee de Raad de onderhandelingen met het Europees Parlement ingaat.

Wat de Raad heeft besloten

De Europese Business Wallet bouwt voort op het eIDAS 2.0-kader en moet bedrijven een geharmoniseerd digitaal instrument geven om zich grensoverschrijdend te identificeren, documenten te ondertekenen en gegevens uit te wisselen met publieke en private partijen. Bedrijven kunnen straks hun identiteit digitaal bewijzen, vertrouwde documenten zoals vergunningen en certificaten direct aanmaken en delen, documenten elektronisch ondertekenen en verzegelen, bevoegdheden delegeren aan vertegenwoordigers en veilig communiceren met andere bedrijven of overheden.

Nicodemos Damianou, vicepremier voor Onderzoek, Innovatie en Digitaal Beleid van Cyprus, dat momenteel het voorzitterschap van de Raad bekleedt, noemde het akkoord een belangrijke stap richting de ‘One Europe, One Market’-routekaart van de EU. Volgens Damianou moeten bedrijven straks even soepel over de grens kunnen opereren als binnen hun eigen lidstaat.

Aanscherpingen ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel

De Raad heeft op een aantal punten het initiële Commissievoorstel bijgesteld. Europese Business Wallets moeten bestaande nationale B2B- en B2G-systemen aanvullen in plaats van vervangen, wat lidstaten meer ruimte geeft om eigen infrastructuur te behouden. Digitale handelingen via een wallet krijgen weliswaar dezelfde juridische status als papieren processen, maar nationale procedurele eisen blijven onverkort van toepassing. Ook is vastgelegd dat de nieuwe autorisatieregels geen invloed hebben op bestaande volmachten en mandaten onder nationaal of Europees recht.

Op het gebied van cybersecurity is de lat hoger gelegd voor aanbieders van Europese Business Wallets. Nationale toezichthouders krijgen tot 60 dagen, in plaats van de aanvankelijk voorgestelde 30 dagen, om autorisatieaanvragen van aanbieders te beoordelen. De Commissie moet bovendien uitvoeringshandelingen vaststellen die precies bepalen welke documentatie aspirant-aanbieders moeten indienen, en bij structurele non-compliance krijgt de nationale toezichthouder een sterkere rol.

Toezicht en een nieuwe Europese digitale directory

Naast de aanscherpingen op cybersecurity legt de Raadspositie ook vast dat de Europese Commissie een Europese Digitale Directory opzet, beheert en onderhoudt: een webapplicatie met zowel een machineleesbare interface voor systeem-tot-systeemcommunicatie als een webportaal voor geverifieerde en geautoriseerde gebruikers. De Commissie houdt ook toezicht op EU-instellingen die zelf als walletaanbieder optreden. Binnen drie jaar na inwerkingtreding van de verordening moet de Commissie bovendien beoordelen of de reikwijdte moet worden aangepast, en of het gebruik van de Europese Business Wallet op termijn verplicht zou moeten worden voor economische actoren.

Wat betekent dit voor Nederlandse bedrijven?

Voor Nederlandse ondernemers verandert er op korte termijn niets. De Raadspositie is een onderhandelingsmandaat, geen definitieve wet. Toch is de richting relevant: zodra de verordening van kracht wordt, krijgen lidstaten 24 maanden om overheidsinstanties te verplichten Europese Business Wallets te accepteren voor kernfunctionaliteiten, met een extra jaar voor complexere toepassingen. Bedrijven zijn niet verplicht de wallet te gebruiken, maar wie nu al met Peppol-gebaseerde e-facturatie werkt, bouwt aan dezelfde digitale infrastructuur waarop de Europese Business Wallet straks kan aansluiten.

De volgende stap is dat het Europees Parlement zijn eigen standpunt afrondt, waarna de formele triloogonderhandelingen tussen Raad, Parlement en Commissie kunnen beginnen. Peppol.nu volgt dit traject en informeert u over de vervolgstappen richting het politieke akkoord dat eind 2026 wordt verwacht.

Overweegt u nu al te investeren in een Peppol-oplossing voor e-facturatie? Gebruik onze vergelijkingstool om een geschikte Peppol Serviceprovider te vinden. Lees ook ons eerdere artikel over de architecturale samenhang tussen de Europese Business Wallet en e-facturatie.

  1. Raad van de EU: European business wallets: Council adopts negotiating position (9 juni 2026)
  2. Raad van de EU: General approach, ST-7659-2026-INIT
  3. EUR-Lex: Voorstel voor een verordening tot vaststelling van Europese Business Wallets, COM(2025) 838
  4. Europese Commissie: European Business Wallets

Brussel, 1 juli 2026 – Nu de Raad van de EU op 9 juni 2026 zijn onderhandelingspositie heeft vastgesteld, verschuift de aandacht naar het Europees Parlement. Zodra het Parlement zijn eigen standpunt afrondt, kunnen de formele Europese Business Wallet trialogen tussen Raad, Parlement en Commissie beginnen, met als doel een politiek akkoord vóór het einde van 2026.

Waar staat het Europees Parlement?

Het dossier is toegewezen aan de Commissie Industrie, Onderzoek en Energie (ITRE), met Eero Heinäluoma (S&D, Finland) als rapporteur. Heinäluoma publiceerde op 20 maart 2026 zijn conceptverslag. In grote lijnen verwelkomt hij het Commissievoorstel en steunt hij het uitgangspunt dat gebruik van de wallet voor bedrijven vrijwillig blijft. Hij stelt wel een aantal aanpassingen voor.

Zo wil de rapporteur de verplichting voor overheidsinstanties om Europese Business Wallets te accepteren, verzachten voor kleine gemeenten met 10.000 inwoners of minder, om onevenredige financiële lasten te voorkomen. Om de digitale soevereiniteit van de EU te versterken, stelt Heinäluoma bovendien voor dat aanbieders van wallets, aanbieders van gekwalificeerde elektronische aangetekende bezorgdiensten (QERDS) en cloudaanbieders in de EU gevestigd moeten zijn en vrij moeten blijven van zeggenschap door derde landen. Ook wil hij vastleggen dat walletgegevens uitsluitend binnen de Unie worden verwerkt en opgeslagen. Parlementsleden hebben inmiddels honderden amendementen op de tekst ingediend.

Verdeelde standpunten tussen lidstaten

Tijdens de Transport, Telecommunicatie en Energie Raad van 5 december 2025 uitten ministers uiteenlopende standpunten over het voorstel. Landen als Italië spraken zich sterk uit vóór het voorstel, terwijl Estland en Polen scepsis toonden en waarschuwden voor duplicatie van bestaande systemen en onnodige kosten. De uiteindelijke Raadspositie van juni 2026 met haar nationale flexibiliteitsmechanismen is mede een antwoord op die zorgen: lidstaten mogen bestaande nationale oplossingen blijven gebruiken, mits interoperabel met de Europese Business Wallet.

Brede maatschappelijke betrokkenheid

Het dossier krijgt ook aandacht van adviesorganen en belangenorganisaties buiten de wetgevende instellingen. Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft inmiddels een advies over het voorstel uitgebracht, en de Raad van de Notariaten van de Europese Unie (CNUE) publiceerde in maart 2026 een eigen positiepaper met aandachtspunten over rechtsgeldigheid en volmachten. Deze brede betrokkenheid onderstreept dat de Europese Business Wallet niet alleen een technisch dossier is, maar ook juridische en maatschappelijke vragen oproept die in de trialoogonderhandelingen moeten worden opgelost.

Wat volgt er in de tweede helft van 2026?

Met zowel een Raadspositie als een aankomend Parlementsstandpunt kan de trialoogfase van start gaan: de onderhandelingen waarin Raad, Parlement en Europese Commissie tot een gezamenlijke, definitieve tekst proberen te komen. De ambitie van EU-leiders, vastgelegd in de conclusies van de Europese Raad van maart 2026, is een politiek akkoord vóór het einde van dit jaar. Wordt dat gehaald, dan volgt formele goedkeuring door beide instellingen, waarna de tweejaarlijkse implementatietermijn voor overheidsinstanties ingaat.

Voor Nederlandse en Europese bedrijven betekent dit dat de contouren van de Europese Business Wallet steeds duidelijker worden, ook al is de definitieve tekst nog niet rond. Peppol.nu blijft de trialoogonderhandelingen volgen en rapporteert zodra er een voorlopig akkoord is. Gezien de omvang van de tekst en het aantal ingediende amendementen is het niet ondenkbaar dat de onderhandelingen tot in 2027 doorlopen, ook al blijft eind 2026 het officiële streefmoment.

