Hoe vindt u het juiste adres van uw ontvanger bij e-facturatie?

U heeft een e-factuur klaarstaan. De gegevens kloppen, het formaat voldoet aan de eisen en uw systeem staat klaar om te verzenden. Dan volgt de vraag die meer bedrijven overvalt dan welke technische specificatie ook: wat is het e-factuuradres van de ontvanger — het adres waarnaar uw e-factuur verstuurd moet worden?

Afhankelijk van de vestigingsplaats van uw klant kan het antwoord een btw-nummer zijn, een nationaal ondernemingsnummer, een Peppol Participant ID, een platformspecifieke code of een combinatie daarvan. De hulpmiddelen om dat adres te achterhalen verschillen enorm per land. En het eerlijke antwoord dat u in veel ondersteuningsdocumentatie vindt — “vraag het gewoon aan uw klant” — klopt, maar het is geen schaalbaar proces voor ieder bedrijf dat internationaal factureert.

Dit artikel legt uit waarom het vinden van het juiste e-factuuradres ontvanger een echte uitdaging is, waarom dit per land verschilt, en wat dat betekent bij de keuze van een e-facturatieoplossing.

Drie lagen, drie uitdagingen

Het correct adresseren van een e-factuur aan een nieuwe internationale ontvanger raakt drie lagen, elk met een eigen complexiteit.

De eerste is de registratielaag: waar zijn bedrijven geregistreerd, en is die data machineleesbaar beschikbaar? De tweede is de lookuplaag: hoe verbindt u een bedrijfsnaam aan een fiscaal identifier? De derde is de adresseringslaag: hoe vertaalt u dat identifier naar een geldig e-factuuradres ontvanger binnen het betreffende systeem?

Elke laag kent zijn eigen fragmentatie. Platforms die dit goed oplossen, beheersen één of twee lagen effectief. Zelden alle drie, en zelden consistent over landsgrenzen heen.

Laag 1: De registratielaag

Elke lookup begint bij een bedrijfsregister. Maar die registers verschillen fundamenteel per land — in governance, in toegankelijkheid en in de machineleesbaarheid van de data. Een lookupketen die in het ene land werkt, heeft in het andere land mogelijk geen technische basis.

Europa

Het Britse Companies House is een uitvoerend agentschap van de Britse overheid. Het biedt een volledig open, gratis application programming interface (API) doorzoekbaar op bedrijfsnaam in real time. Dit is een bewuste beleidskeuze: data heeft alleen waarde als zij gebruikt wordt.

De Nederlandse Kamer van Koophandel (KvK) is een overheidsorganisatie. Er is een API beschikbaar, maar de toegang is uitsluitend voorbehouden aan in Nederland geregistreerde entiteiten. Buitenlandse partijen die toegang nodig hebben tot Nederlandse bedrijfsdata, zijn aangewezen op erkende brokers.

De Belgische Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO/BCE), waarbij BCE staat voor Banque-Carrefour des Entreprises in het Frans, is een overheidsregister dat API-toegang biedt op betaalde basis.

Het Duitse Handelsregister functioneert als een gefedereerd systeem, beheerd op deelstaatniveau door afzonderlijke rechtbanken. Er bestaat geen centrale API.

Azië-Pacific

Australië kent twee parallelle systemen. Het Australian Business Register (ABR) beheert ABN Lookup, een gratis publieke webservice voor validatie en opzoeken via het Australian Business Number (ABN). De Australian Securities and Investments Commission (ASIC) beheert het bedrijvenregister, doorzoekbaar op bedrijfsnaam of Australian Company Number (ACN), met basisinformatie gratis beschikbaar en uitgebreidere uittreksels op betaalde basis. Geen van beide biedt hetzelfde volledig open API-model als het Britse Companies House.

Afrika

Nigeria’s Corporate Affairs Commission (CAC) beheert een publiek zoekportaal doorzoekbaar op bedrijfsnaam of Registration Certificate number (RC number). De CAC biedt geen directe officiële machineleesbare API. Toegang tot CAC-data voor software-integratie verloopt via externe verificatieleveranciers die de onderliggende registerdata ontsluiten — een informele maar functionerende marktoplossing.

Latijns-Amerika

Colombia’s Registro Único Empresarial y Social (RUES), beheerd door de kamers van koophandel, biedt gratis toegang tot basisgegevens uit bedrijfsregistraties, ondersteunt downloads in comma-separated value (CSV) en platte tekst (TXT) en is doorzoekbaar op bedrijfsnaam.

Mexico’s Servicio de Administración Tributaria (SAT) biedt validatie van het Registro Federal de Contribuyentes (RFC) — Mexico’s fiscale identifier — maar uitsluitend door het RFC direct in te voeren, één voor één, met een CAPTCHA-verificatiestap. Zoeken op bedrijfsnaam om een RFC op te halen wordt niet ondersteund via het officiële portaal. De SAT is primair een belastingautoriteit, geen doorzoekbaar bedrijfsregister zoals Europese of Australische registers dat zijn.

Midden-Oosten

De Verenigde Arabische Emiraten (VAE) beschikken niet over één centraal bedrijfsregister. Bedrijven op het vasteland registreren zich bij het Department of Economic Development (DED) op emiraatniveau, terwijl tientallen vrijhandelszones elk hun eigen afzonderlijke register bijhouden. Er bestaat geen centrale, landsbrede doorzoekbare database.

Noord-Amerika

De Verenigde Staten kennen geen verplicht federaal bedrijfsregister. Bedrijfsregistratie vindt plaats op staatsniveau, wat resulteert in vijftig afzonderlijke systemen met sterk wisselende digitale toegankelijkheid. De Digital Business Networks Alliance (DBNAlliance) beheert het Amerikaanse e-facturatie-uitwisselingsnetwerk, met adressering op basis van identifiers zoals het Employer Identification Number (EIN), het Data Universal Numbering System (DUNS)-nummer en het Global Location Number (GLN) — maar deze zijn niet afgeleid uit één centraal publiek register.

Het patroon

Het contrast is duidelijk. Sommige landen hebben hun registers opengesteld als publieke infrastructuur. Andere beperken de toegang op nationaliteit of rekenen er voor. Meerdere landen bieden überhaupt geen machineleesbare centrale toegang. Hoe verder van Europa, hoe gefragmenteerder het beeld. Elke lookupketen die een e-facturatieplatform voor één markt bouwt, moet voor de volgende markt vaak van de grond af opnieuw worden opgezet.

Laag 2: De lookuplaag

Waar laag 1 het toelaat, kunnen platforms een lookupketen bouwen: bedrijfsnaam naar registratienummer naar fiscaal identifier. De beste e-facturatieoplossingen doen dit vandaag al, door een register-API te combineren met een Peppol Service Metadata Publisher (SMP)-lookup zodat een gebruiker op naam kan zoeken, terwijl het systeem onder de motorkap het juiste e-factuuradres ontvanger bepaalt.

Dit werkt goed, maar alleen wanneer aan drie voorwaarden is voldaan. Het register moet machineleesbare toegang bieden. De ontvanger moet al geregistreerd staan op het netwerk. En verzender en ontvanger moeten zich in hetzelfde registerecosysteem bevinden.

Cross-border doorbreekt de keten. Een Nederlandse leverancier die een Belgische klant zoekt, heeft een KBO/BCE-integratie nodig — geen KvK-integratie. Voor een Duits bedrijf bestaat geen centrale API. Een Australische of Nigeriaanse ontvanger volgt weer een andere identifier-logica.

Europa beschikt wél over een grensoverschrijdende informatie-infrastructuur die alle 27 lidstaten verbindt en miljoenen geregistreerde bedrijven omvat. Die infrastructuur heet het VAT Information Exchange System (VIES), beheerd door de Europese Commissie. En precies hier is de kloof tussen potentieel en realiteit het grootst zichtbaar. VIES valideert btw-nummers, maar biedt geen zoekmogelijkheid op bedrijfsnaam — en dat is de kern-beperking: deze infrastructuur kan de meest basale lookupvraag die een leverancier heeft niet beantwoorden — wie is dit bedrijf, en wat is hun identifier? Het potentieel is er. De toegang niet.

Dit is een bewuste privacybeslissing, geen technische beperking. Sommige lidstaten, waaronder Duitsland en Spanje, retourneren via VIES zelfs geen naaminformatie bij een geldig btw-nummer. Het argument voor terughoudendheid is legitiem: open zoeken op naam op grote schaal creëert risico’s voor dataverzameling en misbruik. Maar de huidige beperking is een bot instrument. Technisch is gecontroleerde toegang haalbaar — via API-sleutels die een geauthenticeerde registratie vereisen, strikte doelbinding aan factureringsgerelateerde zoekopdrachten, rate limiting om bulkopvragingen te voorkomen, en audit logging van alle verzoeken. Dit zijn mechanismen die al in gebruik zijn bij andere Europese bedrijfsregisters en volledig compatibel zijn met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Het ontsluiten van zelfs een beperkte vorm van zoeken op naam in VIES vereist een beleidswijziging op Europees niveau. De juridische grondslag is de EU BTW-richtlijn (2006/112/EG), die bepaalt welke data lidstaten via VIES delen. Elke structurele wijziging vereist een wetgevingsvoorstel van de Europese Commissie, gevolgd door overeenstemming tussen de Raad van de Europese Unie — als vertegenwoordiger van de lidstaten — en het Europees Parlement. De Europese Toezichthouder voor Gegevensbescherming (EDPS) moet betrokken worden bij elke privacyeffectbeoordeling. Dit is geen snel proces. Maar het is een uitvoerbaar proces, en het verdient het om als expliciet beleidsdoel te worden benoemd — zeker in de context van de lopende VAT in the Digital Age (ViDA)-hervormingsagenda.

Laag 3: De adresseringslaag per e-facturatie beleid

Zelfs met het juiste fiscale identifier in handen is de vertaling naar een geldig e-factuuradres ontvanger niet vanzelfsprekend. Het antwoord hangt af van het e-facturatie beleid dat van kracht is in het land van de ontvanger.

Peppol-landen: België, Nederland, Australië, Nigeria

In Peppol-landen bestaat het Peppol Participant ID uit een schemecode gecombineerd met een identifier. Het schema verschilt per land: Nederland gebruikt het KvK-nummer, België het KBO/BCE-ondernemingsnummer, andere landen GLN of DUNS.

Peppol beschikt over auto-discovery-functionaliteit, via de Service Metadata Locator (SML) en SMP. Wanneer een Peppol Access Point een document verstuurt, raadpleegt het de SML om te bepalen welke SMP informatie bevat over de ontvanger, en haalt vervolgens het technische endpoint op uit die SMP. Dit routeringsproces verloopt geautomatiseerd en duurt milliseconden.

De cruciale nuance is dat de SML/SMP de routeringsvraag oplost, niet de discoveryvraag. U hebt het Peppol Participant ID van de ontvanger al nodig om de lookup te starten. Als u alleen een bedrijfsnaam heeft, biedt de technische infrastructuur vanuit dat startpunt geen uitkomst.

De Peppol Directory biedt een mensleesbare zoekinterface, maar publicatie van een Business Card in de Directory is vrijwillig op OpenPeppol-niveau. Een bedrijf kan volledig bereikbaar zijn op het Peppol-netwerk zonder zichtbaar te zijn in de Directory. In Nederland is brede adoptie van deze vindbaarheidsoptie nooit van de grond gekomen. Het gevolg is dat een leverancier die wil weten of een klant bereikbaar is via Peppol, geen betrouwbare centrale bron heeft om dat te controleren.

Verenigde Staten: DBNAlliance

De VS kennen geen overheidsmandat voor e-facturatie. De DBNAlliance, een non-profitorganisatie opgericht door de Business Payments Coalition en de Federal Reserve, beheert een open uitwisselingsnetwerk voor business-to-business (B2B) e-facturatie op basis van een 4-corner model. Amerikaanse identifiers zoals EIN, DUNS en GLN worden gebruikt voor adressering. Adoptie is vrijwillig en groeiende. Bedrijven die niet zijn aangesloten op het netwerk, zijn er niet via bereikbaar, en er bestaat geen centrale directory om connectiviteit te verifiëren voordat een factuur wordt verstuurd.

Clearance-landen: Mexico, Colombia

In clearance-landen staat de belastingautoriteit centraal in elke transactie. Mexico’s SAT en Colombia’s Dirección de Impuestos y Aduanas Nacionales (DIAN) valideren facturen voordat deze de ontvanger bereiken. Maar de leverancier moet nog steeds het juiste fiscale identifier van de ontvanger kennen om de factuur correct in te dienen bij het platform. Het clearance-beleid borgt compliance — niet lookup.

Frankrijk: de Annuaire als routeringsinfrastructuur

Frankrijk is illustratief als tegenhanger van het algemene patroon. Het Portail Public de Facturation (PPF) beheert een centrale registry die de Annuaire wordt genoemd, waarin staat welke gecertificeerde Plateforme Agréée (PA) elk Frans bedrijf gebruikt voor de ontvangst van e-facturen. Bedrijven worden geïdentificeerd via hun SIREN-nummer — de Franse nationale bedrijfsidentifier. De Annuaire is publiek toegankelijk en wordt continu bijgewerkt.

Dit betekent dat u, zodra u het SIREN-nummer van een Franse ontvanger heeft, kunt bepalen waar de factuur naartoe gerouteerd moet worden zonder de klant te hoeven raadplegen. Frankrijk heeft routeringstransparantie ingebouwd in de publieke infrastructuur. De Direction Générale des Finances Publiques (DGFiP) werd in 2025 de Franse Peppol Autoriteit, en Peppol-connectiviteit tussen gecertificeerde platforms is verplicht, waardoor Peppol als interoperabiliteitslaag tussen platforms fungeert.

VAE

De VAE implementeert e-facturatie op basis van een Peppol 5-corner model, waarbij de overheid als vijfde hoek optreedt. Of er een centrale routeringsdirectory vergelijkbaar met de Franse Annuaire komt, is nog niet bevestigd in gepubliceerde specificaties.

Wat er wél bestaat, en waar het ophoudt

Het zou onterecht zijn te stellen dat er geen oplossingen bestaan voor de adresseringsuitdaging. Een aantal internationale compliance-leveranciers heeft robuuste systemen gebouwd die meerdere landen, meerdere e-facturatie-beleidsvormen en meerdere identifier-types ondersteunen. Deze oplossingen adresseren alle drie de hierboven beschreven lagen, en doen dat effectief.

Hun positionering is enterprise. Het prijsmodel, het implementatietraject en de contractstructuur zijn afgestemd op grote organisaties met hoge transactievolumes en een toegewijd finance operations-team. Voor kleinere en middelgrote bedrijven die internationaal factureren aan een beperkt aantal landen, zijn dit geen realistische opties.

De markt voor kleinere bedrijven bestaat uit een groot aantal leveranciers, elk sterk in een beperkte set landen, elk met eigen lookuplogica. Dit is niet toevallig. De fragmentatie van registers, beleid en identifiers maakt brede dekking tegen lage kosten structureel moeilijk. Leveranciers schieten niet tekort in ambitie. De onderliggende infrastructuur ondersteunt het simpelweg niet.

De marktdynamiek achter de kloof

Om te begrijpen waarom deze kloof blijft bestaan, helpt het om te kijken naar de economische logica die ten grondslag ligt aan verschillende e-facturatie-netwerkmodellen.

In een 3-corner model heeft één Business Service Provider (BSP) een monopoliepositie bij het onboarden van leveranciers aan een specifieke koper of netwerk. Die BSP kan de voorwaarden stellen: volledige identiteitsverificatie eisen, authenticatienormen opleggen en onboardingskosten rekenen. Leveranciers hebben geen alternatieve route — wie toegang wil tot de kopende partij, moet voldoen. Dit creëert wrijving en kosten voor de leverancier, maar het schept ook een verifieerbare keten: de koper, en in het verlengde daarvan de belastingautoriteit, kan erop vertrouwen dat de verzender geïdentificeerd en geauthenticeerd is conform de geldende vereisten.

Het 4-corner en 5-corner model — zoals gebruikt in Peppol en vergelijkbare open netwerken — keert deze logica om. In een concurrerende markt van gecertificeerde serviceproviders is elke aanvullende onboardingseis een potentieel concurrentienadeel. Een leverancier die uitgebreide identiteitsverificatie eist, verliest potentiële klanten aan een concurrent die sneller en goedkoper toegang biedt. De markt drijft onboarding daarmee richting het technisch vereiste minimum, in plaats van het compliance-maximum dat het publieke belang zou kunnen rechtvaardigen.

Dit is geen ontwerpfout in Peppol. Het is een voorspelbaar gevolg van de combinatie van open netwerkarchitectuur met een concurrerende providermarkt — een combinatie die wel degelijk reële voordelen oplevert: lagere drempels, snellere adoptie, breder bereik en toegang voor kleinere bedrijven die door een monopolistische BSP nooit bediend zouden worden. De afruil is dat compliance-diepte — waaronder gedegen identificatie en authenticatie van verzenders — niet door de netwerkstructuur alleen wordt gegarandeerd.

Landen die fiscale controle prioriteren — Italië, Spanje, Polen, Griekenland — hebben een expliciete conclusie getrokken uit deze afruil. Door te kiezen voor clearance-modellen met een centraal overheidsplatform in de transactiestroom, borgen zij dat identificatie, authenticatie, routering en fiscale rapportage wettelijk geregeld zijn in plaats van overgelaten aan marktprikkels. Die keuze is coherent, ook al gaat zij ten koste van interoperabiliteit en de flexibiliteit die open netwerken bieden.

De uitdaging die resteert is er een die geen individuele serviceprovider kan oplossen: in een concurrerend netwerk valt de last van grondige compliance op degenen die haar willen dragen, terwijl het voordeel — een betrouwbaar, geverifieerd netwerk — iedereen ten goede komt. Dat is een klassiek collectieve-goederenprobleem, en collectieve-goederenproblemen vragen doorgaans om een publieke oplossing.

Van bilaterale compliance naar overheidsgedreven mandaten

Decennialang was e-facturatie compliance een bilaterale aangelegenheid. Een leverancier paste zich aan aan de technische eisen van elke individuele klant: Electronic Data Interchange (EDI)-formaten, klantspecifieke portals, overeengekomen bestandsstructuren. De ontvanger dicteerde de voorwaarden en de leverancier volgde. Grote oplossingen werden gebouwd op precies die logica.

Dat model is aan het kantelen. Overheden introduceren nu mandaten die niet alleen bepalen wat een factuur moet bevatten, maar ook technische eisen stellen aan de infrastructuur, de berichtstandaard en de semantische structuur van de data. Compliance is niet langer een bilaterale afspraak tussen twee handelspartners. Het is een multilaterale verplichting waarbij overheden de spelregels bepalen.

Deze verschuiving is precies wat de uitdaging rondom het e-factuuradres ontvanger zichtbaarder maakt dan ooit. In een wereld van bilaterale afspraken vroeg u uw klant om zijn adres. In een wereld van overheidsgedreven mandaten moet uw systeem dat adres kennen, valideren en correct routeren: geautomatiseerd, op schaal, in meerdere landen tegelijk.

Een kloof die geagendeerd moet worden

De Annuaire in Frankrijk toont aan dat routeringstransparantie als publieke infrastructuur realiseerbaar is. Een leverancier kan bepalen waar een factuur naartoe gerouteerd moet worden zonder de ontvanger te hoeven raadplegen, mits hij het nationale identifier bezit.

De logische volgende stap — een interoperabele grensoverschrijdende routeringsdirectory als Europese of internationale basisvoorziening — staat momenteel op geen enkele beleidsagenda. Dat is het benoemen waard. ViDA 2030 regelt de transactierapportage tussen lidstaten. Maar de vraag wie borgt dat het e-factuuradres ontvanger van een grensoverschrijdende handelspartner vindbaar, gevalideerd en actueel is, blijft op beleidsniveau onbeantwoord.

De meest waardevolle vorm van auto-discovery gaat verder dan dat: een systeem dat, gegeven een bedrijfsnaam of fiscaal identifier, niet alleen teruggeeft of de ontvanger bereikbaar is, maar ook via welk netwerk of platform — Peppol, DBNAlliance, een nationaal clearance-systeem of een gecertificeerde PA. Dat is de ontbrekende schakel voor leveranciers die in meerdere landen actief zijn. Het bestaat nog niet als gestandaardiseerde dienst.

Structureel adresseren van deze uitdaging vereist ook een gesprek over hoe e-facturatie-netwerkinfrastructuur bestuurd wordt. Twee paden zijn het overwegen waard.

Het eerste is een meer intergouvernementeel governance-model voor netwerken als Peppol. Vandaag is OpenPeppol een non-profitvereniging die primair wordt bestuurd door haar ledenserviceproviders en nationale Peppol Autoriteiten. Een meer op publiek belang georiënteerd alternatief zou overheden een structurele zetel geven bij het bepalen van de compliance-normen die het netwerk handhaaft — niet alleen de technische specificaties. Een vergelijkbaar model bestaat al in de internationale financiën: de Bank for International Settlements (BIS) is eigendom van en wordt bestuurd door centrale banken, die zelf publieke instellingen zijn. De board bestaat uit gouverneurs van centrale banken, niet uit commerciële banken. Het resultaat is een netwerkinfrastructuur die systemische publieke belangen dient, niet alleen ledenbelangen. Een vergelijkbaar construct toegepast op de governance van e-facturatienetwerken — waarbij overheden via aangewezen vertegenwoordigers mede de compliance-vloer bepalen waaraan elke serviceprovider moet voldoen — zou de hierboven beschreven marktdynamiek fundamenteel veranderen. Het zou een gelijk speelveld creëren waarbij onboarding-diepgang een gedeelde basisnorm is, geen concurrentievariabele.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) biedt een ander referentiepunt. Haar Council functioneert op ambassadeursniveau, waarbij elk lidland vertegenwoordigd is door een permanente gedelegeerde. Dit is een puur intergouvernementeel model — lidstaten, niet sectoren, bepalen de agenda. Toegepast op e-facturatie zou een vergelijkbare structuur landen in staat stellen te coördineren op gedeelde compliance-normen over landsgrenzen heen, in plaats van dat ieder land zijn eigen nationale laag bovenop een gedeelde routeringsinfrastructuur bouwt.

Het tweede pad is pragmatischer: accepteren dat Peppol en vergelijkbare netwerken primair blijven functioneren als routeringsinfrastructuur, terwijl nationale compliance-lagen — onboarding, identificatie, authenticatie — de verantwoordelijkheid blijven van afzonderlijke landen. Dit is al de richting die de praktijk op gaat. De praktische consequentie voor internationaal opererende bedrijven is dat betreden van een nieuwe markt betekent dat zij door het onboardingsproces van dat land moeten, ongeacht aan welk netwerk zij al verbonden zijn. Dit van tevoren weten, en een serviceprovider kiezen die die nationale integraties al heeft gebouwd, wordt onderdeel van de markttoetredings-beslissing in plaats van een bijzaak.

Beide paden zijn coherent. Maar zij leiden tot sterk verschillende toekomsten voor internationaal opererende bedrijven, en zij verdienen een expliciet beleidsdebat in plaats van een uitkomst bij gebrek aan sturing.

Bronnen

VIES — VAT Information Exchange System — officieel EU-validatiesysteem voor btw-nummers. Europese Commissie. https://europa.eu/youreurope/business/taxation/vat/check-vat-number-vies/index_en.htm

EU BTW-richtlijn — Richtlijn 2006/112/EG van de Raad — de juridische grondslag die het delen van btw-informatie tussen lidstaten regelt. EUR-Lex. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32006L0112

EDPS — European Data Protection Supervisor — institutioneel overzicht. EDPS. https://www.edps.europa.eu/

Peppol Interoperability Framework — Overzicht van het 4-corner model, SML en SMP. OpenPeppol. https://peppol.org/learn-more/peppol-interoperability-framework/

Peppol Directory — Publieke zoekinterface voor geregistreerde Peppol-deelnemers. OpenPeppol. https://directory.peppol.eu/

Companies House API — Ontwikkelaarsdocumentatie voor de API van het Britse bedrijfsregister. Companies House (Britse overheid). https://developer.company-information.service.gov.uk/

KvK Developer Portal — API-documentatie van de Nederlandse Kamer van Koophandel. https://developers.kvk.nl/

KBO/BCE Publiek Zoeken — Kruispuntbank van Ondernemingen — publiek register België. Belgische overheid. https://kbopub.economie.fgov.be/

Handelsregister — Duits handelsregister — gefedereerd systeem. Bundesministerium der Justiz. https://handelsregister.de/

ABR — ABN Lookup — Australian Business Register — gratis publieke ABN-zoekservice. Australische overheid. https://abr.business.gov.au/

CAC Nigeria — Corporate Affairs Commission — publiek zoekportaal van het Nigeriaanse bedrijfsregister. https://search.cac.gov.ng/

RUES Colombia — Registro Único Empresarial y Social — Colombiaans centraal bedrijfsregister. https://www.rues.org.co/

SAT Mexico — Servicio de Administración Tributaria — Mexicaanse belastingdienst en RFC-validatie. https://www.sat.gob.mx/

DBNAlliance — Digital Business Networks Alliance — het Amerikaanse open uitwisselingsnetwerk voor e-facturatie. DBNAlliance. https://dbnalliance.org/

PPF / Annuaire — Portail Public de Facturation — Frans centraal factuurportaal en ontvangersdirectory. DGFiP. https://portail-facturation.dgfip.finances.gouv.fr/

BIS — Bank for International Settlements — governancestructuur en samenstelling van de board. BIS. https://www.bis.org/

OESO Council — Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling — Council en vertegenwoordiging op ambassadeursniveau. OESO. https://www.oecd.org/en/about/structure/council.html

Vergelijkingstool — Vergelijk gecertificeerde Peppol Serviceproviders. Peppol.nu. https://peppol.nu/vergelijker/

4-corner / 5-corner model — Kennisbankpagina over hoe het 4-corner en 5-corner model werken. Peppol.nu. https://peppol.nu/kennisbank/4-corner-5-corner-model/

Wat dit betekent bij de keuze van een leverancier

Bij de selectie van een e-facturatieoplossing zijn dit de vragen die zelden worden gesteld maar het meest uitmaken in de dagelijkse praktijk.

In welke landen moet de oplossing het e-factuuradres ontvanger kunnen bepalen? Hoe lost de leverancier alle drie de lagen op voor die specifieke landen? Wat gebeurt er als de ontvanger nog niet is geregistreerd op enig netwerk? En kan de oplossing meegroeien naarmate nieuwe mandaten van kracht worden?

Leveranciers die deze vragen concreet beantwoorden — per land en per laag — zijn de moeite van het vergelijken waard.

Vergelijk gecertificeerde e-facturatie serviceproviders op Peppol.nu  |  Hoe het 4-corner en 5-corner model werken

E-invoicing recipient address: why finding your customer differs by country — and what it means for your business

You have prepared an e-invoice. The data is correct, the format is compliant, and your system is ready to send. Then comes the question that catches more businesses off guard than any technical specification: what do you enter as the e-invoicing recipient address?

Depending on where your customer is located, the answer might be a VAT number, a national company registration number, a Peppol Participant ID, a platform-specific code, or a combination of these. The tools available to find that address vary enormously by country. And the honest answer you will find in many support guides — “ask your customer directly” — is correct, but it is not a scalable process for any business that invoices internationally with any regularity.

This article unpacks why finding the right e-invoicing recipient address is a genuine challenge, why it differs by country, and what it means when you select an e-invoicing solution.

Three layers, three challenges

Correctly addressing an e-invoice to a new international recipient involves three distinct layers, each with its own complexity.

The first is the registration layer: where are businesses registered, and is that data available in a machine-readable way? The second is the lookup layer: how do you connect a company name to a fiscal identifier? The third is the addressing layer: how do you translate that identifier into a valid e-invoicing recipient address within the applicable system?

Each layer has its own fragmentation. Platforms that solve this well address one or two layers effectively. Rarely all three, and rarely consistently across borders.

Layer 1: The registration layer

Every lookup starts with a business registry. But these registries differ fundamentally by country — in governance, in accessibility, and in how machine-readable their data actually is. A lookup chain that works in one country may have no technical foundation in another.

Europe

The UK’s Companies House is an executive agency of the British government. It offers a fully open, free application programming interface (API) searchable by company name in real time. This reflects a deliberate policy choice: data only has value when it is used.

The Netherlands’ Kamer van Koophandel (KvK) is a government organisation. An API is available, but access is restricted to entities registered in the Netherlands. Foreign parties that need access to Dutch business data must work through recognised brokers rather than the API directly.

Belgium’s Crossroads Bank for Enterprises (KBO/BCE), where BCE stands for Banque-Carrefour des Entreprises in French, is a government registry offering API access on a paid basis.

Germany’s Handelsregister operates as a federated system managed at state level by individual courts. No central API exists.

Asia-Pacific

Australia operates two parallel systems. The Australian Business Register (ABR) maintains ABN Lookup, a free public web service for validation and lookup by Australian Business Number (ABN). The Australian Securities and Investments Commission (ASIC) manages the company register, searchable by company name or Australian Company Number (ACN), with basic information available free of charge and more detailed extracts on a paid basis. Neither offers the same fully open API model as the UK’s Companies House.

Africa

Nigeria’s Corporate Affairs Commission (CAC) maintains a public search portal searchable by company name or Registration Certificate number (RC number). The CAC does not offer a direct official machine-readable API. Access to CAC data for software integration is provided through third-party verification providers that wrap the underlying registry data — an unofficial but functioning market solution.

Latin America

Colombia’s Registro Único Empresarial y Social (RUES), managed by the chambers of commerce, provides free access to basic business registration data, supports comma-separated value (CSV) and plain text (TXT) downloads, and is searchable by company name.

Mexico’s Servicio de Administración Tributaria (SAT) allows validation of the Registro Federal de Contribuyentes (RFC) — Mexico’s tax identifier — but only by entering the RFC directly, one at a time, with a CAPTCHA verification step. Searching by company name to retrieve an RFC is not supported through the official portal. The SAT is primarily a tax authority, not a searchable business registry in the way European or Australian registries operate.

Middle East

The United Arab Emirates (UAE) does not have a single unified business registry. Mainland companies register with the Department of Economic Development (DED) at the emirate level, while dozens of free zones each maintain their own separate registries. There is no central, cross-registry searchable database.

North America

The United States has no mandatory federal business registry. Company registration takes place at the state level, resulting in fifty separate systems with varying levels of digital accessibility. The Digital Business Networks Alliance (DBNAlliance) operates the US e-invoicing exchange network, with addressability based on identifiers such as Employer Identification Number (EIN), Data Universal Numbering System (DUNS) number, and Global Location Number (GLN) — but these are not derived from a single public registry.

The pattern

The contrast is clear. Some countries have made their registries openly accessible as public infrastructure. Others restrict access by nationality or charge for it. Several have no machine-readable central access at all. The further from Europe, the more fragmented the picture becomes. Any lookup chain that an e-invoicing platform builds for one market must be rebuilt — often from scratch — for the next.

Layer 2: The lookup layer

Where layer 1 permits it, platforms can build a lookup chain: company name to registration number to fiscal identifier. The best e-invoicing solutions already do this today, combining a registry API with a Peppol Service Metadata Publisher (SMP) lookup so that a user can search by name while the system resolves the correct e-invoicing recipient address under the surface.

This works well, but only when three conditions are met. The registry must offer machine-readable access. The recipient must already be registered on the network. And the sender and recipient must sit within the same registry ecosystem.