Bereidt u zich nu al voor op de Europese Business Wallet en de bijbehorende e-facturatie-eisen? Gebruik onze vergelijkingstool om een Peppol Serviceprovider te vinden. Lees ook ons eerdere artikel over de architecturale samenhang tussen de Europese Business Wallet en e-facturatie.

  1. Europees Parlement: Legislative Train Schedule, European business wallets (bijgewerkt 20 april 2026)
  2. Europees Parlement, Commissie ITRE: Draft report, 2025/0358(COD)
  3. Raad van de EU: European business wallets: Council adopts negotiating position (9 juni 2026)
  4. Europees Parlement, Legislative Observatory: Procedure file 2025/0358(COD)
Met de Raadspositie van 9 juni 2026 binnen, kan het Europees Parlement de trialogen over de Europese Business Wallet openen. Rapporteur Eero Heinäluoma (S&D, Finland) publiceerde in maart al zijn conceptverslag. Zijn voorstellen: een uitzondering voor kleine gemeenten, EU-vestigingseis voor wallet- en clouddienstverleners, en walletgegevens die uitsluitend binnen de Unie worden verwerkt. Lidstaten zijn intussen verdeeld: Italië steunt het voorstel, Estland en Polen waarschuwen voor duplicatie en kosten. De ambitie blijft een politiek akkoord vóór eind 2026. Volg de ontwikkelingen: [link naar nieuwsbericht]

Brussel, 1 juli 2026 – In de onderhandelingspositie die de Raad van de EU op 9 juni 2026 aannam over de Europese Business Wallet, is de cybersecurityparagraaf aanzienlijk aangescherpt. De belangrijkste wijziging: nationale toezichthouders krijgen straks tot 60 dagen, in plaats van de aanvankelijk voorgestelde 30 dagen, om een autorisatieaanvraag van een aspirant-aanbieder te beoordelen. De Europese Business Wallet autorisatie wordt daarmee een grondiger en tegelijk strenger proces dan de Europese Commissie in november 2025 voorstelde.

Waarom de Raad de termijn heeft verruimd

Aanbieders van Europese Business Wallets krijgen een gevoelige rol: zij beheren de digitale identiteit waarmee bedrijven zich grensoverschrijdend identificeren, documenten ondertekenen en gegevens delen. Een te snelle of te oppervlakkige beoordeling van hun autorisatieaanvraag zou de betrouwbaarheid van het hele systeem kunnen ondermijnen. Door de beoordelingstermijn te verlengen naar 60 dagen, krijgen toezichthouders meer ruimte om technische, organisatorische en beveiligingsaspecten van een aanbieder grondig te controleren voordat deze wordt toegelaten.

Naast de langere termijn heeft de Raad ook vastgelegd dat de Europese Commissie uitvoeringshandelingen moet vaststellen die precies specificeren welke documentatie aspirant-aanbieders moeten indienen. Dat moet voorkomen dat lidstaten uiteenlopende bewijslasten hanteren, wat de harmonisatie tussen lidstaten ten goede komt. Bij structurele non-compliance van een aanbieder krijgt de nationale toezichthouder bovendien een sterkere rol om in te grijpen.

Wie wordt de toezichthouder?

Volgens het Commissievoorstel worden de instanties die al zijn aangewezen als toezichthouder onder het bredere eIDAS 2.0-kader voor digitale identiteit, ook verantwoordelijk voor het toezicht op Europese Business Wallets. Zij controleren de naleving, beoordelen meldingen en klachten, verifiëren beëindigingsplannen wanneer een aanbieder stopt met zijn activiteiten, zien erop toe dat aanbieders eventuele tekortkomingen herstellen en informeren bevoegde autoriteiten bij ernstige beveiligingsincidenten. Ook kunnen zij effectieve, proportionele en afschrikwekkende sancties opleggen.

Samenwerking tussen lidstaten

De bestaande Europese digitale identiteitssamenwerkingsgroep, opgericht onder de eIDAS 2.0-verordening, krijgt in de Raadspositie een uitgebreide rol: zij faciliteert ook de implementatie en werking van de Europese Business Wallet. Dat moet voorkomen dat 27 nationale toezichthouders elk hun eigen interpretatie van de autorisatie-eisen ontwikkelen, en zorgt ervoor dat aanbieders die in meerdere lidstaten actief willen zijn, met een consistente set aan eisen te maken krijgen.

Wat betekent dit voor de markt van aanbieders?

Voor partijen die overwegen zich als aanbieder van een Europese Business Wallet te certificeren, betekent de langere autorisatietermijn een grondiger, maar ook voorspelbaarder traject. Aanbieders moeten aantonen dat ze in de EU zijn gevestigd, hun voornaamste bedrijfsactiviteiten en hoofdvestiging in de EU hebben en geen veiligheidsrisico vormen voor de Unie. Zij moeten vertrouwelijkheid, integriteit, authenticiteit, interoperabiliteit en beschikbaarheid van de wallet waarborgen, en werken volgens het principe van security-by-design.

Voor Peppol Serviceproviders die overwegen deze rol op zich te nemen, of die willen begrijpen hoe het bredere toezichtkader zich verhoudt tot bestaande Peppol-certificering, is dit een traject om te volgen. De aanscherping van de cybersecurity-eisen sluit aan bij een bredere Europese trend waarin digitale infrastructuur voor identiteit en facturatie onder strenger toezicht komt te staan. Bestaande certificeringstrajecten binnen het Peppol-netwerk lopen via OpenPeppol en de nationale Peppolautoriteiten, en staan los van de autorisatieprocedure voor Europese Business Wallets. Toch is de kans reëel dat beide kaders elkaar op termijn raken, zeker nu de Europese Business Wallet en Peppol-infrastructuur in projecten zoals WE BUILD al worden samengebracht.

Bent u op zoek naar een betrouwbare Peppol Serviceprovider voor uw e-facturatie? Gebruik onze vergelijkingstool. Lees ook ons eerdere artikel over de architecturale samenhang tussen de Europese Business Wallet en e-facturatie.

  1. Raad van de EU: European business wallets: Council adopts negotiating position (9 juni 2026)
  2. Raad van de EU: General approach, ST-7659-2026-INIT
  3. EUR-Lex: Voorstel voor een verordening tot vaststelling van Europese Business Wallets, COM(2025) 838
  4. Europees Parlement: Legislative Train Schedule, European business wallets
Toezichthouders krijgen straks tot 60 dagen, in plaats van 30, om aanbieders van de Europese Business Wallet te autoriseren. Dat staat in de onderhandelingspositie die de Raad van de EU op 9 juni 2026 aannam. De langere termijn moet toezichthouders meer ruimte geven om technische en beveiligingsaspecten grondig te controleren voordat een aanbieder wordt toegelaten. Ook moet de Europese Commissie straks preciezer vastleggen welke documentatie aspirant-aanbieders moeten indienen. Een strenger, maar voorspelbaarder traject voor iedereen die overweegt zich als aanbieder te certificeren. Meer details: [link naar nieuwsbericht]

Brussel, 1 juli 2026 – Binnen het WE BUILD-consortium, een van de door de Europese Commissie geselecteerde grootschalige pilots voor de EU Digital Identity Wallet, is e-facturatie een van de dertien testcases die de komende periode in de praktijk worden uitgewerkt. De Europese Business Wallet Peppol-koppeling krijgt daarmee voor het eerst een concrete testomgeving, wat relevant is voor iedere Peppol Serviceprovider die met vooruitziende blik naar de komende jaren kijkt.

Wat is het WE BUILD-consortium?

WE BUILD, voluit Wallet Ecosystem for Business and payments Use cases on Identification, Legal representation and Data sharing, werd op 3 september 2025 officieel gelanceerd tijdens een algemene vergadering in Amsterdam. Meer dan 180 organisaties uit 26 landen doen mee, gecoördineerd door de Kamer van Koophandel, het Nederlandse ministerie van Economische Zaken en het Zweedse Bolagsverket. Het consortium ontwikkelt dertien testcases, verdeeld over de domeinen Business, Supply Chain en Payments, om de EU Digital Identity Wallet en de Europese Business Wallet in de praktijk te beproeven.

E-facturatie valt onder het domein Supply Chain en is gedefinieerd als de gestructureerde, machineleesbare uitwisseling van factuurgegevens tussen leveranciers en afnemers, zoals vastgelegd in Europese wetgeving. Volgens WE BUILD moeten de EU Digital Identity Wallet en de Europese Business Wallet e-facturatie praktisch schaalbaar maken door een consistent, veilig en verifieerbaar vertrouwenskader te bieden voor identiteit, authenticatie en autorisatie in de facturatieketen.