Cross-border breaks the chain. A Dutch supplier looking up a Belgian customer needs a KBO/BCE integration, not a KvK integration. A German counterpart has no central API to query. An Australian or Nigerian recipient follows a different identifier logic entirely.

Europe does have a cross-border information infrastructure that connects all 27 member states and covers millions of registered businesses. It is called the VAT Information Exchange System (VIES), operated by the European Commission. And it is precisely here that the gap between potential and reality is most visible. VIES validates VAT numbers but does not allow searching by company name — and that is the central limitation: this infrastructure cannot answer the most basic lookup question a supplier faces — who is this company, and what is their identifier? The potential is there. The access is not.

This is a deliberate privacy decision, not a technical one. Some member states, including Germany and Spain, do not even return name information when a valid number is confirmed. The argument for caution is legitimate: open name-based lookup at scale creates risks of data harvesting and misuse. But the current restriction is a blunt instrument. Technically, controlled access is achievable — through API keys requiring authenticated registration, strict purpose limitation to invoice-related queries, rate limiting to prevent bulk extraction, and audit logging of all requests. These are mechanisms already in use in other European business registries, and they are fully compatible with the General Data Protection Regulation (GDPR).

Unlocking even a limited form of name-based lookup in VIES would require a policy change at European level. The legal basis is the EU VAT Directive (2006/112/EC), which governs what data member states share through VIES. Any structural change requires a legislative proposal from the European Commission, followed by agreement between the Council of the EU — representing member states — and the European Parliament. The European Data Protection Supervisor (EDPS) would need to be involved in any privacy impact assessment. This is not a quick process. But it is a tractable one, and it is worth naming as an explicit policy objective — particularly in the context of the VAT in the Digital Age (ViDA) reform agenda already underway.

Layer 3: The addressing layer per e-invoicing regime

Even with the correct fiscal identifier in hand, translating it into a valid e-invoicing recipient address is not automatic. The answer depends on the e-invoicing regime in force in the recipient’s country.

Peppol countries: Belgium, Netherlands, Australia, Nigeria

In Peppol countries, the Peppol Participant ID consists of a scheme code combined with an identifier. The scheme differs by country: the Netherlands uses the KvK number, Belgium uses the KBO/BCE enterprise number, other countries use GLN or DUNS.

Peppol has auto-discovery functionality, through its Service Metadata Locator (SML) and SMP. When a Peppol Access Point sends a document, it queries the SML to find which SMP holds information about the recipient, then retrieves the technical endpoint from that SMP. This routing process is automated and happens in milliseconds.

The critical nuance is that the SML/SMP resolves the routing question, not the discovery question. You already need the recipient’s Peppol Participant ID to initiate the lookup. If you only have a company name, the technical infrastructure does not help you from that starting point.

The Peppol Directory offers a human-readable search interface, but publication of a Business Card in the Directory is voluntary at the OpenPeppol level. A business can be fully reachable on the Peppol network without appearing in the Directory. In the Netherlands, broad adoption of this discoverability function has not materialised. The result is that a supplier wanting to know whether a customer is reachable via Peppol has no reliable central source to consult.

United States: DBNAlliance

The US has no government mandate for e-invoicing. The DBNAlliance, a nonprofit established by the Business Payments Coalition and the Federal Reserve, operates an open exchange network for B2B e-invoicing based on a four-corner model. American business identifiers such as EIN, DUNS, and GLN are used for addressing. Adoption is voluntary and growing. Businesses not connected to the network are not reachable through it, and there is no central directory to verify connectivity before attempting to send.

Clearance countries: Mexico, Colombia

In clearance countries, the tax authority sits at the centre of every transaction. Mexico’s SAT and Colombia’s Dirección de Impuestos y Aduanas Nacionales (DIAN) validate invoices before they reach the recipient. But the supplier must still provide the correct fiscal identifier of the recipient to submit the invoice correctly to the platform. The clearance regime ensures compliance, not lookup.

France: the Annuaire as routing infrastructure

France is instructive as a counterpoint to the general pattern. The Portail Public de Facturation (PPF) manages a central registry called the Annuaire, which records which certified Plateforme Agréée (PA) each French company uses to receive e-invoices. Companies are identified by their SIREN number — France’s national company identifier. The Annuaire is publicly accessible and continuously updated.

This means that once you have the SIREN number of a French recipient, you can determine where to route the invoice without needing to contact the customer. France has built routing transparency into its public infrastructure. The Direction Générale des Finances Publiques (DGFiP) became the French Peppol Authority in 2025, and Peppol connectivity between certified platforms is required, meaning Peppol serves as the interoperability layer between platforms.

UAE

The UAE is implementing e-invoicing on the basis of a Peppol five-corner model, with the government as the fifth corner. Whether a central routing directory comparable to the French Annuaire will be established has not yet been confirmed in published specifications.

What does exist, and where it stops

It would be inaccurate to suggest that no solutions exist for the addressing challenge. A number of international compliance providers have built robust systems that support multiple countries, multiple e-invoicing regimes, and multiple identifier types. These solutions address all three layers described above, and they do so effectively.

Their positioning is enterprise. The pricing model, implementation trajectory, and contract structure are designed for large organisations with high transaction volumes and dedicated finance operations teams. For smaller and mid-sized businesses invoicing internationally across a limited number of countries, these are not realistic options.

The market for smaller businesses consists of a large number of providers, each strong in a limited set of countries, each with their own lookup logic. This is not accidental. The fragmentation of registries, regimes, and identifiers makes broad coverage at low cost structurally difficult. Providers are not failing to build a universal solution out of lack of ambition. The underlying infrastructure simply does not support it.

The market dynamics behind the gap

To understand why this gap persists, it helps to look at the economic logic that underlies different e-invoicing network models.

In a three-corner model, a single Business Service Provider (BSP) holds a monopoly position on onboarding suppliers to a specific buyer or network. That BSP can set the terms: it can require full identity verification, enforce authentication standards, and charge onboarding fees. Suppliers have no alternative route — if they want access to the buying party, they must comply. This creates friction and cost for the supplier, but it also creates a verifiable chain: the buyer, and by extension the tax authority, can trust that the sender has been identified and authenticated in accordance with applicable requirements.

The four-corner and five-corner models — as used in Peppol and comparable open networks — invert this logic. In a competitive market of certified service providers, any additional onboarding requirement is a potential competitive disadvantage. A provider that demands extensive identity verification loses prospective customers to a competitor offering faster and cheaper access. The market therefore drives onboarding toward the technical minimum required to connect to the network, rather than the compliance maximum that public interest might warrant.

This is not a design flaw in Peppol. It is a predictable consequence of combining open network architecture with a competitive provider market — and one that delivers real benefits: lower barriers, faster adoption, broader reach, and access for smaller businesses that would never be served by a monopoly BSP. The trade-off is that compliance depth, including rigorous identification and authentication of senders, is not guaranteed by the network structure alone.

Countries that have prioritised fiscal control — Italy, Spain, Poland, Greece — have drawn an explicit conclusion from this trade-off. By choosing clearance models with a central government platform in the transaction flow, they ensure that identification, authentication, routing, and tax reporting are governed by law rather than left to market incentives. The choice is coherent, even if it comes at the cost of interoperability and the flexibility that open networks provide.

The challenge that remains is one that no individual service provider can resolve: in a competitive network, the cost of doing compliance properly falls on those willing to bear it, while the benefit — a trustworthy, verified network — accrues to everyone. That is a classic public goods problem, and public goods problems typically require a public solution.

From bilateral compliance to government-driven mandates

For decades, e-invoicing compliance was a bilateral matter. A supplier adapted to the technical requirements of each individual customer: Electronic Data Interchange (EDI) formats, customer-specific portals, agreed file structures. The recipient dictated the terms and the supplier followed. Large solution providers built their platforms around exactly that logic.

That model is shifting. Governments are now introducing mandates that do not just specify what an invoice must contain, but also set technical requirements for the infrastructure, the messaging standard, and the semantic structure of the data. Compliance is no longer a bilateral agreement between two trading partners. It is a multilateral obligation in which governments define the rules.

This shift is precisely what makes the e-invoicing recipient address challenge more visible than it has ever been. In a world of bilateral agreements, you asked your customer for their address. In a world of government-driven mandates, your system must know that address, validate it, and route correctly: automatically, at scale, across multiple countries simultaneously.

A gap worth putting on the agenda

France’s Annuaire demonstrates that routing transparency as public infrastructure is achievable. A supplier can determine where to route an invoice without needing to contact the recipient, provided they hold the national identifier.

The logical next step — an interoperable cross-border routing directory as a European or international baseline — is not currently on any policy agenda. That is worth naming explicitly. ViDA 2030 addresses transaction reporting between member states. But the question of who ensures that the e-invoicing recipient address of a cross-border counterpart is findable, validated, and current remains unanswered at the policy level.

The most valuable form of auto-discovery would go further still: a system that, given a company name or fiscal identifier, returns not only whether the recipient is reachable but also via which network or platform — Peppol, DBNAlliance, a national clearance system, or a certified PA. That is the missing link for suppliers operating across multiple countries. It does not yet exist as a standardised service.

Addressing this structurally also requires a conversation about how e-invoicing network infrastructure is governed. Two paths are worth considering.

The first is a more intergovernmental governance model for networks like Peppol. Today, OpenPeppol is a nonprofit association governed primarily by its member service providers and national Peppol Authorities. A more public-interest-oriented alternative would give governments a structural seat in determining the compliance standards that the network enforces — not just the technical specifications. A comparable model already exists in international finance: the Bank for International Settlements (BIS) is owned and governed by central banks, which are themselves public institutions. Its board is composed of central bank governors, not commercial banks. The result is a network infrastructure that serves system-wide public interests, not just member interests. A similar construct applied to e-invoicing network governance — where governments, through designated representatives, co-determine the compliance floors that every service provider must meet — would fundamentally change the market dynamics described above. It would create a level playing field where onboarding rigour is a shared baseline, not a competitive variable.

The Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) offers another reference point. Its Council operates at ambassador level, with each member country represented by a permanent delegate. This is a purely intergovernmental model — member states, not industries, set the agenda. Applied to e-invoicing, a comparable structure would allow countries to coordinate on shared compliance standards across borders, rather than each building its own national layer on top of a shared routing infrastructure.

The second path is more pragmatic: accepting that Peppol and comparable networks will continue to function primarily as routing infrastructure, while national compliance layers — onboarding, identification, authentication — remain the responsibility of individual countries. This is already the direction of travel. The practical consequence for internationally operating businesses is that entering a new market means going through that country’s onboarding process, regardless of what network you are already connected to. Knowing this in advance, and selecting a service provider that has already built those national integrations, becomes part of the market-entry decision rather than an afterthought.

Both paths are coherent. But they lead to very different futures for internationally operating businesses, and they deserve an explicit policy debate rather than an outcome by default.

What this means when you choose a provider

When selecting an e-invoicing solution, these are the questions that rarely get asked but matter most in daily practice.

In which countries must the solution support e-invoicing recipient address resolution? How does the provider solve all three layers for those specific countries? What happens when a recipient is not yet registered on any network? And can the solution scale as new mandates come into force?

Providers that answer these questions concretely — per country and per layer — are worth comparing carefully.

Compare certified e-invoicing providers on Peppol.now  |  How the four-corner and five-corner models work

Sources

VIES — VAT Information Exchange System — official EU VAT number validation tool. European Commission. https://europa.eu/youreurope/business/taxation/vat/check-vat-number-vies/index_en.htm

EU VAT Directive — Council Directive 2006/112/EC — the legal basis governing VAT information sharing between member states. EUR-Lex. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A32006L0112

EDPS — European Data Protection Supervisor — institutional overview. EDPS. https://www.edps.europa.eu/

Peppol Interoperability Framework — Overview of the four-corner model, SML and SMP. OpenPeppol. https://peppol.org/learn-more/peppol-interoperability-framework/

Peppol Directory — Public search interface for registered Peppol participants. OpenPeppol. https://directory.peppol.eu/

Companies House API — Developer documentation for the UK business registry API. Companies House (UK government). https://developer.company-information.service.gov.uk/

KvK Developer Portal — API documentation for the Dutch Chamber of Commerce. Kamer van Koophandel. https://developers.kvk.nl/

KBO/BCE Public Search — Belgian Crossroads Bank for Enterprises — public registry search. Belgian government. https://kbopub.economie.fgov.be/

Handelsregister — German commercial register — federated system. Bundesministerium der Justiz. https://handelsregister.de/

ABR — ABN Lookup — Australian Business Register — free public ABN lookup service. Australian government. https://abr.business.gov.au/

CAC Nigeria — Corporate Affairs Commission — Nigerian company registry public search. https://search.cac.gov.ng/

RUES Colombia — Registro Único Empresarial y Social — Colombian unified business registry. https://www.rues.org.co/

SAT Mexico — Servicio de Administración Tributaria — Mexican tax authority and RFC validation. https://www.sat.gob.mx/

DBNAlliance — Digital Business Networks Alliance — the US open e-invoicing exchange network. DBNAlliance. https://dbnalliance.org/

PPF / Annuaire — Portail Public de Facturation — French central invoicing portal and recipient directory. DGFiP. https://portail-facturation.dgfip.finances.gouv.fr/

BIS — Bank for International Settlements — governance structure and board composition. BIS. https://www.bis.org/

OECD Council — Organisation for Economic Co-operation and Development — Council and ambassador-level representation. OECD. https://www.oecd.org/en/about/structure/council.html

Comparison tool — Compare certified Peppol Service Providers. Peppol.now. https://peppol.now/comparison/

4-corner / 5-corner model — Knowledge base article on how the four-corner and five-corner models work. Peppol.now. https://peppol.now/knowledge/four-corner-five-corner-model/

“Can I take my Peppol ID to another service provider?” – Why this should be simpler

Last week, I received a phone call at Peppol.nu from a Belgian entrepreneur. He had once tried an invoicing portal solution from a Peppol service provider, but now wanted to purchase a Peppol connection through a different Peppol Service Provider. “Simple, right?” he thought. “Just take my Peppol ID with me and done.”

To his surprise, the process turned out to be anything but simple. In fact, he discovered that his Peppol ID wasn’t “his” in the same way his domain name or phone number was. It turned out to be registered in his current provider’s system, and switching would become an entire administrative process in which he was dependent on the cooperation of both parties.

“How is this possible?” he asked bewildered. “When I want to switch web hosts, I simply request a transfer code, enter it at my new host, and done. Why is this so much more complicated with Peppol?”

It’s an excellent question. And honestly: he’s right. In this article, I’ll explain how it works now, why this is problematic, and – more importantly – how it could be much better. Because the current situation creates unnecessary vendor lock-in and hampers the free competition that is so important for a healthy market.

First the basics: What is a Peppol ID anyway?

Before we delve deeper into the problem, let’s go back to basics. A Peppol ID (also called Peppol Participant Identifier) is your unique address within the Peppol network. It essentially works like a postal address for electronic documents.

Format of a Peppol ID:

A Peppol ID consists of two parts:

  • Schema ID: The type of identification (for example 0106 for Chamber of Commerce number in the Netherlands, or 9944 for VAT number)
  • Participant ID: The actual number (for example your Chamber of Commerce number 12345678)

Together they form something like: 0106:12345678

This Peppol ID is used by other companies that want to invoice you via the Peppol network. They send their invoice to this address, and the Peppol network ensures it reaches you – just like the postal system delivers a letter to your physical address.

How does it work now? The role of the SMP

This is where it gets technical, but it’s important to understand why switching is so difficult. Within the Peppol network, there’s something called the SMP – the Service Metadata Publisher. Think of the SMP as a kind of phone book or address book for the Peppol network.

The function of an SMP: When a supplier wants to send an invoice to you, the following happens:

  1. They know your Peppol ID (for example 0106:12345678)
  2. Their system queries the SMP network: “Where should I send this invoice?”
  3. The SMP system responds: “This Peppol ID is registered with Access Point X of service provider Y”
  4. The invoice is then sent via the network to that specific Access Point
  5. Your service provider receives the invoice and delivers it to you

And here lies the problem:

Each Peppol service provider manages its own SMP. When you become their customer, they register your Peppol ID in their own SMP system. They own that SMP, they manage it, and all Peppol IDs of their customers are registered in it.

This means in practice that your Peppol ID is “locked” to the infrastructure of your current service provider.

This means in practice that your Peppol ID is “stuck” to your current service provider’s infrastructure.

The switching process: How complex is it now?

Let’s look at what needs to happen if you want to switch to another Peppol service provider. I’ll take you through the necessary steps.

Step 1: Contact your current provider

You need to let your current service provider know that you want to switch. This seems logical, but here’s where it starts:

Possible complication: Some providers have notice periods in their contracts. You might be locked in for months.

What you encounter:

  • “Why do you want to leave?” questions you’d rather not answer
  • Retention attempts: offers to stay, discounts, improvements
  • Slow responses – especially if the provider isn’t happy you’re leaving

Step 2: Contact your new provider

You’ve chosen a new service provider and want to join them.

What needs to happen:

  • Go through onboarding process with new provider
  • Sign contracts
  • Possibly set up new invoicing software or connections
  • Explain that you have an existing Peppol ID you want to take with you

Step 3: The technical transfer

Now comes the difficult part. Two things need to happen:

A. De-registration with old provider: Your old service provider must remove your Peppol ID from their SMP. This is called “de-registering” or “unpublishing”.

Complications:

  • This is a manual action by your old provider
  • There’s no standardized deadline within which this must happen
  • If your old provider is unwilling or slow, this can take days to weeks
  • Some providers even charge a fee for this

B. Registration with new provider: Your new service provider must register your Peppol ID in their own SMP.

Complications:

  • Technically, this can only happen after the old registration is removed
  • Otherwise you get an error message: “This Peppol ID is already registered with another service provider”
  • So the timing must be perfect

Step 4: The dangerous time window

This is where it gets really problematic. A critical time window emerges between de-registration with your old provider and registration with your new provider.

What happens during this window:

  • Your Peppol ID technically no longer exists in the network
  • Suppliers who try to send an invoice to your Peppol ID during this period receive an error message
  • Their systems report: “Unknown Peppol ID” or “Participant not found”
  • These invoices do not arrive
  • Your suppliers must send the invoice another way (email, paper)

The practical impact: Imagine you’re a medium-sized company with 50 suppliers invoicing via Peppol. If the transfer takes 3 days, and 10 of those suppliers happen to invoice during that period, then:

  • 10 invoices miss their automatic route
  • 10 suppliers must fall back on manual sending
  • Your accounts payable department must manually process 10 invoices instead of automatically
  • Confusion arises among both suppliers and your own administration

Step 5: Communication to suppliers

After the transfer, you should really inform all your suppliers that your Peppol ID is now with a new provider.

Why is this necessary? Technically it’s not necessary – the SMP network automatically handles routing to your new provider. BUT: some systems cache SMP information, meaning they hold onto the old Access Point address for a while.

What you need to do:

  • Email to all suppliers: “Our Peppol ID is unchanged, but we’re now with a new service provider”
  • Ask them to refresh any caches
  • Watch the first invoices after the switch extra carefully

Step 6: Monitoring and follow-up

The first weeks after the switch, you need to be extra alert:

Checkpoints:

  • Are all invoices still arriving?
  • Are suppliers reporting problems?
  • Are all system integrations still working?
  • Is the routing via the SMP correctly updated?

The real problems with the current situation

Now that you know the process, let’s look at why this is so problematic – not just practically, but also in principle.

Problem 1: Vendor lock-in

This is the biggest problem. The current architecture unintentionally creates a form of vendor lock-in:

Why it’s difficult to leave:

  • You depend on your old provider’s cooperation for de-registration
  • The switching process is complex and risky (that time window where invoices can be lost)
  • You must coordinate multiple parties
  • There’s downtime when you’re not reachable

The consequence:

Entrepreneurs stay with a service provider longer than they actually want to, simply because switching is too much hassle. This is bad for competition and artificially maintains prices and service quality at a certain level.

Comparison with other services:

  • Mobile telephony: Number portability takes one day, provider must legally cooperate
  • Domain names: Request transfer code, enter at new host, done in a few hours
  • Bank account: IBAN stays the same, you can even use the switching service
  • Energy: Switch is arranged by new supplier, you do almost nothing

With Peppol, switching is more difficult than all these services, even though technically it doesn’t have to be.

Problem 2: No standard transfer procedure

There’s no standardized, mandatory procedure for transferring a Peppol ID. This means:

Variation per provider:

  • Provider A de-registers within 24 hours
  • Provider B has a “processing time of 5 working days”
  • Provider C charges a €50 fee for de-registration
  • Provider D tries to keep you with special offers and drags things out

No legal protection:

  • There’s no deadline within which the old provider must cooperate
  • There’s no guarantee it will be quick
  • There’s no oversight of abuse of the power position

Problem 3: Risk of downtime

That critical time window between de-registration and re-registration is unavoidable with the current architecture. This isn’t just annoying, but can also have financial consequences:

Possible damage:

  • Missed invoices that must later be manually processed (extra costs)
  • Delayed payments because invoices don’t arrive
  • Loss of automation benefits (temporarily back to manual work)
  • Reputational damage with suppliers experiencing problems

For a large company receiving dozens of invoices daily via Peppol, a week-long switching period can cause significant operational problems.

Problem 4: Barrier to market functioning

The complexity of switching slows healthy competition:

Impact on the market:

  • New, innovative service providers struggle to attract customers
  • Existing providers have little incentive to improve or lower prices
  • Customers remain “stuck” with mediocre service
  • The market becomes less dynamic than it could be

This is bad for entrepreneurs because it means they can’t optimally benefit from technological progress and market competition.

How it can be better: Lessons from the domain name industry

Now we get to the heart of this article: it doesn’t have to be this complex. There’s a working model we can use as inspiration: the domain name industry.

Let’s look at how that works in the Netherlands, and how we can apply this model to Peppol.

The domain model: How does it work?

In the Netherlands, the .nl domain space is managed by SIDN (Foundation for Internet Domain Registration in the Netherlands). The system works as follows:

The roles:

1. SIDN (the registrar) – the central authority

  • Manages the central registration of all .nl domain names
  • Publishes the .nl zone file in the DNS (Domain Name System)
  • Determines rules and standards
  • Ensures a level playing field

2. Web hosting companies / domain registrars – the service providers

  • Offer services to end customers (hosting, email, etc.)
  • Can register domain names with SIDN on behalf of their customers
  • Compete on price, service, functionality
  • Have no “ownership” of their customers’ domains

3. Companies and individuals – the end users

  • Register domain names via a web host of choice
  • Own their domain name
  • Can freely switch between providers

How does a domain transfer work?

The process is elegant and efficient:

Step 1: Request transfer code You log into your current web host and request a transfer code (also called “auth-code” or “EPP-code”) for your domain name. This code is generated within minutes.

Step 2: Enter transfer code at new host You give the transfer code to your new web host. They enter it with SIDN.

Step 3: Automatic transfer SIDN processes the transfer. The domain name is transferred in the central registration to the new provider. This happens automatically without human intervention.

Step 4: Done Your domain name simply continues working throughout the process. There’s no downtime. Visitors notice nothing.

Duration: Usually within 24 hours, sometimes even within a few hours.

Important characteristics:

  • No permission from old host needed – only the transfer code
  • No downtime – the domain name keeps working
  • Automated – no human actions at old or new host
  • Fast – typically within one day
  • Affordable – often no extra costs

The crucial differences with Peppol

Let’s put the two systems side by side:

AspectDomain names (.nl)Peppol (now)Peppol (how it should be)
Central registrationSIDN manages all .nl domainsEach provider manages own SMPPeppol Authority manages central SMP
OwnershipCustomer owns domainPeppol ID is in provider’s SMPCustomer owns Peppol ID
Transfer methodTransfer code, automatedManual de-registration + re-registrationTransfer code, automated
DowntimeNoneYes, critical time windowNone
Old provider cooperationNot needed (except transfer code)Required for de-registrationNot needed (except transfer code)
Duration1-24 hoursDays to weeks1-24 hours
Vendor lock-inMinimalSignificantMinimal

The proposal: A central, independent SMP system

Here comes my plea for change. I propose that we restructure the Peppol system to a model more like the domain name industry. This would involve the following:

A new architecture for Peppol

1. Central SMP registration Instead of each service provider managing their own SMP, there should be one central, independent SMP system, managed by the Peppol Authority of each country.

For the Netherlands this would mean:

  • The Dutch Peppol Authority (appointed by the government or the industry) manages one central SMP
  • All Dutch Peppol IDs are registered in this central system
  • The central SMP contains for each Peppol ID a reference to the current service provider

Analogous to: SIDN centrally registering all .nl domains and publishing the DNS zone file.

Analogous to: SIDN centrally registering all .nl domains and publishing the DNS zone file.

2. Service providers as “web hosting companies” Peppol service providers would function like web hosting companies:

  • They offer services (invoicing software, support, integrations)
  • They have a Peppol Access Point (comparable to a web host’s mail server)
  • They can register Peppol IDs in the central SMP on behalf of their customers
  • They have no ownership of their customers’ Peppol IDs

The transfer process in the new model

Let’s walk through how a switch would work with this new architecture:

Step 1: Request transfer code You log into your current Peppol service provider’s portal and request a transfer code for your Peppol ID. It’s automatically generated.

Why simple:

  • Automated process, no human intervention needed
  • Immediately available, no waiting time
  • Legally required to be provided within 24 hours (like domain names)

Step 2: Onboarding with new provider You sign up with your new Peppol service provider and indicate during the onboarding process that you have an existing Peppol ID. You enter the transfer code.

Step 3: Automatic transfer via central SMP The new provider sends the transfer code to the central SMP system. The system:

  • Validates the transfer code
  • Verifies it belongs to the correct Peppol ID
  • Verifies the code is still valid (not expired, not already used)
  • Updates the central registration: the Peppol ID is now linked to the new provider’s Access Point
  • Automatically informs both old and new provider

Step 4: Done – no downtime The entire process is complete. Your Peppol ID remains reachable during the transfer:

  • The central SMP is atomically updated (in one transaction)
  • There’s no time window when the Peppol ID isn’t reachable
  • Invoices sent during the transfer simply arrive

Duration: 1-24 hours, fully automated.

The advantages of this new model

Let’s look at what this new architecture solves:

1. Elimination of vendor lock-in

  • Switching is as easy as with a domain name
  • Old provider cannot block or delay the transfer
  • Customers have real freedom of choice

2. No downtime during transfer

  • The central SMP is updated at once
  • There’s no dangerous time window
  • Invoices keep arriving

3. Speed

  • Transfer within 24 hours instead of days or weeks
  • Automated process without manual steps
  • Predictable procedure for everyone

4. Fair competition

  • Service providers must compete on price, quality and service
  • Innovative newcomers get a fair chance
  • Existing players cannot artificially retain customers
  • The market becomes more dynamic and efficient

5. Transparency

  • Clear, uniform procedures for everyone
  • No ambiguity about rights and responsibilities
  • Protection of the end user

6. Scalability for the future

  • With mandatory e-invoicing in more and more countries, millions of companies will get a Peppol ID
  • A central, automated system scales much better than decentralized SMPs per provider
  • Administrative burden of switching remains manageable

What needs to happen for this change?

This isn’t a small adjustment – it’s a fundamental revision of how Peppol infrastructure works. But it’s not impossible. Here’s what’s needed:

1. Support from Peppol Authorities National Peppol Authorities (in the Netherlands not yet formally designated, but in the works) must embrace this vision. They have the power to change standards and rules.

2. Technical implementation A central SMP system must be built and managed. This isn’t technically particularly complex – the domain registration system is more complicated. The challenge lies more in governance and financing.

3. Migration of existing registrations All existing Peppol IDs currently spread across hundreds of provider SMPs must be migrated to the central system. This requires:

  • Coordinated migration planning
  • Cooperation from all existing service providers
  • Communication to all end users
  • A transition period where both systems coexist

4. Legal anchoring Ideally, the right to transferability is legally established, just like with phone numbers and domain names. This could be done in the national implementation of the EU ViDA directive.

5. Financing The central SMP system must be financed. Possible models:

  • Small registration fee per Peppol ID (like domain names)
  • Government subsidy (as part of business digitalization)
  • Contribution from connected service providers

A realistic roadmap

What would such a transition look like in practice? Here’s a possible timeline:

2025: Exploration and support

  • National Peppol Authorities start working group
  • Consultation with service providers, end users, industry organizations
  • Map technical feasibility
  • Develop business case and financing model

2026: Pilot phase

  • Development of central SMP platform
  • Pilot project with small group of voluntary service providers
  • Testing of transfer process
  • Refining procedures

2027: Phased rollout

  • Start migration of existing Peppol IDs to central system
  • New registrations go through new system
  • Old and new systems work in parallel (hybrid period)
  • Communication campaign to end users

2028: Full implementation

  • All existing Peppol IDs migrated
  • Old decentralized SMPs phased out
  • Standard transfer procedure for everyone
  • Legal anchoring of rights and obligations

This is ambitious, but achievable. The domain name industry went through a similar transition when the ICANN system was introduced. It can be done, if there is sufficient will.

What can you do now?

As an entrepreneur, integration specialist, or other stakeholder in the Peppol ecosystem, you can contribute to this change:

1. Make it discussable

  • Share this article with your network
  • Discuss the problem with your current service provider
  • Ask your industry association to put the topic on the agenda

2. Give feedback to Peppol Authorities If a formal Peppol Authority is designated in the Netherlands, make your voice heard. Indicate that transferability of Peppol IDs is important to you.

3. Encourage best practices Until there’s a structural solution, you can demand that service providers:

  • Use transparent switching procedures
  • Execute de-registration within 5 working days
  • Charge no costs for de-registration
  • Provide clear information about the process

4. Consciously choose your service provider When choosing a Peppol service provider, explicitly ask:

  • “What’s your procedure if I want to switch?”
  • “How long does de-registration take?”
  • “Do you charge costs for de-registration?”
  • “Do you cooperate in a smooth transfer?”

Service providers giving good answers to these questions deserve preference.

Conclusion: The time is ripe for change

The entrepreneur from Utrecht I mentioned at the beginning of this article was right to be frustrated. Switching Peppol service providers shouldn’t be this complex.

We have a wonderful, international network for electronic document exchange with Peppol. The technical infrastructure works well. But the way Peppol IDs are managed – decentralized, with ownership at service providers instead of end users – creates unnecessary barriers.

The current situation:

  • Vendor lock-in
  • Complex switching process
  • Downtime risk
  • Limited market competition

The desired future:

  • Freedom of choice
  • Simple, automated switching process
  • No downtime
  • Healthy competition

The domain name industry showed us 25 years ago how it can be done. It’s time for Peppol to embrace these lessons. With the coming wave of mandatory e-invoicing across Europe – Belgium in 2026, France in 2026, Slovenia in 2027, and EU-wide via ViDA in 2030 – millions of companies will get a Peppol ID. Let’s now lay the foundation for a system that truly works for end users.

Because ultimately, that’s what it’s about: Peppol exists for the entrepreneurs who work with it daily. It should serve them, not limit them.


Have questions about Peppol, or want to contribute to the conversation about this architectural change? Contact us via Peppol.nu. To compare different Peppol service providers, check our overview of Peppol suppliers.

Frequently Asked Questions

Can I take my Peppol ID with me when switching now? Technically yes. If a Peppol ID is linked to your company name, there’s even no other choice. However, it’s a complex process where you depend on the cooperation of your old and new service provider. There’s no standardized procedure and often a period when your Peppol ID isn’t reachable.

How long does switching take on average now? This varies greatly per service provider, but typically between 3-10 working days. In the worst case, it can take weeks if your old provider doesn’t cooperate.