Waarom dit relevant is voor Peppol Serviceproviders

Vandaag verloopt identiteitsverificatie binnen e-facturatie nog grotendeels via handmatige controles en losstaande platforms. Authenticatie- en autorisatiemechanismen zijn niet volledig gestandaardiseerd en grensoverschrijdende interoperabiliteit blijft beperkt. Een Europese Business Wallet met een geverifieerd attribuut, bijvoorbeeld een gevalideerd Peppol-participant-ID, zou een Peppol Serviceprovider in staat kunnen stellen om een SMP-lookup te starten op basis van geverifieerde in plaats van handmatig ingevoerde identificatiegegevens. Dat zou fraudegevoelige stappen in de facturatieketen verminderen en de betrouwbaarheid van grensoverschrijdende Peppol-transacties vergroten.

Hoe deze koppeling precies wordt vormgegeven, moet nog blijken uit de verdere uitwerking binnen WE BUILD. Het Peppol Conference in Brussel, gehouden op 16 en 17 juni 2026, was een concreet moment waarop deze integratie tussen wallet-technologie en Peppol-routering op de agenda stond. Peppol.nu volgt deze ontwikkeling en zal rapporteren zodra er concrete technische afspraken zijn.

Onderdeel van een breder programma

E-facturatie is een van de dertien testcases die WE BUILD ontwikkelt, verspreid over de drie domeinen. In het domein Business gaat het onder meer om het opzetten van een bedrijfsfiliaal over de grens, het digitaal aantonen van bevoegdheid om namens een bedrijf te handelen, en toegang tot het Once-Only Technical System (OOTS) voor het uitwisselen van officiële documenten tussen overheden. In het domein Payments werkt het consortium aan zakelijk betalingsverkeer en klantonboarding bij banken. Deze samenhang is relevant: een Europese Business Wallet die eenmaal is geverifieerd voor bedrijfsregistratie of bankonboarding, kan in potentie hetzelfde vertrouwde identiteitsattribuut hergebruiken bij het opzetten van een Peppol-verbinding, in plaats van dat elk proces een eigen, losstaande verificatie vereist.

Wat betekent dit voor uw organisatie?

Voor bedrijven die nu al Peppol-gebaseerde e-facturatie gebruiken, verandert er op korte termijn niets aan de dagelijkse praktijk. De testcase binnen WE BUILD is een verkenning, geen verplichting. Toch is het een signaal: de Europese Business Wallet en Peppol-infrastructuur groeien naar elkaar toe, en organisaties die nu al investeren in een volwassen Peppol-implementatie, bouwen aan een fundament dat aansluit op deze bredere Europese richting.

Wilt u weten welke Peppol Serviceprovider het best aansluit bij uw organisatie? Gebruik onze vergelijkingstool. Lees ook ons eerdere artikel over de architecturale samenhang tussen de Europese Business Wallet en e-facturatie.

  1. WE BUILD Consortium: eInvoicing, Use Case SC5, Supply Chain
  2. WE BUILD Consortium: officially launched at General Assembly in Amsterdam (3 september 2025)
  3. Europese Commissie: EU Digital Identity Wallet Pilot implementation
  4. WE BUILD Consortium: EUDI & EU Business Wallet Use Cases
E-facturatie is een van de dertien testcases binnen WE BUILD, het consortium dat de EU Digital Identity Wallet en de Europese Business Wallet in de praktijk beproeft. Het idee: een geverifieerd Peppol-participant-ID in de wallet zou een Peppol Serviceprovider in staat kunnen stellen een SMP-lookup te starten op basis van geverifieerde in plaats van handmatig ingevoerde gegevens. Dat kan fraudegevoelige stappen in de facturatieketen verminderen. Nog geen verplichting, wel een signaal dat Peppol-infrastructuur en de Europese Business Wallet naar elkaar toe groeien. Meer over deze ontwikkeling: [link naar nieuwsbericht]

European Business Wallet tijdlijn: van voorstel naar verordening

De European Business Wallet tijdlijn is sinds juni 2026 een stuk concreter geworden. Op 9 juni 2026 bereikte de Raad van de Europese Unie een algemene oriëntatie over het voorstel voor een verordening tot instelling van Europese bedrijfsportemonnees, een belangrijke stap op weg naar een politiek akkoord met het Europees Parlement vóór het einde van 2026. Voor ondernemingen die grensoverschrijdend actief zijn binnen de EU, waaronder gebruikers van Peppol e-facturatie, is het zinvol deze European Business Wallet tijdlijn te volgen: de verordening raakt rechtstreeks aan digitale identiteit, documentuitwisseling en mogelijk ook aan e-facturatie-adressering.

Van Competitiveness Compass naar wetsvoorstel

De European Business Wallet (EBW) vindt haar oorsprong in de Competitiveness Compass die de Europese Commissie in januari 2025 presenteerde. Daarin kondigde de Commissie aan een voorstel te ontwikkelen dat voortbouwt op het Europese kader voor digitale identiteit (eIDAS 2.0). Tussen 15 mei en 12 juni 2025 hield de Commissie een publieke consultatie. Respondenten verwelkomden het idee van een bedrijfsportemonnee in grote meerderheid en vroegen om een technologieneutrale, flexibele en toekomstbestendige oplossing.

Op 19 november 2025 publiceerde de Europese Commissie het formele wetgevingsvoorstel: de verordening tot instelling van European Business Wallets (COM(2025) 838, procedure 2025/0358(COD)). Het voorstel maakt deel uit van een breder digitaal pakket dat administratieve en compliancelasten voor bedrijven moet verminderen. Kernfuncties van de EBW omvatten veilige identificatie, elektronisch ondertekenen en verzegelen van documenten, en het verzenden en ontvangen van data via een gekwalificeerde elektronische aangetekende bezorgdienst. Handelingen via de portemonnee krijgen dezelfde rechtsgeldigheid als handelingen die in persoon of op papier worden verricht.

Het standpunt van de Raad van de Europese Unie

Op de Transport-, Telecommunicatie- en Energieraad van 5 december 2025 bespraken de lidstaten het voorstel voor het eerst in Raadsverband. De meningen liepen uiteen: Italië sprak nadrukkelijke steun uit, terwijl Estland en Polen kritischer waren en waarschuwden voor duplicatie met bestaande nationale systemen en onnodige kosten.

Op 9 juni 2026 nam de Raad alsnog een algemene oriëntatie aan. Nicodemos Damianou, Cypriotisch viceminister voor Onderzoek, Innovatie en Digitaal Beleid, noemde de overeenstemming een belangrijke stap die de EU op koers zet om vóór eind 2026 een politiek akkoord te bereiken, in lijn met de conclusies van de Europese Raad van maart 2026 en de “One Europe, One Market”-routekaart. Het Raadsstandpunt bevat enkele aanscherpingen ten opzichte van het oorspronkelijke Commissievoorstel: de EBW moet complementair zijn aan bestaande nationale B2B- en B2G-systemen in plaats van deze te vervangen, nationale procedurele vereisten blijven naast de portemonnee van toepassing, bestaande volmachten en wettelijke mandaten blijven ongewijzigd, en aanbieders van een European Business Wallet krijgen te maken met een hogere cybersecuritydrempel en strengere betrokkenheid van de nationale toezichthouder bij stelselmatige non-conformiteit. Ook kregen toezichthouders meer tijd om aanvragen van aspirant-aanbieders te beoordelen: zestig dagen in plaats van de aanvankelijk voorgestelde dertig.

Het standpunt van het Europees Parlement

In het Europees Parlement is het dossier toegewezen aan de commissie Industrie, Onderzoek en Energie (ITRE). Rapporteur is Eero Heinäluoma (S&D, Finland), die op 20 maart 2026 zijn conceptverslag publiceerde. Heinäluoma verwelkomt het Commissievoorstel in grote lijnen en steunt het uitgangspunt dat gebruik van de EBW voor ondernemingen vrijwillig blijft. Hij stelt wel een aanpassing voor van de acceptatieplicht voor overheden: gemeenten met tienduizend inwoners of minder zouden moeten worden uitgezonderd, om disproportionele financiële lasten te voorkomen. Om de digitale soevereiniteit van de EU te versterken, bepleit de rapporteur bovendien dat aanbieders van wallets, van gekwalificeerde elektronische aangetekende bezorgdiensten en van clouddiensten in de EU gevestigd zijn en vrij blijven van zeggenschap door derde landen, en dat walletgegevens uitsluitend binnen de Unie worden verwerkt en opgeslagen. Parlementsleden hebben inmiddels honderden amendementen op de tekst ingediend, en ook het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft een advies uitgebracht.

De European Business Wallet tijdlijn: wat er nog moet gebeuren

Voordat de triloogonderhandelingen tussen Raad, Parlement en Commissie kunnen starten, moet het Parlement eerst zijn eigen onderhandelingspositie vaststellen op basis van het conceptverslag en de ingediende amendementen. Een politiek akkoord wordt, conform de ambitie van de Europese Raad, verwacht vóór het einde van 2026. Formele vaststelling en publicatie in het Publicatieblad van de EU volgen naar verwachting in de eerste helft van 2027. Vanaf de inwerkingtreding krijgen overheden 24 maanden de tijd om de kernfuncties van de European Business Wallet te kunnen accepteren. Binnen drie jaar na inwerkingtreding evalueert de Commissie de verordening en beoordeelt zij of de reikwijdte moet worden aangepast of het gebruik alsnog verplicht moet worden gesteld.

Tijdlijn samengevat

  • Januari 2025: aankondiging in de Competitiveness Compass van de Europese Commissie
  • Mei-juni 2025: publieke consultatie over de bedrijfsportemonnee
  • 19 november 2025: publicatie van het wetgevingsvoorstel door de Commissie
  • 5 december 2025: eerste bespreking in de Transport-, Telecommunicatie- en Energieraad
  • 20 maart 2026: conceptverslag van rapporteur Eero Heinäluoma (ITRE)
  • 9 juni 2026: algemene oriëntatie van de Raad van de Europese Unie
  • Verwacht eind 2026: politiek akkoord tussen Raad en Parlement
  • Verwacht begin 2027: formele vaststelling en publicatie van de verordening
  • 24 maanden na inwerkingtreding: overheden moeten kernfuncties van de EBW kunnen accepteren

Wat dit betekent voor uw onderneming

Zolang de verordening niet is vastgesteld, blijft deelname aan de European Business Wallet voor bedrijven vrijwillig en zijn er geen directe verplichtingen. Toch is het raadzaam de ontwikkelingen te blijven volgen, zeker voor ondernemingen die al met Peppol Serviceproviders werken: de EBW is bedoeld als identiteits- en adresseringslaag die kan samenwerken met bestaande netwerken zoals Peppol, niet als vervanging daarvan. Een uitgebreide analyse van hoe de European Business Wallet zich verhoudt tot e-facturatie en het Peppol-netwerk leest u in het artikel European Business Wallet e-facturatie: de architecturale oplossing.

Wilt u nu al de juiste basis leggen voor grensoverschrijdende e-facturatie, vooruitlopend op de European Business Wallet tijdlijn? Vergelijk gecertificeerde Peppol Serviceproviders op Peppol.nu en kies een oplossing die meegroeit met de Europese regelgeving.

Bronnen

  1. Raad van de Europese Unie, persbericht “European business wallets: Council adopts negotiating position”, 9 juni 2026
  2. Europese Commissie, “European Business Wallets”, Shaping Europe’s digital future
  3. Europees Parlement, Legislative Train Schedule: “European business wallets”
  4. Voorstel voor een verordening tot instelling van European Business Wallets, COM(2025) 838
  5. Europees Parlement, Legislative Observatory, procedure 2025/0358(COD)
  6. WE BUILD Consortium

European Business Wallet mkb: wat verandert er administratief

Voor mkb-bedrijven die binnen de EU actief zijn, kan de European Business Wallet mkb-administratie ingrijpend vereenvoudigen. Kleine en middelgrote ondernemingen vormen 99 procent van alle bedrijven in de Europese Unie, en juist zij ondervinden de meeste hinder van versnipperde nationale procedures bij grensoverschrijdende activiteiten. De Europese Commissie verwacht dat de European Business Wallet mkb-bedrijven structureel minder gedoe oplevert bij onboarding, aanbestedingen en vergunningaanvragen.

Wat de European Business Wallet mkb-bedrijven concreet biedt

Met een European Business Wallet kunnen ondernemingen digitaal hun eigen identiteit bewijzen en die van andere partijen direct verifiëren. De portemonnee maakt het mogelijk om vertrouwde documenten zoals vergunningen, licenties en certificaten direct aan te maken, op te slaan en te delen. Documenten kunnen elektronisch worden ondertekend, voorzien van een tijdstempel of verzegeld. Bedrijven kunnen bovendien anderen machtigen om namens hen juridisch bindend op te treden, en veilig communiceren met andere ondernemingen of overheden via één digitaal kanaal.

Minder papierwerk bij onboarding, aanbestedingen en vergunningen

Volgens de Europese Commissie zorgt één digitale identiteit met één communicatiekanaal richting overheden ervoor dat bedrijven die overal in de EU actief zijn, tot 26 keer minder gedoe ervaren dan vandaag het geval is. Handelingen die nu nog op papier of in persoon moeten gebeuren, krijgen via de portemonnee dezelfde rechtsgeldigheid in digitale vorm. Dat raakt processen die voor mkb-bedrijven bijzonder tijdrovend zijn: het onboarden van nieuwe klanten en leveranciers, het doorlopen van aanbestedingsprocedures, vergunningaanvragen en compliancecontroles zoals anti-witwasprocedures (AML). Omdat alle benodigde gegevens digitaal en grensoverschrijdend beschikbaar zijn, vervalt voor veel van deze processen de noodzaak om fysiek aanwezig te zijn of telkens opnieuw documenten op te sturen.

Wat de cijfers zeggen over de besparingen

De Europese Commissie schat dat de vereenvoudigingsmaatregelen rond de European Business Wallet tot 2029 in totaal 5 miljard euro aan administratieve kosten kunnen besparen. Voor het Europese bedrijfsleven als geheel zou de portemonnee jaarlijks ten minste 160 miljard euro aan besparingen kunnen vrijmaken. Omdat mkb-bedrijven verreweg de grootste groep ondernemingen in de EU vormen, komt een substantieel deel van die besparing terecht bij precies de bedrijven die het minst budget hebben voor juridische en administratieve afhandeling.

Vrijwillig voor bedrijven, verplicht voor overheden

Een belangrijk uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat het gebruik van de European Business Wallet voor ondernemingen vrijwillig blijft. De verplichting in de verordening richt zich uitsluitend tot overheidsinstanties: zij moeten de kernfuncties van de portemonnee kunnen accepteren. Voor mkb-bedrijven betekent dit dat zij zelf kunnen bepalen wanneer en in welke mate zij de European Business Wallet inzetten, zonder dat dit op korte termijn een verplichting wordt. Tegelijk geldt dat hoe meer overheden en grotere handelspartners de portemonnee accepteren, hoe groter het praktische voordeel wordt voor bedrijven die er gebruik van maken.

Praktische gids: wat mkb-bedrijven nu al kunnen doen

  • Volg de regelgeving: houd de ontwikkeling van de verordening en de verwachte implementatietermijnen in de gaten, zodat u niet wordt verrast door verplichtingen vanuit overheden waarmee u zaken doet.
  • Breng processen in kaart: welke onderdelen van uw onderneming vergen nu nog veel papierwerk of herhaalde identiteitscontroles, zoals onboarding van klanten of aanbestedingen?
  • Kies toekomstbestendige software: houd bij de keuze van dienstverleners rekening met compatibiliteit met digitale identiteitsoplossingen.
  • Borg uw e-facturatie: zorg dat uw proces via Peppol op orde is. De European Business Wallet vervangt dit netwerk niet, maar kan er in de toekomst als identiteitslaag naast komen te staan.

Wat dit betekent voor uw onderneming

Zolang de verordening nog niet is vastgesteld, hoeft u als mkb-ondernemer niets te doen om te voldoen aan de European Business Wallet. Wel is het verstandig om processen die veel administratieve overhead kennen alvast in kaart te brengen, zodat u bij beschikbaarheid van de portemonnee direct profijt heeft. Een goede basis is een betrouwbare Peppol Serviceprovider voor uw e-facturatie, aangezien identiteits- en adresseringsoplossingen zoals de European Business Wallet naar verwachting zullen samenwerken met bestaande netwerken zoals Peppol. Meer hierover leest u in European Business Wallet e-facturatie: de architecturale oplossing.