Can my current provider refuse to transfer my Peppol ID? Formally, your provider should cooperate, but there’s no legal obligation or clear deadline. This gives providers considerable power.

What does it cost to transfer my Peppol ID? Some providers charge an administrative fee (€25-€100), others do it for free. There’s no standard.

Why did Peppol choose this architecture? The current model grew historically when Peppol was still small. Each service provider managed their own infrastructure, including SMP. It wasn’t foreseen that this would create vendor lock-in.

Are there countries where it works differently? Most countries use the decentralized SMP model. There are initiatives for centralized alternatives, but these aren’t yet mainstream.

What happens if my old service provider goes bankrupt? This is one of the biggest risks of the current system. If your provider ceases to exist, your Peppol ID can become unreachable. There are emergency procedures, but these aren’t foolproof.

What about my Chamber of Commerce extract as identification? Your Peppol ID is often based on your Chamber of Commerce number (schema 0106), but the Peppol ID itself and its registration in an SMP are separate matters. You’re always the owner of your Chamber of Commerce number, but not necessarily of the Peppol registration thereof.

Where can I find more information about SMP technology? The technical specifications are available via OpenPeppol. Search for “Service Metadata Publisher (SMP) specification” on the Peppol website.

Where can I check if I already have a Peppol ID registered? On our website there’s a user-friendly version of the Peppol Directory, the Peppol Address Book.

Are there any initiatives that facilitate the migration of a Peppol ID?

The Netherlands Peppol Authority, in cooperation with the OpenPeppol Operating Office, has drafted a procedure describing how the migration process can, in their view, be made easier. However, this procedure does not have a formal status, and its application therefore depends on the willingness of service providers in the Netherlands and beyond to adopt and apply it.

For the Dutch and English documentation, please refer to the page below:

https://www.peppolautoriteit.nl/documenten/2023/03/01/procedure-enduser-migratie

What can I do to help realize this change?

  • Discuss the topic with your industry association
  • Share this article in your network
  • Ask your service provider for a clear switching policy
  • Make your voice heard in future consultations about Peppol governance in the Netherlands

Sources

Peppol Technical Documentation

Domain Name Registration & SIDN

E-invoicing Mandates Europe

Peppol Authorities

General Information

“Kan ik mijn Peppol ID meenemen naar een andere serviceprovider?” – Waarom dit simpeler zou moeten zijn

Vorige week ontving ik bij Peppol.nu een telefoontje van een Belgische ondernemer. Hij had een keer een factuurportaal oplossing geprobeerd van een Peppol serviceprovider, maar wou nu een aansluiting op Peppol aanschaffen via een andere Peppol Serviceprovider. “Simpel toch?” dacht hij. “Gewoon mijn Peppol ID meenemen en klaar.”

Tot zijn verbazing bleek het proces allesbehalve simpel. Sterker nog, hij ontdekte dat zijn Peppol ID niet “van hem” was in de zin zoals zijn domeinnaam of telefoonnummer dat wel zijn. Het bleek geregistreerd te staan in het systeem van zijn huidige provider, en het overstappen zou een heel administratief proces worden waarbij hij afhankelijk was van de medewerking van beide partijen.

“Hoe kan dit nou?” vroeg hij verbijsterd. “Als ik wil wisselen van webhoster, vraag ik gewoon een transfercode aan, zet die in bij mijn nieuwe hoster, en klaar. Waarom is dit bij Peppol zoveel ingewikkelder?”

Het is een uitstekende vraag. En eerlijk gezegd: hij heeft gelijk. In dit artikel leg ik uit hoe het nu werkt, waarom dit problematisch is, en – belangrijker nog – hoe het véél beter zou kunnen. Want de huidige situatie creëert onnodige vendor lock-in en belemmert de vrije concurrentie die juist zo belangrijk is voor een gezonde markt.

Eerst even de basis: Wat is een Peppol ID eigenlijk?

Voordat we dieper ingaan op het probleem, eerst even terug naar de basis. Een Peppol ID (ook wel Peppol Participant Identifier genoemd) is jouw unieke adres binnen het Peppol-netwerk. Het werkt eigenlijk als een soort postadres voor elektronische documenten.

Formaat van een Peppol ID:

Een Peppol ID bestaat uit twee delen:

  • Schema ID: Het type identificatie (bijvoorbeeld 0106 voor KvK-nummer in Nederland, of 9944 voor BTW-nummer)
  • Participant ID: Het daadwerkelijke nummer (bijvoorbeeld je KvK-nummer 12345678)

Samen vormen ze iets als: 0106:12345678

Dit Peppol ID wordt gebruikt door andere bedrijven die jou willen factureren via het Peppol-netwerk. Zij sturen hun factuur naar dit adres, en het Peppol-netwerk zorgt ervoor dat deze bij jou aankomt – net zoals het postsysteem een brief naar je fysieke adres brengt.

Hoe werkt het nu? De rol van de SMP

Hier wordt het technisch, maar het is belangrijk om te begrijpen waarom overstappen zo lastig is. Binnen het Peppol-netwerk bestaat er iets dat het SMP heet – de Service Metadata Publisher. Denk aan het SMP als een soort telefoongids of adresboek voor het Peppol-netwerk.

De functie van een SMP:
Wanneer een leverancier een factuur naar jou wil sturen, gebeurt het volgende:

  1. Hij weet jouw Peppol ID (bijvoorbeeld 0106:12345678)
  2. Zijn systeem raadpleegt het SMP-netwerk: “Waar moet ik deze factuur naartoe sturen?”
  3. Het SMP-systeem antwoordt: “Deze Peppol ID is geregistreerd bij Access Point X van serviceprovider Y”
  4. De factuur wordt vervolgens via het netwerk naar dat specifieke Access Point gestuurd
  5. Jouw serviceprovider ontvangt de factuur en levert deze bij jou af

En hier zit het probleem:

Elke Peppol-serviceprovider beheert zijn eigen SMP. Als jij als klant bij hen komt, registreren zij jouw Peppol ID in hun eigen SMP-systeem. Zij zijn eigenaar van dat SMP, zij beheren het, en alle Peppol ID’s van hun klanten staan erin geregistreerd.

Dit betekent in de praktijk dat jouw Peppol ID “vasthangt” aan de infrastructuur van je huidige serviceprovider.

Het proces van overstappen: Hoe complex is het nu?

Laten we eens kijken wat er nu allemaal moet gebeuren als je wilt overstappen naar een andere Peppol-serviceprovider. Ik neem je mee door de stappen die nodig zijn.

Stap 1: Contact opnemen met je huidige provider

Je moet je huidige serviceprovider laten weten dat je wilt overstappen. Dit lijkt logisch, maar hier begint het al:

Mogelijke complicatie: Sommige providers hebben opzegtermijnen in hun contracten. Je bent misschien nog maanden vastgelegd.

Wat je tegenkomt:

  • “Waarom wil je weg?” vragen die je eigenlijk niet wilt beantwoorden
  • Retentie-pogingen: aanbiedingen om te blijven, kortingen, verbeteringen
  • Trage reacties – vooral als de provider niet blij is dat je weggaat

Stap 2: Contact opnemen met je nieuwe provider

Je hebt een nieuwe serviceprovider gekozen en wilt bij hen aan boord komen.

Wat er moet gebeuren:

  • Onboarding-proces doorlopen bij nieuwe provider
  • Contracten tekenen
  • Eventueel nieuwe facturatiesoftware of koppelingen instellen
  • Uitleggen dat je een bestaand Peppol ID hebt dat je wilt meenemen

Stap 3: De technische overdracht

Nu komt het lastige deel. Er moeten twee dingen gebeuren:

A. De-registratie bij oude provider:
Je oude serviceprovider moet jouw Peppol ID uit hun SMP verwijderen. Dit heet “de-registreren” of “unpublishen”.

Complicaties:

  • Dit is een handmatige actie van je oude provider
  • Er is geen gestandaardiseerde deadline waarbinnen dit moet gebeuren
  • Als je oude provider onwillig of traag is, kan dit dagen tot weken duren
  • Sommige providers vragen hier zelfs een fee voor

B. Registratie bij nieuwe provider:
Je nieuwe serviceprovider moet jouw Peppol ID registreren in hun eigen SMP.

Complicaties:

  • Dit kan technisch pas nadat de oude registratie is verwijderd
  • Anders krijg je een foutmelding: “Dit Peppol ID is al geregistreerd bij een andere serviceprovider”
  • De timing moet dus perfect zijn

Stap 4: Het gevaarlijke tijdvenster

Hier wordt het echt problematisch. Er ontstaat een kritiek tijdvenster tussen de de-registratie bij je oude provider en de registratie bij je nieuwe provider.

Wat er tijdens dit venster gebeurt:

  • Je Peppol ID bestaat technisch niet meer in het netwerk
  • Leveranciers die in deze periode een factuur naar je Peppol ID proberen te sturen, krijgen een foutmelding
  • Hun systemen melden: “Onbekend Peppol ID” of “Participant niet gevonden”
  • Deze facturen komen niet aan
  • Je leveranciers moeten de factuur op een andere manier versturen (e-mail, papier)

De praktische impact:
Stel, je bent een middelgroot bedrijf met 50 leveranciers die via Peppol factureren. Als de overdracht 3 dagen duurt, en 10 van die leveranciers factureren toevallig in die periode, dan:

  • Missen 10 facturen hun automatische route
  • Moeten 10 leveranciers terugvallen op handmatige verzending
  • Moet jouw crediteurenadministratie 10 facturen handmatig verwerken in plaats van automatisch
  • Ontstaat er verwarring bij zowel leveranciers als je eigen administratie

Stap 5: Communicatie naar leveranciers

Na de overdracht moet je eigenlijk al je leveranciers informeren dat je Peppol ID nu bij een nieuwe provider zit.

Waarom is dit nodig?
Technisch gezien is het niet nodig – het SMP-netwerk zorgt automatisch voor de routing naar je nieuwe provider. MAAR: sommige systemen cachen SMP-informatie, wat betekent dat ze een tijdje het oude Access Point adres vasthouden.

Wat je moet doen:

  • E-mail naar alle leveranciers: “Ons Peppol ID is onveranderd, maar we zitten nu bij een nieuwe serviceprovider”
  • Vragen om eventuele caches te vernieuwen
  • Eerste facturen na de switch extra in de gaten houden

Stap 6: Monitoring en nazorg

De eerste weken na de overstap moet je extra alert zijn:

Controlepunten:

  • Komen alle facturen nog steeds aan?
  • Melden leveranciers problemen?
  • Werken alle systeem-integraties nog?
  • Is de routering via het SMP correct bijgewerkt?

De echte problemen met de huidige situatie

Nu je het proces kent, laten we eens kijken waarom dit zo problematisch is – niet alleen praktisch, maar ook principieel.

Probleem 1: Vendor lock-in

Dit is het grootste probleem. Door de huidige architectuur creëer je onbedoeld een vorm van vendor lock-in:

Waarom het lastig is om weg te gaan:

  • Je bent afhankelijk van de medewerking van je oude provider voor de-registratie
  • Het overstapproces is complex en risicovol (dat tijdvenster waarin facturen kunnen mislopen)
  • Je moet meerdere partijen coördineren
  • Er is downtime waarin je niet bereikbaar bent

Het gevolg:

Ondernemers blijven langer bij een serviceprovider dan ze eigenlijk willen, simpelweg omdat overstappen te veel gedoe is. Dit is slecht voor de concurrentie en houdt prijzen en service-kwaliteit kunstmatig op een bepaald niveau.

Vergelijking met andere diensten:

  • Mobiele telefonie: Nummer meenemen kost één dag, provider moet wettelijk meewerken
  • Domeinnamen: Transfercode aanvragen, invoeren bij nieuwe hoster, klaar in een paar uur
  • Bankrekening: IBAN blijft hetzelfde, je kunt zelfs de overstapservice gebruiken
  • Energie: Overstap wordt geregeld door nieuwe leverancier, jij doet bijna niets

Bij Peppol is het overstappen lastiger dan bij al deze diensten, terwijl het technisch gezien niet hoeft.

Probleem 2: Geen standaard transferprocedure

Er bestaat geen gestandaardiseerde, verplichte procedure voor het overdragen van een Peppol ID. Dit betekent:

Variatie per provider:

  • Provider A de-registreert binnen 24 uur
  • Provider B heeft een “verwerkingstijd van 5 werkdagen”
  • Provider C vraagt een fee van €50 voor de-registratie
  • Provider D probeert je met speciale aanbiedingen te behouden en traint de boel

Geen wettelijke bescherming:

  • Er is geen deadline waarbinnen de oude provider moet meewerken
  • Er is geen garantie dat het snel gaat
  • Er is geen toezicht op misbruik van de machtspositie

Probleem 3: Risico op downtime

Dat kritieke tijdvenster tussen de-registratie en her-registratie is onvermijdelijk met de huidige architectuur. Dit is niet alleen vervelend, maar kan ook financiële gevolgen hebben:

Mogelijke schade:

  • Gemiste facturen die later handmatig moeten worden verwerkt (extra kosten)
  • Vertraagde betalingen doordat facturen niet aankomen
  • Verlies van automatiseringsvoordelen (tijdelijk terug naar handmatig werk)
  • Reputatieschade bij leveranciers die problemen ervaren

Voor een groot bedrijf dat dagelijks tientallen facturen via Peppol ontvangt, kan een overstapperiode van een week aanzienlijke operationele problemen veroorzaken.

Probleem 4: Drempel voor marktwerking

De complexiteit van overstappen remt de gezonde concurrentie:

Impact op de markt:

  • Nieuwe, innovatieve serviceproviders hebben het moeilijk om klanten binnen te halen
  • Bestaande providers hebben weinig prikkel om te verbeteren of prijzen te verlagen
  • Klanten blijven “vastzitten” bij middelmatige dienstverlening
  • De markt wordt minder dynamisch dan mogelijk zou zijn

Dit is slecht voor ondernemers, want het betekent dat ze niet optimaal kunnen profiteren van technologische vooruitgang en concurrentie in de markt.

Hoe het beter kan: Lessen uit de domeinnamenindustrie

Nu komen we bij de kern van dit artikel: het hoeft niet zo complex te zijn. Er bestaat een werkend model dat we kunnen gebruiken als inspiratie: de domeinnamenindustrie.

Laten we eens kijken hoe dat werkt in Nederland, en hoe we dit model kunnen toepassen op Peppol.

Het domeinmodel: Hoe werkt het?

In Nederland wordt de .nl domeinruimte beheerd door SIDN (Stichting Internet Domeinregistratie Nederland). Het systeem werkt als volgt:

De rollen:

1. SIDN (de registrar) – de centrale autoriteit

  • Beheert de centrale registratie van alle .nl domeinnamen
  • Publiceert de .nl-zonefile in het DNS (Domain Name System)
  • Bepaalt de regels en standaarden
  • Zorgt voor een eerlijk speelveld

2. Webhostingbedrijven / domeinnaamregistrars – de serviceproviders

  • Bieden diensten aan eindklanten (hosting, e-mail, etc.)
  • Kunnen namens hun klanten domeinnamen registreren bij SIDN
  • Concurreren op prijs, service, functionaliteit
  • Hebben geen “eigendom” over de domeinen van hun klanten

3. Bedrijven en particulieren – de eindgebruikers

  • Registreren domeinnamen via een webhoster naar keuze
  • Zijn eigenaar van hun domeinnaam
  • Kunnen vrijelijk overstappen tussen providers

Hoe gaat een domeintransfer?

Het proces is elegant en efficiënt:

Stap 1: Transfercode aanvragen
Je logt in bij je huidige webhoster en vraagt een transfercode (ook wel “auth-code” of “EPP-code”) aan voor je domeinnaam. Deze code wordt binnen enkele minuten gegenereerd.

Stap 2: Transfercode invoeren bij nieuwe hoster
Je geeft de transfercode door aan je nieuwe webhoster. Die voert deze in bij SIDN.

Stap 3: Automatische transfer
SIDN verwerkt de transfer. De domeinnaam wordt in de centrale registratie overgeschreven naar de nieuwe provider. Dit gebeurt automatisch zonder menselijke tussenkomst.

Stap 4: Klaar
Je domeinnaam werkt gewoon door tijdens het hele proces. Er is geen downtime. Bezoekers merken er niets van.

Tijdsduur: Meestal binnen 24 uur, soms zelfs binnen enkele uren.

Belangrijke kenmerken:

  • Geen toestemming van oude hoster nodig – alleen de transfercode
  • Geen downtime – de domeinnaam blijft gewoon werken
  • Geautomatiseerd – geen menselijke handelingen bij oude of nieuwe hoster
  • Snel – typisch binnen een dag
  • Goedkoop – vaak geen extra kosten

De cruciale verschillen met Peppol

Laten we de twee systemen naast elkaar leggen:

AspectDomeinnamen (.nl)Peppol (nu)Peppol (hoe het zou moeten)
Centrale registratieSIDN beheert alle .nl domeinenElke provider beheert eigen SMPPeppol Autoriteit beheert centraal SMP
EigenaarschapKlant is eigenaar van domeinPeppol ID staat in SMP van providerKlant is eigenaar van Peppol ID
TransfermethodeTransfercode, geautomatiseerdHandmatige de-registratie + her-registratieTransfercode, geautomatiseerd
DowntimeGeenJa, kritiek tijdvensterGeen
Medewerking oude providerNiet nodig (behalve transfercode)Vereist voor de-registratieNiet nodig (behalve transfercode)
Tijdsduur1-24 uurDagen tot weken1-24 uur
Vendor lock-inMinimaalSignificantMinimaal

Het voorstel: Een centraal, onafhankelijk SMP-systeem

Hier komt mijn pleidooi voor verandering. Ik stel voor dat we het Peppol-systeem herinrichten naar een model dat meer lijkt op de domeinnamenindustrie. Dit zou het volgende inhouden:

Een nieuwe architectuur voor Peppol

1. Centrale SMP-registratie
In plaats van dat elke serviceprovider zijn eigen SMP beheert, zou er één centraal, onafhankelijk SMP-systeem moeten zijn, beheerd door de Peppol Autoriteit van elk land.

Voor Nederland zou dit betekenen:

  • De Nederlandse Peppol Autoriteit (aangewezen door de overheid of de branche) beheert één centrale SMP
  • Alle Nederlandse Peppol ID’s staan geregistreerd in dit centrale systeem
  • Het centrale SMP bevat voor elk Peppol ID een verwijzing naar de huidige serviceprovider

Analoog aan: SIDN die alle .nl domeinen centraal registreert en de DNS-zonefile publiceert.

Analoog aan: SIDN die alle .nl domeinen centraal registreert en de DNS-zonefile publiceert.

2. Serviceproviders als “webhostingbedrijven”
Peppol-serviceproviders zouden functioneren zoals webhostingbedrijven:

  • Ze bieden diensten aan (facturatiesoftware, ondersteuning, integraties)
  • Ze hebben een Peppol Access Point (vergelijkbaar met een mailserver van een webhoster)
  • Ze kunnen namens hun klanten Peppol ID’s registreren in het centrale SMP
  • Ze hebben geen eigendom over de Peppol ID’s van hun klanten

Het transferproces in het nieuwe model

Laten we eens doorlopen hoe een overstap zou werken met deze nieuwe architectuur:

Stap 1: Transfercode aanvragen
Je logt in bij het portal van je huidige Peppol-serviceprovider en vraagt een transfercode aan voor je Peppol ID. Deze wordt automatisch gegenereerd.

Waarom simpel:

  • Geautomatiseerd proces, geen menselijke tussenkomst nodig
  • Direct beschikbaar, geen wachttijd
  • Wettelijk verplicht binnen 24 uur te verstrekken (zoals bij domeinnamen)

Stap 2: Onboarding bij nieuwe provider
Je meldt je aan bij je nieuwe Peppol-serviceprovider en geeft tijdens het onboarding-proces aan dat je een bestaand Peppol ID hebt. Je voert de transfercode in.

Stap 3: Automatische transfer via centraal SMP
De nieuwe provider stuurt de transfercode door naar het centrale SMP-systeem. Het systeem:

  • Valideert de transfercode
  • Verifieert dat deze bij het juiste Peppol ID hoort
  • Verifieert dat de code nog geldig is (niet verlopen, niet al gebruikt)
  • Werkt de centrale registratie bij: het Peppol ID wordt nu gekoppeld aan de Access Point van de nieuwe provider
  • Informeert automatisch zowel oude als nieuwe provider

Stap 4: Klaar – geen downtime
Het hele proces is afgerond. Je Peppol ID blijft tijdens de transfer gewoon bereikbaar:

  • Het centrale SMP wordt atomair bijgewerkt (in één transactie)
  • Er is geen tijdvenster waarin het Peppol ID niet bereikbaar is
  • Facturen die tijdens de transfer worden verstuurd, komen gewoon aan

Tijdsduur: 1-24 uur, volledig geautomatiseerd.

De voordelen van dit nieuwe model

Laten we eens kijken wat deze nieuwe architectuur allemaal oploost:

1. Eliminatie van vendor lock-in

  • Overstappen is net zo makkelijk als bij een domeinnaam
  • Oude provider kan de transfer niet blokkeren of vertragen
  • Klanten hebben échte keuzevrijheid

2. Geen downtime tijdens transfer

  • Het centrale SMP wordt in één keer bijgewerkt
  • Er is geen gevaarlijk tijdvenster
  • Facturen blijven gewoon aankomen

3. Snelheid

  • Transfer binnen 24 uur in plaats van dagen of weken
  • Geautomatiseerd proces zonder handmatige stappen
  • Voorspelbare procedure voor iedereen

4. Eerlijke concurrentie

  • Serviceproviders moeten concurreren op prijs, kwaliteit en service
  • Innovatieve nieuwkomers krijgen een eerlijke kans
  • Bestaande spelers kunnen klanten niet kunstmatig vasthouden
  • De markt wordt dynamischer en efficiënter

5. Transparantie

  • Duidelijke, uniforme procedures voor iedereen
  • Geen onduidelijkheid over rechten en verantwoordelijkheden
  • Bescherming van de eindgebruiker

6. Schaalbaarheid voor de toekomst

  • Met verplichte e-facturatie in steeds meer landen zullen miljoenen bedrijven een Peppol ID krijgen
  • Een centraal, geautomatiseerd systeem schaalt veel beter dan gedecentraliseerde SMP’s per provider
  • Administratieve last bij overstappen blijft beheersbaar

Wat moet er gebeuren voor deze verandering?

Dit is geen kleine aanpassing – het is een fundamentele herziening van hoe Peppol-infrastructuur werkt. Maar het is niet onmogelijk. Hier is wat ervoor nodig is:

1. Draagvlak bij Peppol Autoriteiten
De nationale Peppol Autoriteiten (in Nederland momenteel nog niet formeel aangewezen, maar in de maak) moeten deze visie omarmen. Zij hebben de macht om standaarden en regels te wijzigen.

2. Technische implementatie
Er moet een centraal SMP-systeem worden gebouwd en beheerd. Dit is technisch niet bijzonder complex – het domeinregistratiesysteem is ingewikkelder. De uitdaging zit meer in governance en financiering.

3. Migratie van bestaande registraties
Alle bestaande Peppol ID’s die nu verspreid staan over honderden provider-SMP’s, moeten gemigreerd worden naar het centrale systeem. Dit vraagt:

  • Een gecoördineerde migratieplanning
  • Medewerking van alle bestaande serviceproviders
  • Communicatie naar alle eindgebruikers
  • Een overgangperiode waarin beide systemen naast elkaar bestaan

4. Wettelijke verankering
Idealiter wordt het recht op transfereerbaarheid wettelijk vastgelegd, net zoals bij telefoonnummers en domeinnamen. Dit zou kunnen in de nationale implementatie van de EU ViDA-richtlijn.

5. Financiering
Het centrale SMP-systeem moet worden gefinancierd. Mogelijke modellen:

  • Kleine registratiefee per Peppol ID (zoals bij domeinnamen)
  • Overheidssubsidie (als onderdeel van digitalisering van het bedrijfsleven)
  • Contributie van aangesloten serviceproviders

Een realistische roadmap

Hoe zou zo’n transitie er in de praktijk uit kunnen zien? Hier is een mogelijke tijdlijn:

2025: Verkenning en draagvlak

  • Nationale Peppol Autoriteiten starten werkgroep
  • Overleg met serviceproviders, eindgebruikers, brancheorganisaties
  • Technische haalbaarheid in kaart brengen
  • Business case en financieringsmodel ontwikkelen

2026: Pilotfase

  • Ontwikkeling van het centrale SMP-platform
  • Pilotproject met een kleine groep vrijwillige serviceproviders
  • Testen van het transferproces
  • Verfijnen van procedures

2027: Gefaseerde uitrol

  • Start migratie van bestaande Peppol ID’s naar centraal systeem
  • Nieuwe registraties verlopen via het nieuwe systeem
  • Oude en nieuwe systeem werken parallel (hybride periode)
  • Communicatiecampagne naar eindgebruikers

2028: Volledige implementatie

  • Alle bestaande Peppol ID’s gemigreerd
  • Oude gedecentraliseerde SMP’s uitgefaseerd
  • Standaard transferprocedure voor iedereen
  • Wettelijke verankering van rechten en plichten

Dit is ambitieus, maar haalbaar. De domeinnamenindustrie heeft een vergelijkbare transitie doorgemaakt toen het ICANN-systeem werd geïntroduceerd. Het kan, als er voldoende wil is.

Wat kun jij nu doen?

Als ondernemer, integratie specialist, of andere belanghebbende in het Peppol-ecosysteem, kun je bijdragen aan deze verandering:

1. Maak het bespreekbaar

  • Deel dit artikel met je netwerk
  • Bespreek het probleem met je huidige serviceprovider
  • Vraag je branchevereniging om het thema op de agenda te zetten

2. Geef feedback aan Peppol Autoriteiten
Als er in Nederland een formele Peppol Autoriteit wordt aangewezen, laat dan je stem horen. Geef aan dat transfereerbaarheid van Peppol ID’s belangrijk voor je is.

3. Stimuleer best practices
Tot er een structurele oplossing is, kun je wel eisen dat serviceproviders:

  • Transparante overstapprocedures hanteren
  • Binnen 5 werkdagen de-registratie uitvoeren
  • Geen kosten rekenen voor de-registratie
  • Duidelijke informatie geven over het proces

4. Kies bewust je serviceprovider
Vraag bij het kiezen van een Peppol-serviceprovider expliciet:

  • “Wat is jullie procedure als ik wil overstappen?”
  • “Hoelang duurt de-registratie?”
  • “Rekenen jullie kosten voor de-registratie?”
  • “Werken jullie mee aan een soepele overdracht?”

Serviceproviders die goede antwoorden geven op deze vragen, verdienen de voorkeur.

Conclusie: De tijd is rijp voor verandering

De ondernemer uit Utrecht die ik aan het begin van dit artikel noemde, had gelijk met zijn frustratie. Het overstappen van Peppol-serviceprovider zou niet zo complex moeten zijn.

We hebben met Peppol een prachtig, internationaal netwerk voor elektronische documentuitwisseling. De technische infrastructuur werkt goed. Maar de manier waarop Peppol ID’s worden beheerd – gedecentraliseerd, met eigenaarschap bij serviceproviders in plaats van bij eindgebruikers – creëert onnodige barrières.

De huidige situatie:

  • Vendor lock-in
  • Complex overstapproces
  • Downtime-risico
  • Beperkte marktwerking

De gewenste toekomst:

  • Vrije keuzevrijheid
  • Simpel, geautomatiseerd overstapproces
  • Geen downtime
  • Gezonde concurrentie

De domeinnamenindustrie heeft ons 25 jaar geleden al laten zien hoe het wel kan. Het is tijd dat Peppol deze lessen omarmt. Met de komende golf van verplichte e-facturatie in heel Europa – België in 2026, Frankrijk in 2026, Slovenië in 2027, en EU-breed via ViDA in 2030 – zullen miljoenen bedrijven een Peppol ID krijgen. Laten we nu het fundament leggen voor een systeem dat écht werkt voor eindgebruikers.

Want uiteindelijk gaat het daarom: Peppol is er voor de ondernemers die er dagelijks mee werken. Het moet hen dienen, niet beperken.


Heb je vragen over Peppol, of wil je bijdragen aan het gesprek over deze architectuurverandering? Neem contact op via Peppol.nu. Voor het vergelijken van verschillende Peppol-dienstverleners, bekijk ons overzicht van Peppol-leveranciers.

Veelgestelde vragen

Kan ik nu al mijn Peppol ID meenemen als ik overstap?
Technisch zeker. Als je een Peppol ID is gekoppeld aan jouw bedrijfsnaam is er zelfs geen andere keuze. Echter, het is een complex proces waarbij je afhankelijk bent van de medewerking van je oude en nieuwe serviceprovider. Er is geen gestandaardiseerde procedure en vaak een periode waarin je Peppol ID niet bereikbaar is.

Hoelang duurt het overstappen nu gemiddeld?
Dit varieert sterk per serviceprovider, maar typisch tussen de 3-10 werkdagen. In het slechtste geval kan het weken duren als je oude provider niet meewerkt.

Kan mijn huidige provider weigeren om mijn Peppol ID over te dragen?
Formeel zou je provider moeten meewerken, maar er is geen wettelijke verplichting of duidelijke deadline. Dit geeft providers veel macht.

Wat kost het om mijn Peppol ID over te zetten?
Sommige providers rekenen een administratieve fee (€25-€100), andere doen het gratis. Er is geen standaard.

Waarom heeft Peppol deze architectuur gekozen?
Het huidige model is historisch gegroeid toen Peppol nog klein was. Elke serviceprovider beheerde zijn eigen infrastructuur, inclusief SMP. Toen werd niet voorzien dat dit vendor lock-in zou creëren.

Zijn er landen waar het anders werkt?
De meeste landen hanteren het gedecentraliseerde SMP-model. Er zijn wel initiatieven voor gecentraliseerde alternatieven, maar deze zijn nog niet mainstream.

Wat gebeurt er als mijn oude serviceprovider failliet gaat?
Dit is een van de grootste risico’s van het huidige systeem. Als je provider ophoudt te bestaan, kan je Peppol ID onbereikbaar worden. Er zijn noodprocedures, maar deze zijn niet waterdicht.

Hoe zit het met mijn KvK-uittreksel als identificatie?
Je Peppol ID wordt vaak gebaseerd op je KvK-nummer (schema 0106), maar het Peppol ID zelf en de registratie daarvan in een SMP zijn aparte zaken. Je bent altijd eigenaar van je KvK-nummer, maar niet noodzakelijk van de Peppol-registratie daarvan.

Waar kan ik meer informatie vinden over SMP-technologie?
De technische specificaties zijn beschikbaar via OpenPeppol. Zoek naar “Service Metadata Publisher (SMP) specification” op de Peppol website.

Waar kan ik zoeken of ik al een Peppopl ID heb geregistreerd staan?

Op onze website staat een gebruiksvriendelijke versie van de Peppol Directory, het Peppol Adresboek.

Bestaan er initiatieven die het verhuizen van een Peppol ID vergemakkelijken?

De Nederlandse Peppolautoriteit heeft in samenwerking met OpenPeppol Operating Office een procedure geschreven hoe op het migratieproces volgens hen gemakkelijker kan worden gemaakt. Deze procudure heeft echter geen formele status en het ligt dus aan de bereidwilligheid van de Serviceproviders in Nederland en daarbuiten hoe hiermee wordt omgegaan. Zie voor de Nederlands- en Engelstalige documentatie onderstaande pagina:

https://www.peppolautoriteit.nl/documenten/2023/03/01/procedure-enduser-migratie

Wat kan ik doen om deze verandering te helpen realiseren?