Vergelijk Peppol Serviceproviders op Peppol.nu en kies een oplossing die meegroeit met toekomstige Europese regelgeving zoals de European Business Wallet.

Bronnen

  1. Europese Commissie, “European Business Wallets”, Shaping Europe’s digital future
  2. Europese Commissie, persbericht “Simpler EU digital rules and new digital wallets to save billions for businesses and boost innovation”
  3. Europees Parlement, Legislative Train Schedule: “European business wallets”
  4. WE BUILD Consortium

European Business Wallet eIDAS 2.0: de juridische basis

De European Business Wallet eIDAS 2.0 verhouding is het fundament waarop de hele verordening rust. De European Business Wallet (EBW) is geen op zichzelf staand initiatief, maar bouwt juridisch en technisch voort op de eIDAS 2.0-verordening die in 2024 door de EU werd aangenomen. Wie wil begrijpen waarom de EBW werkt zoals ze werkt, en welke garanties de portemonnee biedt, moet eerst de onderliggende eIDAS 2.0-architectuur kennen.

Wat eIDAS 2.0 precies inhoudt

eIDAS 2.0, formeel Verordening (EU) 2024/1183, wijzigt de oorspronkelijke eIDAS-verordening uit 2014 en introduceert het Europees kader voor digitale identiteit. De kern van dat kader is de European Digital Identity (EUDI) Wallet: een digitale portemonnee waarmee EU-burgers zich kunnen identificeren en geverifieerde documenten zoals rijbewijzen, diploma’s of identiteitsbewijzen kunnen delen, zonder telkens een nieuw verificatieproces te doorlopen. Elke lidstaat is verplicht uiterlijk eind 2026 minstens één EUDI Wallet aan te bieden aan haar burgers.

De European Business Wallet als zakelijke tegenhanger

De Europese Commissie publiceerde op 19 november 2025 het voorstel voor een aparte verordening die de European Business Wallet instelt, specifiek gericht op ondernemingen in plaats van particulieren. Volgens de Commissie bouwt de technische architectuur en functionaliteit van de EBW rechtstreeks voort op die van de EUDI Wallet. Het verschil zit in de aard van de credentials: waar de EUDI Wallet persoonsgebonden gegevens bevat, bevat de EBW organisatorische gegevens zoals KvK-nummers, btw-identificatienummers, vergunningen en mandaten die een rechtspersoon verleent aan personen die namens haar optreden.

Selective disclosure: de privacy-architectuur

Een kernprincipe van zowel de EUDI Wallet als de European Business Wallet is selective disclosure. De portemonnee slaat gegevens niet centraal op bij een overheid of platform; de houder bepaalt zelf wat wordt gedeeld, met wie en voor welk doel. Credentials worden uitgegeven door vertrouwde publieke autoriteiten, zoals nationale handelsregisters of belastingdiensten, en cryptografisch ondertekend om hun authenticiteit te waarborgen. Een onderneming kan zo bijvoorbeeld alleen het btw-nummer delen met een handelspartner, zonder andere bedrijfsgegevens prijs te geven.

Het technische kader: Architecture Reference Framework

De technische specificaties van zowel de EUDI Wallet als de European Business Wallet worden vastgelegd in het Architecture Reference Framework (ARF), dat de Europese Commissie samen met de lidstaten ontwikkelt. Daarnaast bepaalt de EBW-verordening dat aanbieders van een European Business Wallet in de EU gevestigd moeten zijn, hun hoofdactiviteiten in de EU moeten hebben, en geen veiligheidsrisico voor de Unie mogen vormen. Aanbieders moeten vertrouwelijkheid, integriteit, authenticiteit, interoperabiliteit en beschikbaarheid van de portemonnee waarborgen, en werken volgens het principe van security-by-design.

Toezicht en samenwerking

In elke EU-lidstaat worden dezelfde toezichthoudende instanties die al verantwoordelijk zijn voor het digitale identiteitskader, ook aangewezen als toezichthouder voor de European Business Wallet. Zij houden toezicht op naleving, onderzoeken klachten en kunnen sancties opleggen bij stelselmatige overtredingen. De Europese samenwerkingsgroep voor digitale identiteit, ingesteld onder de eIDAS 2.0-verordening, faciliteert bovendien de implementatie en werking van de European Business Wallet tussen lidstaten onderling.

Wat dit betekent voor uw onderneming

Omdat de European Business Wallet eIDAS 2.0 als juridische en technische basis gebruikt, profiteert de portemonnee van een raamwerk dat al deels is uitgekristalliseerd voor de EUDI Wallet: vastgestelde principes rond selective disclosure, cryptografische verificatie en een Europees toezichtsysteem. Voor ondernemingen betekent dit dat de European Business Wallet niet op zichzelf staat, maar onderdeel is van een bredere Europese digitale identiteitsinfrastructuur waarin ook Peppol e-facturatie een rol kan gaan spelen als routeringsnetwerk stroomafwaarts van de identiteitslaag. Een diepgaande analyse van die samenhang leest u in European Business Wallet e-facturatie: de architecturale oplossing.

Vergelijk Peppol Serviceproviders op Peppol.nu en zorg dat uw e-facturatie nu al aansluit op de Europese standaarden waarop ook de European Business Wallet voortbouwt.

Bronnen

  1. Europese Commissie, “EU Digital Identity Wallets”, eIDAS 2.0-verordening
  2. Europese Commissie, “European Business Wallets”, Shaping Europe’s digital future
  3. Voorstel voor een verordening tot instelling van European Business Wallets, COM(2025) 838
  4. WE BUILD Consortium

Voorbereiden op de European Business Wallet: praktische stappen voor bedrijven

Voorbereiden op de European Business Wallet begint niet bij de inwerkingtreding van de verordening, maar nu al. Hoewel formele vaststelling pas wordt verwacht in de eerste helft van 2027 en deelname voor bedrijven vrijwillig blijft, lopen de technische standaarden en grootschalige pilots via het WE BUILD Consortium al. Ondernemingen die nu de juiste basis leggen, profiteren het snelst zodra de European Business Wallet operationeel wordt.

Waarom nu al beginnen met voorbereiden

De European Business Wallet bouwt voort op dezelfde technische architectuur als de EU Digital Identity (EUDI) Wallet voor burgers, vastgelegd in eIDAS 2.0. Terwijl de wetgevingsprocedure nog loopt, ontwikkelen de Europese Commissie en de lidstaten parallel de technische standaarden, en test het WE BUILD Consortium de praktische werking in 30 landen met meer dan 190 deelnemende organisaties, waaronder nationale bedrijfsregisters, banken, walletproviders en technologiebedrijven. Bedrijven die wachten tot de verordening volledig is vastgesteld, lopen het risico achter te raken op concurrenten die nu al hun processen en systemen voorbereiden.

Stap 1: volg de regelgeving en implementatietermijnen

Houd de voortgang van de verordening bij, met name het verwachte politieke akkoord tussen Raad en Europees Parlement en de daaropvolgende implementatietermijn van 24 maanden voor overheidsinstanties. Voor uw eigen onderneming geldt geen wettelijke deadline, maar overheden en grote handelspartners waarmee u zaken doet, krijgen die wel. Weet wanneer uw belangrijkste publieke en private relaties verplicht worden de European Business Wallet te accepteren.

Stap 2: breng uw digitale identiteitsprocessen in kaart

Inventariseer welke processen in uw onderneming nu nog steunen op herhaalde identiteitsverificatie, papieren documenten of handmatige uitwisseling van vergunningen en certificaten: onboarding van klanten en leveranciers, aanbestedingsprocedures, vergunningaanvragen en compliancecontroles zoals AML-procedures. Dit zijn precies de processen waar de European Business Wallet het meeste tijdwinst kan opleveren.

Stap 3: zorg dat uw e-facturatie al op orde is

De European Business Wallet vervangt bestaande routeringsnetwerken zoals Peppol niet. De portemonnee functioneert als identiteits- en adresseringslaag die in de toekomst mogelijk stroomopwaarts van netwerken als Peppol kan komen te staan. Onderdeel daarvan is e-facturatie via OpenPeppol, dat al een expliciete use case heeft binnen het WE BUILD Consortium. Bedrijven die nu al goed zijn aangesloten op een Peppol Serviceprovider, staan er sterker voor wanneer identiteitsoplossingen zoals de EBW in de toekomst gekoppeld worden aan e-facturatie-adressering.

Stap 4: kies leveranciers en software met interoperabiliteit in gedachten

Let bij de keuze van nieuwe software, ERP-systemen of dienstverleners op compatibiliteit met digitale identiteitsstandaarden. Aanbieders van een European Business Wallet moeten voldoen aan strikte eisen: vestiging in de EU, beveiliging volgens het principe van security-by-design, en garanties voor vertrouwelijkheid, integriteit en interoperabiliteit. Vraag uw huidige en toekomstige leveranciers hoe zij zich voorbereiden op deze ontwikkeling.

Stap 5: betrek de juiste mensen binnen uw organisatie

Voorbereiding op de European Business Wallet is niet alleen een IT-vraagstuk. Juridische en compliance-afdelingen moeten begrijpen welke mandatering en volmachten straks digitaal via de portemonnee kunnen worden verleend, en financiële afdelingen moeten weten welke impact dit heeft op facturatie- en betalingsprocessen.

Checklist: voorbereiden op de European Business Wallet

  • Volg de wetgevingsvoortgang en de implementatietermijnen voor overheden en handelspartners.
  • Inventariseer processen met veel papierwerk of herhaalde identiteitscontroles.
  • Borg uw e-facturatie via een gecertificeerde Peppol Serviceprovider.
  • Beoordeel nieuwe software en leveranciers op interoperabiliteit met digitale identiteitsstandaarden.
  • Betrek juridische, compliance- en financiële teams bij de voorbereiding.

Wat dit betekent voor uw onderneming

Voorbereiden op de European Business Wallet vraagt vandaag geen ingrijpende investeringen, maar wel bewustzijn en een goede basis. Door uw e-facturatieproces nu op orde te brengen en interoperabele systemen te kiezen, sluit u straks sneller aan zodra de portemonnee beschikbaar komt. Een goed startpunt is het op orde brengen van uw e-facturatie via Peppol. Meer over de samenhang tussen de European Business Wallet en e-facturatie leest u in European Business Wallet e-facturatie: de architecturale oplossing.

Vergelijk Peppol Serviceproviders op Peppol.nu en leg vandaag de basis voor de European Business Wallet van morgen.

Bronnen

  1. Europese Commissie, “European Business Wallets”, Shaping Europe’s digital future
  2. WE BUILD Consortium
  3. Raad van de Europese Unie, persbericht “European business wallets: Council adopts negotiating position”, 9 juni 2026
  4. Voorstel voor een verordening tot instelling van European Business Wallets, COM(2025) 838

De European Business Wallet lost het e-facturatie adresprobleem op, als de juiste keuzes worden gemaakt

Een recent artikel op Peppol.nu beschreef een probleem dat iedereen kent die grensoverschrijdend factureert: het vinden van het juiste e-facturatie ontvangstadres voor een nieuwe internationale klant is ingewikkelder dan het zou moeten zijn. De uitdaging valt uiteen in drie lagen: registratie, opzoeken en adressering. Elk gefragmenteerd, elk met een andere oplossing per land.

Dat artikel eindigde met een oproep om een interoperabele grensoverschrijdende routeringsmap op de beleidsagenda te zetten. Dit artikel benoemt een concrete kandidaat voor die rol: de European Business Wallet (EBW).

Het argument is niet dat de EBW vandaag al klaar is voor deze functie. Dat is ze niet. Het argument is dat de architecturale fit sterk is, het beleidswindow open staat, en dat twee specifieke besluiten het mogelijk kunnen maken.

Het drielagenprobleem, kort herhaald

Het correct adresseren van een e-factuur aan een internationale ontvanger brengt drie afzonderlijke uitdagingen met zich mee.

De eerste is de registratielaag: bedrijven zijn ingeschreven in nationale registers, en de toegang tot die registers is inconsistent. Sommige bieden machine-leesbare API’s, andere beperken de toegang, en sommige hebben helemaal geen centraal toegangspunt.

De tweede is de opzoeklaag: een bedrijfsnaam koppelen aan een fiscaal identificatienummer over landsgrenzen heen. Europa heeft hiervoor een grensoverschrijdende infrastructuur — VIES — maar dat systeem valideert nummers in plaats van zoekopdrachten op naam mogelijk te maken, en dat is een bewuste privacykeuze.

De derde is de adresseringslaag: een fiscaal identificatienummer vertalen naar een geldig e-facturatie-eindpunt. In Peppol-landen betekent dat een Peppol Participant ID. In Frankrijk betekent het het identificeren van de gecertificeerde Plateforme Agréée die de ontvanger gebruikt. In clearancelanden betekent het het indienen van het juiste fiscale identificatienummer bij het juiste platform.

Alle drie de lagen blijven gefragmenteerd op Europees niveau. Geen enkele gestandaardiseerde dienst lost alle drie op. Voor een volledige analyse, zie het artikel over e-facturatie ontvangstadres.

Wat de European Business Wallet (EBW) is

De European Business Wallet (EBW) — de zakelijke tegenhanger van de European Digital Identity (EUDI) Wallet — is verankerd in de eIDAS 2.0-verordening die in 2024 werd aangenomen. Begin 2026 zette de Europese Commissie een verdere stap door een formeel wetgevingsvoorstel te publiceren: de Verordening tot instelling van European Business Wallet (EBW)s.

Juridisch is de koers dus bepaald. In de praktijk bevindt de EBW zich in dezelfde fase als Peppol ooit: grootschalig beproefd via een Large Scale Pilot — het WE BUILD Consortium — vóór enige brede operationele uitrol. Het beleidswindow en de pilotinfrastructuur bestaan tegelijkertijd, en dat is precies waarom de in dit artikel beschreven besluiten nu genomen moeten worden, en niet na afloop van de LSP.

De schaal van de inspanning is aanzienlijk. Het WE BUILD Consortium — geselecteerd door de Europese Commissie voor de Large Scale Pilots voor de EU Digital Identity Wallet — brengt meer dan 190 organisaties uit 30 landen samen. De deelnemers omvatten 13 nationale bedrijfsregisters, belastingautoriteiten, banken en financiële instellingen, walletproviders en QTSP’s, technologiebedrijven, mkb en academische instellingen. Vertegenwoordigde landen zijn onder meer Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, Zweden, Griekenland, Spanje, Finland, Italië en Noorwegen. Cruciaal voor dit artikel: e-facturatie is al een expliciete use case binnen WE BUILD — aangeduid als SC5 in het Supply Chain-domein, geleid door OpenPeppol.

Hoe de EBW de drie lagen technisch zou kunnen oplossen

Laag 1: Registratie

Een EBW met geverifieerde gegevens uit nationale basisregistraties is per definitie een draagbaar en geauthenticeerd bedrijfsregistratiebewijs. Een leverancier die interacteert met een ontvanger die een EBW heeft, hoeft niet afzonderlijk het Nederlandse KvK, het Belgische KBO of het Duitse Handelsregister te raadplegen. De portemonnee presenteert het relevante identificatienummer — KvK-nummer, KBO/BCE-nummer, btw-nummer — als geverifieerd attribuut. De integratielast verschuift van iedere serviceprovider afzonderlijk naar de uitgifte-infrastructuur van de portemonnee, die per lidstaat éénmalig wordt opgebouwd.

Laag 2: Opzoeken

VIES — het VAT Information Exchange System van de Europese Commissie — maakt momenteel btw-nummervalidatie mogelijk, maar geen zoekopdrachten op naam. Die beperking is een bewuste privacykeuze: een open naam-naar-nummer-zoekopdracht op grote schaal levert risico’s op van dataverzameling.

De EBW lost dit spanningsveld op. Een leverancier zoekt niet in een open register naar het identificatienummer van de ontvanger. In plaats daarvan presenteert de ontvanger zelf zijn portemonnee — inclusief btw-nummer en nationaal identificatienummer — direct als onderdeel van een geauthenticeerde zakelijke interactie. De zoekopdracht wordt vervangen door een geverifieerde presentatie.

Als de portemonnee is verbonden met VIES als gezaghebbende bron voor btw-gegevens, is het resulterende attribuut gevalideerd aan de hand van het belastingautoriteitsrecord van de lidstaat. Privacy wordt niet geschonden; het is privacy by design. De portemonneehouder bepaalt wat wordt gedeeld, met wie, en voor welk doel.

Laag 3: Adressering

De adresseringslaag vereist niet alleen te weten wie de ontvanger is, maar ook waar de factuur naartoe moet worden gerouteerd. De EBW kan het e-facturatie-eindpunt bevatten als standaard geverifieerd attribuut. Een ontvanger registreert zijn voorkeurskanaal — Peppol, een nationaal platform, een specifieke serviceprovider — éénmalig in zijn portemonnee. Een leverancier met toegang tot dat attribuut heeft alles wat nodig is om correct te routeren, zonder de ontvanger te hoeven benaderen en zonder meerdere nationale registers te moeten raadplegen.