  • Bespreek het onderwerp met je branchevereniging
  • Deel dit artikel in je netwerk
  • Vraag je serviceprovider om een duidelijk overstapbeleid
  • Laat je stem horen bij toekomstige consultaties over Peppol-governance in Nederland

Bronnen

Peppol Technische Documentatie

Domeinnaam Registratie & SIDN

E-facturatie Verplichtingen Europa

Peppol Autoriteiten

Algemene Informatie

Prinsjesdag 2025: Wensenlijst voor e-facturatie en Peppol in Nederland

De derde dinsdag in september Voor ondernemers is dit traditioneel hét moment om te horen welke plannen de regering heeft voor het komende jaar. Prinsjesdag 2025 biedt een unieke kans voor de Nederlandse overheid om definitief het roer om te gooien naar de digitale toekomst van zakelijke facturatie. Terwijl onze Europese buurlanden al concrete stappen zetten naar verplichte e-facturatie, wachten Nederlandse ondernemers nog altijd op duidelijkheid.

Voor Peppol.nu is Prinsjesdag dit jaar daarom extra belangrijk. De vraag is niet langer óf Nederland de overstap gaat maken naar verplichte e-facturatie via het Peppol netwerk, maar wanneer en hoe. Met de juiste keuzes kan de overheid ondernemers helpen besparen op administratieve lasten, de btw-inning verbeteren en Nederland voorbereiden op de Europese ViDA-richtlijn die vanaf 2030 verplichte grensoverschrijdende e-facturatie introduceert.

Terugblik: Wat zei Prinsjesdag 2024 over digitalisering?

Vorig jaar stonden digitalisering en fraudebestrijding prominent op de Prinsjesdag-agenda. De regering benadrukte het belang van “modernisering van de belastingdienst” en “digitale innovatie in het mkb”. Er werd gesproken over investeringen in digitale infrastructuur en het tegengaan van btw-fraude door betere data-uitwisseling.

Hoewel deze thema’s direct raken aan de voordelen van e-facturatie, bleef een concrete roadmap voor verplichte e-facturatie in Nederland uit. Ondertussen zetten onze buurlanden wel concrete stappen: België maakte de overstap verplicht vanaf 2026, Duitsland werkt aan een vergelijkbaar traject, en Frankrijk bereidt soortgelijke maatregelen voor.

Het resultaat? Nederlandse bedrijven die zakendoen met Belgische partners staan voor de uitdaging van dubbele administratie: e-facturen voor België, traditionele facturen voor Nederlandse klanten. Een inefficiënte situatie die om een Nederlandse oplossing vraagt.

Waarom e-facturatie nu belangrijker is dan ooit

De internationale ontwikkelingen maken duidelijk waarom Nederland niet langer kan wachten. De Europese Unie heeft met de ViDA-richtlijn (VAT in the Digital Age) al bepaald dat vanaf 2030 alle grensoverschrijdende B2B-transacties via gestructureerde elektronische facturen moeten verlopen. Dit betekent dat Nederlandse bedrijven hoe dan ook moeten overstappen op het Peppol netwerk.

Belgische e-facturatieplicht (2026): Vanaf 1 januari 2026 zijn alle Belgische bedrijven verplicht onderling e-facturen uit te wisselen. Nederlandse leveranciers zonder vaste inrichting in België zijn niet verplicht mee te doen, maar hun Belgische klanten moeten wel twee systemen bijhouden – een inefficiënte situatie.

Duitse en Franse voorbereidingen: Onze grootste handelspartners werken aan vergelijkbare trajecten. Duitsland onderzoekt actief de invoering van verplichte B2B e-facturatie, Frankrijk heeft al concrete plannen aangekondigd.

ViDA 2030: De Europese richtlijn maakt grensoverschrijdende e-facturatie verplicht. Nederlandse bedrijven die nu al aansluiten op het Peppol netwerk, lopen voorop op deze ontwikkeling.

Door nu te handelen, kan Nederland de digitale transformatie leiden in plaats van achter de feiten aan te lopen.

Onze Prinsjesdag-wensenlijst 2025

Dit is wat wij op Prinsjesdag 2025 hopen te horen over e-facturatie en Peppol in Nederland:

1. Een duidelijke roadmap voor binnenlandse B2B e-facturatie

Nederlandse ondernemers verdienen helderheid. Wij hopen op concrete plannen: wanneer wordt verplichte e-facturatie ingevoerd voor binnenlandse B2B-transacties? Een gefaseerde invoering, beginnend met grote bedrijven en uitbreidend naar het mkb, kan ondernemers de tijd geven om zich voor te bereiden.

Ons voorstel: Start met bedrijven met een omzet boven de 50 miljoen euro in 2027, uitbreiding naar alle B2B-transacties in 2029 – één jaar vóór de Europese ViDA-verplichting.

2. Steunmaatregelen voor mkb e-facturatie

Het midden- en kleinbedrijf vormt de ruggengraat van de Nederlandse economie, maar heeft vaak beperkte IT-middelen. Administratieve lastenverlichting begint met praktische ondersteuning bij de overstap naar digitale processen.

Onze wensen: Subsidies voor Peppol-aansluiting, gratis trainingen via de Kamer van Koophandel, en een helder stappenplan dat mkb-ondernemers begrijpen zonder technische achtergrond.

3. Versterking van digitale infrastructuur overheid

Een succesvolle overstap naar e-facturatie vereist robuuste digitale infrastructuur. De overheid moet investeren in Logius, Digipoort uitbreiden voor Peppol-verkeer, en zorgen voor een Nederlandse Peppol Authority die de kwaliteit en veiligheid bewaakt.

Concreet: Verhoog de capaciteit van Digipoort, zorg voor 24/7 beschikbaarheid, en ontwikkel Nederlandse standaarden die aansluiten bij Europese normen.

4. Heldere communicatiecampagnes richting ondernemers

Veel ondernemers kennen de term “Peppol” nog niet, laat staan dat ze weten wat e-facturatie voor hun bedrijf betekent. De overheid moet een brede voorlichtingscampagne starten die uitlegt waarom deze verandering nodig is en hoe bedrijven kunnen profiteren.

Onze suggestie: Concrete rekenvoorbeelden die laten zien hoeveel tijd en geld ondernemers besparen, praktische casestudies van bedrijven die al zijn overgestapt, en eenvoudige tools om kosten en baten in te schatten.

Het is immers alweer bijna 5 jaar geleden dat de Nederlandse overheid een maatschappelijke kosten-baten analyse (MKBA) heeft laten uitvoeren over e-facturatie. Dit betrof in 2021 slechts een quick-scan zonder financiële impact. Voor een overzicht van de financiële impact moeten we terug naar de MKBA e-factureren die in 2014 is uitgevoerd om de effecten te meten van de Richtlijn 2014/55/EU inzake e-facturatie bij overheidsopdrachten.

5. Europese afstemming en aansluiting bij buurlanden

Nederland moet niet in isolatie opereren. Door nauwe samenwerking met België, Duitsland en Frankrijk kunnen we zorgen voor naadloze grensoverschrijdende handel en voorkomen dat ondernemers met verschillende systemen moeten werken.

Praktisch: Gezamenlijke standaarden, wederzijdse erkenning van certificaten, en gecoördineerde invoeringsschema’s die internationale handel vergemakkelijken.

Wat dit oplevert: voordelen voor iedereen

De investering in e-facturatie en het Peppol-netwerk levert concrete voordelen op voor alle betrokkenen:

Voor ondernemers: Snellere betalingen door geautomatiseerde verwerking, minder administratieve fouten, lagere kosten voor factuurbeheer, en betere cashflow door het verkorten van betalingstermijnen. Onderzoek toont aan dat bedrijven tot 60% besparen op factuurverwerkingskosten.

Voor de overheid: Verbeterde btw-inning door real-time inzicht in transacties, effectievere fraudebestrijding door gestructureerde data, en lagere handhavingskosten. De Nederlandse belastingdienst kan veel gerichter controleren met betrouwbare digitale informatie.

Voor de maatschappij: Een transparantere economie waarin belastingontduiking moeilijker wordt, eerlijkere concurrentie omdat alle bedrijven dezelfde regels volgen, en een sterke digitale infrastructuur die Nederland voorbereid op de toekomst.

Nederland kan nog steeds koploper worden

De keuzes die we nu maken, bepalen of Nederland digitale koploper wordt of achterloopt bij onze buurlanden. Andere landen laten zien dat de overstap naar verplichte e-facturatie mogelijk is: Italië doet het al sinds 2019, Brazilië al veel langer, en België start volgend jaar.

Met de juiste planning kan Nederland niet alleen aanhaken bij deze internationale trend, maar de standaard zetten voor hoe de overstap soepel en ondernemersvriendelijk kan verlopen. Dit vereist wel moed van de regering om concrete keuzes te maken en ondernemers de zekerheid te geven die zij verdienen.

Onze oproep: blijf op de hoogte en bereid u voor

Of er nu al concrete plannen worden aangekondigd op Prinsjesdag 2025 of niet, de internationale ontwikkelingen maken duidelijk dat e-facturatie eraan komt. Nederlandse ondernemers kunnen zich het beste alvast gaan oriënteren op de mogelijkheden.

Peppol.nu blijft u informeren over alle ontwikkelingen rond e-facturatie in Nederland en Europa. Via onze website vindt u praktische informatie, overzichten van Peppol-leveranciers, en concrete stappen om uw bedrijf voor te bereiden op de digitale toekomst van facturatie.

Wilt u weten hoe uw bedrijf zich kan voorbereiden op verplichte e-facturatie en het Peppol netwerk? Lees meer op Peppol.nu en ontdek hoe u eenvoudig kunt aansluiten. Bekijk ook ons overzicht van Peppol-leveranciers om de provider te vinden die het beste bij uw situatie past.

Door nu actie te ondernemen, zorgt u ervoor dat uw bedrijf klaar is voor de toekomst – ongeacht wat er precies op Prinsjesdag wordt aangekondigd. De digitale revolutie in facturatie is al begonnen, de vraag is alleen of u vooroploopt of achterloopt.

Volg Peppol.nu voor het laatste nieuws over e-facturatie, Peppol en alle ontwikkelingen rond e-facturatie in Nederland.

E-facturatie verplicht in België vanaf 2026: inzichten van de kennisdag
Vanaf 1 januari 2026 wordt e-facturatie verplicht voor B2B-bedrijven in België. Wat betekent dit concreet voor jouw organisatie? Tijdens de E-facturatie Kennisdag 2025 deelden overheden, softwareleveranciers en compliance-experts hun inzichten over deze nieuwe regelgeving. “Bedrijven die nu starten met voorbereiden, besparen tot 30% op implementatiekosten,” klonk het tijdens een paneldiscussie.

De cijfers spreken boekdelen: van de bijna 1,2 miljoen btw-plichtige bedrijven in België zijn er vandaag slechts 250.000 geregistreerd op het Peppol-netwerk. Dat betekent dat bijna 1 miljoen ondernemingen nog actie moeten ondernemen. In dit artikel lees je niet alleen de belangrijkste takeaways van het event, maar krijg je ook een concreet stappenplan om compliant te zijn tegen 2026. Laten we erin duiken!

Wat houdt de verplichte e-facturatie in België in per 2026?
Scope en verplichtingen van de nieuwe wetgeving
Vanaf 1 januari 2026 moeten alle Belgische btw-plichtige ondernemingen gestructureerde elektronische facturen gebruiken voor hun B2B-transacties. Dit betekent een fundamentele verandering in de manier waarop bedrijven factureren en facturen ontvangen.

De verplichting geldt voor alle btw-plichtige ondernemingen in België, ongeacht hun grootte. Dit omvat zowel grote bedrijven als KMO’s en eenmanszaken die B2B-transacties uitvoeren met andere Belgische ondernemingen. Het is belangrijk om te weten dat er enkele uitzonderingen zijn: facturatie naar particuliere klanten (B2C) blijft mogelijk op papier of PDF, niet btw-plichtige ondernemingen zijn vrijgesteld, en bepaalde specifieke sectoren krijgen mogelijk uitzonderingen.

Waarom België deze stap neemt: link met Europese ViDA-richtlijnen
België loopt voorop in de implementatie van de Europese ViDA-richtlijn (VAT in the Digital Age). Deze EU-richtlijn verplicht alle lidstaten om tegen 2028 e-facturatie in te voeren. Door nu al te starten, wil België meerdere doelen bereiken: btw-fraude bestrijden en de “btw-kloof” verkleinen, administratieve lasten voor bedrijven verminderen op lange termijn, efficiëntie in belastinginning verhogen, en een digitale voorsprong behouden in Europa.

Impact op bestaande facturatie- en boekhoudsystemen
De overgang betekent meer dan alleen een softwareupdate. Bedrijven moeten hun volledige facturatieproces herdenken. Op technisch vlak vraagt dit om integratie met het Peppol-netwerk via een erkende Access Point, aanpassing van ERP- en boekhoudsystemen, en training van medewerkers op nieuwe workflows.

De financiële gevolgen zijn significant: facturen die niet voldoen aan de nieuwe normen verliezen hun btw-aftrekbaarheid, bedrijven moeten investeren in nieuwe software en systemen, en er zijn mogelijke boetes bij non-compliance. Om bedrijven te ondersteunen biedt de overheid echter fiscale voordelen: een verhoogde aftrek van 120% voor factureringspakketten en een investeringsaftrek van 20% voor digitale investeringen.

Belangrijkste inzichten van de E-facturatie Kennisdag 2025
De E-facturatie Kennisdag van 21 mei 2025 in BluePoint Antwerpen bracht enerzijds aanbieders van e-facturatieoplossingen en anderzijds financials en IT-verantwoordelijken samen om zich voor te bereiden op de nieuwe verplichting. Het event leverde waardevolle inzichten op die cruciaal zijn voor een succesvolle implementatie.

Highlights Keynote panel en expert citaten
Dagvoorzitter Saartje Vandendriessche ging in gesprek met Wouter Bollaert, Adviseur-Generaal van FOD Financiën, en Johan van Steelandt, Specialist e-facturatie.

Wouter benadrukte tijdens dit gesprek het primaire beleidsuitgangspunt om te komen tot pro-actief e-facturatie beleid, dat heeft geleid tot de B2B-verplichting per 1 januari 2026: “De Belgische overheid gebruikt e-facturatie als instrument om het BTW-gat te verkleinen – het BTW-gat is het verschil tussen BTW-plichtige transacties en de daadwerkelijke BTW inningen.”

In zijn rol van e-facturatie specialist merkt Johan de gevolgen van de publicatie van de verplichting: “ik spreek momenteel wekelijks 50-100 bedrijven bij over e-facturatie, wat het is en hoe bedrijven aan een e-facturatie oplossing komen die past bij hun situatie.”

Tijdens zijn sessies laat Johan de aanwezigen plaatsnemen op een van vier stoelen, die van organisaties met een externe boekhouder, organisaties met een eigen boekhoudpakket, organisaties met een ERP oplossing of organisaties zonder boekhouder of software.

Voor ieder van deze ‘stoelen’ heeft Johan een tip. “Indien u een externe boekhouder heeft, bel deze op en vraag of deze gereed is voor de e-facturatie verplichting. Voor gebruikers van boekhoudpakketten geldt hetzelfde, bel uw software aanbieder op en vraag naar de e-facturatie mogelijkheden.” Bedrijven met complexere software, zoals ERP systemen kunnen het beste kijken naar een noodoplossing om gegarandeerd gereed te zijn voor 1 januari 2026. Parrallel hier aan wordt aangeraden om een integratietraject voor de definitieve oplossing te starten om uw interne gegevensstromen op te lijnen, zodat de juiste gegevens voor de e-factuur kunnen worden aangeleverd. Tot slot, voor de organisaties zonder boekhouder of software, bestaan er allerlei portaal mogelijkheden om het versturen en ontvangen van e-facturen te faciliteren.