Het routeringsnetwerk — of dat nu Peppol is of een ander netwerk — verandert niet. De portemonnee is geen routeringsnetwerk. Het is de identiteits- en adresseringslaag die daarvoor staat.

Waarom dit architecturaal elegant is

Ten eerste is authenticatie ingebouwd. De portemonnee bewijst dat de presenterende partij is wie ze beweert te zijn. Dit elimineert een categorie frauderisico die momenteel bestaat bij e-facturatie.

Ten tweede volgen mandatering en autorisatie vanzelf. Een persoon die namens een bedrijf een EBW presenteert, kan een credential meevoeren die de reikwijdte van zijn machtiging aangeeft — om te contracteren, facturen te ontvangen of betalingen goed te keuren.

Ten derde is de architectuur netwerkonafhankelijk. Of het onderliggende routeringsnetwerk nu Peppol is, DBNAlliance, een nationaal clearancesysteem of een gecertificeerd platform onder het Franse model: de portemonnee verzorgt identiteit en adresresolutie stroomopwaarts.

Ten vierde sluit dit aan op de logica van het 5-corner model. De EBW, uitgegeven door een betrouwbare publieke autoriteit en cryptografisch gekoppeld aan basisregistraties, is precies wat de vijfde hoek — het overheidsvertrouwensanker — geacht wordt te bieden.

Waar de architectuur wrijving ontmoet

Drie knelpunten verdienen eerlijk te worden benoemd voordat we de beleidsagenda bespreken.

Het eerste is vrijwillige adoptie versus dekking. Als registratie van de EBW optioneel blijft, verdampt het opzoekvoordeel voor het segment dat er het meest bij gebaat is. Een portemonnee die bijna universeel is, biedt structurele waarde. Een portemonnee die door koplopers wordt gebruikt, niet.

Het tweede is het e-facturatie-eindpunt als portemonnee-attribuut. De huidige ontwikkeling van de EBW bevat het e-facturatie ontvangstadres niet als standaardattribuut. Dat moet worden besloten, gedefinieerd en gestandaardiseerd — op Europees Commissieniveau, in afstemming met OpenPeppol en nationale Peppol Authorities. Zonder dat besluit kan de portemonnee de hierboven beschreven adresseringsfunctie niet vervullen.

Het derde is reikwijdte. De European Business Wallet (EBW) is een EU-instrument. Ze lost het drielagenprobleem op binnen de EU, maar helpt niet bij tegenpartijen in de Verenigde Staten, Mexico of andere niet-EU-jurisdicties. Voor internationaal opererende bedrijven is dit een Europese oplossing voor een Europees deel van een wereldwijd probleem.

De beleidsagenda: twee besluiten en een coördinatiepunt

Twee specifieke beleidsbesluiten zouden de kloof dichten tussen de huidige staat van de EBW en haar potentieel als Europese e-facturatie-adresresolutie-infrastructuur.

Het eerste is verplichte of nagenoeg verplichte portemonneeadoptie voor btw-plichtige ondernemingen. De ViDA-hervorming verplicht reeds alle grensoverschrijdend opererende btw-plichtige ondernemingen tot digitale rapportage. Die verplichting combineren met EBW-uitgifte — of portemonneeregistratie een voorwaarde maken voor btw-registratie — is een haalbare beleidsstap binnen de ViDA-implementatietijdlijn.

Het tweede is standaardisering van het e-facturatie-eindpunt als portemonnee-attribuut. De uitvoeringshandelingen voor de EUDI Wallet en de aankomende EBW-verordening worden nu vormgegeven. Dit is het moment om het e-facturatie-eindpunt als verplicht attribuut te introduceren. Zodra de wetteksten zijn vastgesteld, wordt dit achteraf invoegen aanzienlijk moeilijker.

Naast deze twee besluiten is er een coördinatiepunt dat geen enkele instelling momenteel bezit: de integratie tussen de EBW en bestaande routeringsnetwerken. OpenPeppol, nationale Peppol Authorities en de beheerders van nationale clearancesystemen moeten definiëren hoe een portemonnee-attribuut wordt vertaald in een routeringsinstructie. Dat is technisch geen complex vraagstuk — maar het vereist dat iemand het gesprek bijeenroept.

Wie wat moet doen

De Europese Commissie moet het e-facturatie-eindpunt opnemen als standaardattribuut in zowel de uitvoeringshandelingen voor de EUDI Wallet als de aankomende EBW-verordening. Dit is een redactiekeuze binnen het mandaat dat de Commissie al heeft. Het ViDA-team bij DG TAXUD en het Digital Identity-team bij DG CNECT moeten over dit specifieke punt met elkaar in gesprek.

Lidstaten moeten overstappen van vrijwillige naar verplichte portemonneeadoptie voor btw-plichtige ondernemingen. Nederland en België — beide actief in de ontwikkeling van de EBW en beide met Peppol-infrastructuur — zijn de voor de hand liggende kandidaten om dit als gezamenlijk standpunt in de Raad in te brengen.

Het WE BUILD Consortium is het aangewezen voertuig om dit in de praktijk te beproeven. E-facturatie is al expliciet onderdeel van het WE BUILD-programma als use case SC5 in het Supply Chain-domein, geleid door OpenPeppol. De vraag hoe de EBW het e-facturatie ontvangstadres oplost — over alle drie de lagen — zou een expliciete doelstelling moeten worden binnen het werkprogramma van die use case. De Peppol Conference in Brussel op 16–17 juni 2026 is een concreet moment om dit op de agenda te zetten.

OpenPeppol en nationale Peppol Authorities moeten de integratielaag definiëren tussen de EBW en Peppol-routering: hoe gebruikt een Peppol Serviceprovider een portemonnee-attribuut als invoer voor een SMP-lookup? Dit is een technische specificatievraag die rechtstreeks volgt uit wat WE BUILD SC5 zou moeten beproeven.

Het Nederlandse ministerie van Economische Zaken is niet zomaar één stem op deze agenda. Het ministerie leidt het Management Board van WE BUILD (WP1), wat het een structureel bevoorrechte positie geeft om prioriteiten van het consortium te sturen. Het concrete advies: gebruik die positie om de kwestie van het e-facturatie ontvangstadres rechtstreeks te adresseren aan de SC5-werkgroep — en zorg dat de verbinding tussen de EBW en e-facturatie-adressering expliciet is opgenomen in het werkprogramma, vóórdat het regulatoire window voor opname als standaard portemonnee-attribuut sluit.

Waarom het moment nu is

Twee grote EU-regelgevingstrajecten worden tegelijk geïmplementeerd: ViDA en eIDAS 2.0 / de EBW-verordening. Beide raken iedere btw-plichtige onderneming die grensoverschrijdend opereert binnen de EU. Beide worden nu vormgegeven.

De uitvoeringshandelingen en wetteksten zijn nog niet vastgesteld. Het e-facturatie-eindpunt-attribuut kan nog worden opgenomen in de portemonnee-specificatie voordat die wordt gesloten. Zodra dat window sluit, sluit ook de structurele kans om het drielagenprobleem op Europees niveau via één architecturaal besluit op te lossen.

Het Franse Annuaire laat zien dat routeringstransparantie als publieke infrastructuur haalbaar is. De EBW generaliseert dat principe naar alle 27 lidstaten, met authenticatie en selective disclosure ingebouwd. De vraag is niet of de architectuur deugdelijk is. De vraag is of de beleidsbesluiten worden genomen zolang het window nog openstaat.

Wat dit betekent bij de keuze van een provider vandaag

Totdat de EBW operationeel is als e-facturatie-adresseringsinfrastructuur — realistisch gezien 2028 of later — blijft het drielagenprobleem op systeemniveau onopgelost. Ondernemingen die vandaag internationaal factureren, hebben providers nodig die alle drie de lagen per land aanpakken via eigen registerintegraties en SMP-lookups.

De vragen die bij de keuze van een provider relevant blijven zijn dezelfde: in welke landen ondersteunt de oplossing het oplossen van het e-facturatie ontvangstadres? Hoe pakt ze elke laag aan voor die specifieke landen? Wat gebeurt er als een ontvanger op geen enkel netwerk is geregistreerd?

De EBW verandert die vragen voor vandaag niet. Ze beantwoordt ze, structureel, voor de middellange termijn — als de beleidsbesluiten worden genomen.

Vergelijk gecertificeerde e-facturatie providers op Peppol.nu  |  Hoe het 4-corner en 5-corner model werken

Veelgestelde vragen

Wat is een digitale portemonnee in de context van Europese bedrijfsidentiteit?

Een digitale portemonnee is in deze context een beveiligde applicatie die geverifieerde digitale credentials bewaart namens een persoon of organisatie. Credentials worden uitgegeven door betrouwbare publieke autoriteiten — zoals nationale bedrijfsregisters of belastingdiensten — en cryptografisch ondertekend om hun authenticiteit te bewijzen. De portemonnee slaat geen gegevens centraal op: de houder bepaalt wat wordt gedeeld, met wie en waarvoor. Dit model heet selective disclosure. Voor bedrijven kan een digitale portemonnee credentials bevatten zoals inschrijvingsgegevens, btw-nummers en machtigingen om namens de organisatie op te treden.

Wat is de European Business Wallet (EBW)?

De European Business Wallet (EBW) is de zakelijke tegenhanger van de burgergerichte EU Digital Identity (EUDI) Wallet. Verankerd in de eIDAS 2.0-verordening en onderwerp van een dedicated wetgevingsvoorstel van de Europese Commissie uit 2026, geeft de EBW ondernemingen een betrouwbare, draagbare digitale identiteit die werkt in alle EU-lidstaten. Organisaties kunnen geverifieerde credentials — registratiegegevens, fiscale identificatoren, sectorlicenties — presenteren aan handelspartners en platforms, zonder in ieder land of iedere context opnieuw een identiteitsverificatieproces te doorlopen. Het WE BUILD Consortium voert de Large Scale Pilot uit die de implementatie beproeft in 30 landen met 190+ organisaties.

Hoe verschilt de European Business Wallet (EBW) van de burger-EUDI Wallet?

De burger-EUDI Wallet bevat persoonsgebonden credentials: rijbewijzen, diploma’s, gezondheidsgegevens of nationale identiteitsdocumenten. De EBW bevat organisatorische credentials: KvK-nummers, btw-identificatoren, economische operatorcertificaten en machtigingen die een rechtspersoon verleent aan personen die namens haar handelen. Beide zijn gebouwd op hetzelfde eIDAS 2.0-raamwerk en delen dezelfde principes van selective disclosure en cryptografische verificatie. In de praktijk zijn de twee complementair: een medewerker kan zijn burger-portemonnee gebruiken om zichzelf te authenticeren, terwijl hij credentials uit de EBW van het bedrijf presenteert om de reikwijdte van zijn mandaat aan te tonen.

Hoe zou de EBW het e-facturatie ontvangstadres technisch kunnen oplossen?

Het correct adresseren van een e-factuur aan een nieuwe internationale klant omvat drie lagen: identificeren in welk register de ontvanger is ingeschreven, het fiscale identificatienummer vinden en dat vertalen naar een geldig routeringsadres voor het toepasselijke e-facturatiesysteem. Momenteel is elke laag per land gefragmenteerd. De EBW zou alle drie in één stap kunnen oplossen. Ze bevat geverifieerde registratiegegevens uit nationale registers (laag 1), maakt geauthenticeerde uitwisseling van fiscale identificatoren mogelijk zonder open zoekopdrachten op naam (laag 2), en zou het e-facturatie-eindpunt als standaard geverifieerd attribuut kunnen bevatten (laag 3). Voorwaarde is dat het e-facturatie-eindpunt als standaardattribuut wordt gedefinieerd. Dat besluit is nog niet genomen.

Vervangt de EBW mijn huidige e-facturatieoplossing of provider?

Nee. De EBW is geen e-facturatieoplossing. Het is een identiteits- en adresseringslaag. Ze vertelt een routeringsnetwerk wie de ontvanger is en waar de factuur naartoe moet. Het daadwerkelijk aanmaken, valideren en verzenden van de factuur blijft de verantwoordelijkheid van uw e-facturatieprovider en het onderliggende netwerk — of dat nu Peppol is, een nationaal clearanceplatform of een gecertificeerde serviceprovider. Denk aan de portemonnee als het adres op een envelop: het vertelt u waar u naartoe moet sturen, niet hoe u de brief schrijft.

Wat is de relatie tussen de European Business Wallet (EBW) en Peppol?

Peppol is een routeringsnetwerk: een 4-corner infrastructuur die e-facturen transporteert tussen gecertificeerde Peppol Serviceproviders. De EBW is geen routeringsnetwerk — het is een identiteits- en adresseringsinfrastructuur die stroomopwaarts van Peppol kan staan, en van elk ander routeringsnetwerk. Een EBW met een Peppol Participant ID als geverifieerd attribuut zou een Peppol Serviceprovider in staat stellen een SMP-lookup te starten met een gevalideerde invoer, in plaats van te vertrouwen op een handmatig ingevoerd of onveriëerd identificatienummer. OpenPeppol leidt de e-facturatie use case (SC5) binnen het WE BUILD Consortium, waarmee het de aangewezen partij is om te definiëren hoe portemonnee-attributen worden ingevoerd in de routeringslogica van Peppol. Peppol zelf is een treffende analogie: ook Peppol begon als Large Scale Pilot, voordat het de operationele infrastructuur werd die het vandaag is.

Wanneer kan de EBW in de praktijk worden gebruikt voor e-facturatie?

Operationele uitrol op grote schaal is realistisch gezien een horizon van 2028 of later, gezien de huidige LSP-tijdlijnen en het wetgevingsproces voor de EBW-verordening. Maar de besluiten die bepalen of de portemonnee in staat zal zijn e-facturatie-adresseringsfuncties te vervullen, moeten nu worden genomen — terwijl de uitvoeringshandelingen nog worden opgesteld en het WE BUILD-pilotprogramma zijn use case-doelstellingen nog definieert. Het window voor opname van het e-facturatie-eindpunt als standaard portemonnee-attribuut staat open. Dat blijft niet zo.

Bronnen

Europese Commissie — eIDAS 2.0: Verordening (EU) 2024/1183 betreffende het Europees kader voor digitale identiteit. https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/eidas-regulation

Verordening European Business Wallet (EBW)s: Wetgevingsvoorstel Europese Commissie. https://www.webuildconsortium.eu/news/european-commission-published-the-proposal-regulation-on-the-establishment-of-european-business-wallets

EUDI Wallet Implementatie: Overzicht uitvoeringshandelingen en ARF. Europese Commissie. https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/eudi-wallet-implementation

ARF — Architecture Reference Framework: Technische specificatie EUDI Wallet. https://github.com/eu-digital-identity-wallet/eudi-doc-architecture-and-reference-framework

WE BUILD Consortium: Large Scale Pilot voor de EU Digital Identity Wallet. https://www.webuildconsortium.eu

VIES — VAT Information Exchange System: Europese Commissie btw-validatietool. https://europa.eu/youreurope/business/taxation/vat/check-vat-number-vies/index_en.htm

EU btw-richtlijn: Richtlijn 2006/112/EG. EUR-Lex. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32006L0112

ViDA — Btw in het digitale tijdperk: Europese Commissie hervormingspakket. https://taxation-customs.ec.europa.eu/taxation/value-added-tax/vat-digital-age-vida_en

OpenPeppol — Peppol Interoperability Framework. https://peppol.org/learn-more/peppol-interoperability-framework/

Peppol Directory. OpenPeppol. https://directory.peppol.eu/

DGFiP — Portail Public de Facturation: Frans publiek facturatieportaal inclusief Annuaire. https://www.impots.gouv.fr/

ViDA e-facturatie en digitale rapportage — Verkennend onderzoek naar de meest geschikte infrastructuur voor e-facturatie en digitale rapportage (rapport 23 januari 2026). https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2026/01/26/rapport-e-facturatie-en-rapportage

Aanbiedingsbrief rapport ViDA e-facturatie en digitale rapportage — Kamerbrief Staatssecretaris Eerenberg (Financiën), 10 maart 2026. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2026/03/10/aanbiedingsbrief-rapport-vida-efacturatie-en-digitale-rapportage

Beslisnota’s bij Aanbiedingsbrief rapport ViDA e-facturatie en digitale rapportage — Beleidsnota, 10 maart 2026. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnotas/2026/02/24/beslisnota-s-aanbiedingsbrief-rapport-vida-e-facturatie-en-digitale-rapportage

Peppol.nu — E-facturatie ontvangstadres. https://peppol.nu/e-facturatie-ontvangstadres/