De grootste fout die bedrijven maken is wachten tot het laatste moment. Bedrijven die nu beginnen, hebben tijd om hun processen te optimaliseren en kunnen profiteren van early-adopter voordelen, zoals het meenemen van de interne organisatie bij deze verandering.

Wouter gaf aan dat ondanks de positieve business case voor e-facturatie via aansluiting op het Peppolnetwerk, bedrijven nog niet massaal over de streep zijn getrokken. Wouter, “Zolang er geen grote aantallen bedrijven op het Peppolnetwerk zitten, zullen bedrijven aarzelen om aan te sluiten. Zolang bedrijven aarzelen om aan te sluiten, zullen er geen grote aantallen bedrijven op het Peppolnetwerk zitten. De Belgische overheid tracht met de keuze voor Peppol deze ‘kip-ei’ discussie te doorbreken.”

De algemene afdronk was enerzijds, bedrijven dienen te begrijpen dat e-facturatie en Peppol per 1 januari 2025 een fact of life zijn in België. Bovendien, Peppol is uiteindelijk niet alleen een compliance-vereiste, het wordt de ruggengraat van digitale business communicatie in Europa. Bedrijven die dit begrijpen, investeren niet alleen in compliance maar in toekomstbestendigheid.

Veelgestelde vragen tijdens het event
Tijdens de Q&A-sessies kwamen steeds dezelfde vragen terug. Een veelgehoorde vraag was: “Kunnen we nog PDF-facturen sturen?” Het antwoord is duidelijk: nee, niet als rechtsgeldig document. Vanaf 2026 moeten alle B2B-facturen gestructureerd elektronisch zijn. PDF via e-mail voldoet niet meer aan de vereisten.

Ter geruststelling van een aantal vraagstellers, mag uiteraard wel parallel een PDF worden toegezonden, zolang deze maar niet geldt als uitgangspunt voor de financiële transactie.

Een andere vraag betrof leveranciers die nog niet klaar zijn. Pieter-Jan van Mierlo, advocaat bij PKF BOFIDI Legal, gaf aan dat de boetebedragen aanzienlijk zijn: wie vanaf 2026 nog traditionele facturen verstuurt of ontvangt, riskeert boetes tot €5.000 per foutieve factuur. Voor eerste overtredingen bedraagt de boete €50 per foutieve factuur (maximum €5.000), bij een tweede inbreuk €125 per factuur, en vanaf de derde schending €250 per factuur – telkens met een maximum van €5.000 per overtreding. Ook het verwerken van niet-conforme facturen in je boekhouding kan leiden tot proportionele boetes tot 200% van de verschuldigde BTW.

Wat betreft de implementatiekosten variëren deze van €20-200 per maand afhankelijk van je factuurvolume en gekozen oplossing, maar deze relatief kleine investering wordt ruimschoots gecompenseerd door de fiscale voordelen én het vermijden van deze kostbare boetes die kunnen oplopen tot duizenden euro’s per maand bij grotere factuurvolumes.

Waarom Peppol de standaard wordt voor e-facturatie
Wat is Peppol en hoe werkt het in België en Europa?
Peppol is een internationaal netwerk dat veilige, gestandaardiseerde uitwisseling van bedrijfsdocumenten mogelijk maakt. Oorspronkelijk ontwikkeld voor overheidsopdrachten, is het nu in toenemende mate de Europese standaard voor e-facturatie aan het worden.

Het systeem werkt volgens een helder proces: bedrijven registreren zich bij een Peppol Access Point (provider) die hen aansluit op het Peppolnetwerk – al dan niet via hun boekhoudpakket of ERP leverancier. De factuurinformatie wordt automatisch omgezet naar het Peppol Bis V3 formaat, het netwerk routeert facturen veilig naar de ontvanger, en facturen worden automatisch geïntegreerd in het ontvangende systeem.

Peppol vs traditionele e-facturatie: voordelen
Traditionele e-facturatie vereist punt-tot-punt koppelingen tussen bedrijven, werkt met verschillende formaten en standaarden, en vereist complexe integraties voor elke nieuwe relatie. Het Peppol-netwerk daarentegen biedt een veel elegantere oplossing: één integratie geeft toegang tot alle deelnemers, er wordt een gestandaardiseerd formaat (Peppol Bis v3) gebruikt, er is internationale interoperabiliteit, en er is ingebouwde veiligheid en betrouwbaarheid.

Standpunten van overheid en sectororganisaties
De Belgische overheid heeft bewust gekozen om geen eigen e-facturatie-oplossing te ontwikkelen, maar vertrouwt op de markt en het Peppol-netwerk. Deze aanpak biedt keuzevrijheid voor bedrijven, concurrentie tussen aanbieders, innovatie-gedreven oplossingen, en lagere kosten door marktwerking. Sectororganisaties zoals Agoria, Unizo en Voka ondersteunen deze aanpak en bieden gerichte begeleiding voor hun leden.

→Wat is Peppol?

Veelgemaakte fouten en hoe je die vermijdt
Te laat starten met voorbereidingen
Een van de meest gemaakte fouten is het onderschatten van de tijd die nodig is voor implementatie. Veel bedrijven denken dat januari 2026 nog ver weg is en stellen actie uit. Dit leidt tot hogere implementatiekosten door tijdsdruk, beperkte keuze in softwareleveranciers, risico op compliance-problemen, en stress plus operationele verstoringen.

De oplossing is om nu te starten met analyse en planning, budget te reserveren voor 2025, implementatie te plannen in rustige periodes, en buffer in te bouwen voor onverwachte problemen.

Gebrek aan interne kennis en training
Medewerkers die niet voorbereid zijn op nieuwe processen en systemen vormen een groot risico. De aanpak hiervoor is het organiseren van vroegtijdige training sessies, het creëren van interne champions, het documenteren van nieuwe procedures, en het plannen van follow-up training na implementatie.

Onderschatting van integratie-complexiteit
De technische integratie blijkt vaak complexer dan verwacht. Dit kun je voorkomen door een grondige system audit vooraf te doen, IT-experts bij de planning te betrekken, realistische timelines te plannen, en budget vrij te houden voor onverwachte kosten.

Wees alert op red flags bij leveranciers: beloftes van “plug-and-play” oplossingen, onduidelijke kostenstructuur, geen referenties in jouw sector, en ontbrekende technische documentatie zijn waarschuwingssignalen.

Fiscale voordelen en ondersteuning
Overheidsteun voor de overstap
Om bedrijven te helpen bij de overgang, heeft de regering aantrekkelijke fiscale voordelen ingevoerd. Er is een 120% kostenaftrek beschikbaar van 2024 tot 2027 voor abonnementen op factureringspakketten, advieskosten rond implementatie, en training en opleiding van medewerkers. Daarnaast is er vanaf 2025 een 20% investeringsaftrek voor aankoop van e-facturatie software, hardware-investeringen, en systeem-integraties.

Een praktisch voorbeeld: een KMO die €5.000 investeert in Peppol-software kan normaal €5.000 aftrekken, maar met 20% investeringsaftrek wordt €6.000 aftrekbaar, wat bij een belastingtarief van 25% resulteert in €250 extra besparing.

Sectorspecifieke ondersteuning
Verschillende organisaties bieden gerichte ondersteuning. Agoria ondersteunt de technologiesector met gratis informatiesessies, technische workshops, en peer-to-peer netwerken. Unizo helpt KMO’s met praktische handleidingen, groepsaankoop mogelijkheden, en persoonlijk advies. Voka ondersteunt het Vlaams bedrijfsleven met sectorworkshops, expert panels, en een online resource center.

Toekomstperspectief: verder dan 2026
Europese ontwikkelingen
De Belgische implementatie is onderdeel van een bredere Europese beweging. In 2026 start België met B2B e-facturatie, in 2028 wordt de EU-wijde ViDA-richtlijn van kracht, en in 2030 wordt grensoverschrijdende e-facturatie verplicht.

Nieuwe mogelijkheden door e-facturatie
E-facturatie opent de deur naar automatische boekhouding met AI-gestuurde categorisering, realtime cashflow monitoring, en geautomatiseerde goedkeuringsprocessen. Het levert betere business intelligence op met real-time inzicht in verkopen, geautomatiseerde rapporten, en predictive analytics voor cashflow. Ook verbetert het klantrelaties door snellere factuurverwerking, minder discussies over facturen, en een professionele uitstraling.

Voorbereiding op e-reporting (2028)
België plant ook de invoering van near real-time btw-rapportage vanaf 2028. Bedrijven die nu investeren in goede e-facturatie infrastructuur, zijn beter voorbereid op deze volgende stap.

Conclusie en volgende stappen
De verplichting tot e-facturatie in België vanaf 2026 is een grote verandering, maar ook een kans om je processen te moderniseren. De E-facturatie Kennisdag 2025 heeft duidelijk gemaakt dat voorbereiding cruciaal is. Met bijna 1 miljoen bedrijven die nog moeten overstappen, is het zaak om nu actie te ondernemen.

Jouw actieplan voor de komende maanden bestaat uit concrete stappen per kwartaal. Voor Q3 2025 moet je je huidige facturatieproces analyseren, Peppol Access Points vergelijken, offertes bij 3 leveranciers aanvragen, en budget plannen voor implementatie. Voor Q4 2025 kies en contracteer je je oplossing, start je met systeemintegratie, train je eerste medewerkers, en begin je een pilot met geselecteerde klanten. Voor Q1 2026 zorg je voor volledige implementatie, test je alle processen, train je het hele team, en garandeer je compliance.

Begin vandaag nog met je analyse, kies de juiste Peppol-oplossing en zet je organisatie op koers naar compliance. De bedrijven die nu starten, zullen niet alleen compliant zijn, maar ook profiteren van efficiëntiere processen en concurrentievoordelen.

→ Vergelijk Peppol-oplossingen op Peppol.nu
Bekijk welke Peppol Leveranciers het beste bij jouw bedrijf organisatie passen

Een open gesprek over Peppol: Wat betekent e-facturatie via Peppol concreet voor jouw organisatie?

Tijdens het Heliview Factuurcongres 2025 organiseerde Peppol.nu een open gesprek over e-facturatie via het Peppol-netwerk. Vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, de overheid, serviceproviders en de Nederlandse Peppolautoriteit gingen met elkaar in gesprek over de praktijk en adoptie van Peppol.

Van concrete cijfers over e-facturatie bij de Nationale Politie tot organisaties die nog niet wisten wat Peppol was — het werd een interactieve en inhoudelijke sessie waarin niet alleen kennis werd gedeeld, maar ook nieuwe vragen werden opgeworpen. Dit artikel vat de inzichten samen voor organisaties die zich willen oriënteren op Peppol e-facturatie.

Wat is Peppol eigenlijk?

Peppol is een open netwerk dat is ontworpen om veilige, gestandaardiseerde elektronische documentuitwisseling mogelijk te maken tussen organisaties. Anders dan bij traditionele facturatiemethoden zoals e-mail of PDF-facturen, biedt Peppol een gestructureerde manier om factuurgegevens uit te wisselen, waarbij de data direct in de systemen van de ontvanger kan worden ingelezen.

Wat Peppol onderscheidt van andere methoden is de standaardisatie en interoperabiliteit. Door gebruik te maken van universele formaten en protocollen, zorgt Peppol ervoor dat facturen probleemloos kunnen worden uitgewisseld tussen verschillende softwaresystemen, zonder handmatige invoer of conversie. De interoperabiliteit wordt bovendien gegarandeerd door een ecosysteem van dienstverleners (Serviceproviders) die voor hun klanten de toegang (Accesspoint) tot het netwerk verschaffen en de documenten via een afgesproken standaard met elkaar uitwisselen.

De Europese Unie (EU) speelt een belangrijke rol in de stimulering van Peppol-adoptie vanwege hun actieve rol in het aanjagen van elektronisch factureren.Via de Richtlijn 2014/55/EU heeft de Europese Commissie e-facturatie verplicht gesteld voor overheidsinstanties, wat heeft bijgedragen aan de toenemende bekendheid en implementatie van Peppol in Nederland en andere Europese landen.

Peppol in de praktijk – inzichten van het Factuurcongres

Tijdens het Heliview Factuurcongres 2025 werden verschillende praktijkvoorbeelden gedeeld die inzicht gaven in de huidige stand van Peppol-adoptie. Een opvallend voorbeeld kwam van de Nationale Politie, die jaarlijks maar liefst 300.000 e-facturen via Peppol ontvangt op een totaal van 500.000 facturen. Dit toont aan dat grote overheidsorganisaties al aanzienlijke stappen hebben gezet in de implementatie van e-facturatie.

Aan de andere kant van het spectrum staan veel organisaties, waarbij de adoptiegraad vaak nog laag is. Zeker als het gaat om het uitwisselen van e-facturen tussen bedrijven onderling (B2B). Zo gaf een bedrijf aan dat ondanks hun inspanningen ze nu ongeveer 17% van de facturen via Peppol kregen aangeleverd. Dit illustreert de uitdaging die nog voor ons ligt: hoe kunnen we ervoor zorgen dat meer organisaties de overstap maken naar e-facturatie via Peppol?

Tijdens de sessie werd door een van de aanwezigen – Jaap Jan Nienhuis van 4CEE – ook de rol van serviceproviders toegelicht. Deze providers fungeren als toegangspoorten tot het Peppol-netwerk  (Accesspoints) en bieden diensten die organisaties helpen bij het implementeren en gebruiken van Peppol.Voor het optimaal functioneren van het gehele ecosysteem is nauwe samenwerking tussen de serviceproviders van doorslaggevend belang. Deze onderlinge samenwerking zorgt niet alleen voor een stabiel netwerk en een naadloze gegevensuitwisseling, maar bevordert ook innovatie en continue verbetering van de dienstverlening aan eindgebruikers.

Ook de Nederlandse Peppolautoriteit was tijdens deze sessie aanwezig en ging kort in op hun rol in het borgen van de betrouwbaarheid en veiligheid van het netwerk, het accrediteren en toezicht houden op serviceproviders, en het vertegenwoordigen van Nederland in de internationale governance van Peppol.

Wat houdt adoptie van Peppol e-facturatie nu tegen?

Ondanks de voordelen van Peppol, blijft de adoptie – met name Business to Business domein – achter. Tijdens het open gesprek kwamen verschillende barrières naar voren:

Onbekendheid staat bovenaan de lijst. Veel organisaties weten simpelweg niet wat Peppol is of welke concrete voordelen het biedt. Deze kenniskloof leidt tot terughoudendheid bij het implementeren van nieuwe systemen of processen.

Een hardnekkig misverstand is dat e-facturatie vooral ‘iets voor IT’ zou zijn. In werkelijkheid raakt het alle afdelingen die betrokken zijn bij het factuurproces, van financiën tot inkoop. De perceptie dat technische kennis vereist is, schrikt echter veel niet-technische besluitvormers af.

Een vaak gehoorde frustratie bij organisaties die al met Peppol werken, is het gebrek aan feedback bij verzending. Veel verzenders willen graag weten of hun factuur succesvol is ontvangen en in behandeling is genomen. Deze behoefte aan transparantie in het proces werd tijdens het congres herhaaldelijk benadrukt.

Tot slot, geven alle organisaties aan dat ze toe zijn aan duidelijkheid. Waar gaat het heen met e-facturatie in Nederland? Zeker ook in het kader van de ‘VAT in the Digital Age’ (ViDA) verordening. Ook hier zag je dat een deel van de organisaties hier kennis van heeft genomen en met vragen zitten over keuzes die de Nederlandse overheid wil maken, gaat maken of hebben gemaakt. Alleen al hierover is onduidelijkheid. Voor andere organisaties was ViDA en de consequenties van deze verordening nog onbekend terrein.

Wat hebben organisaties nodig om met Peppol te starten?

Om de adoptie van Peppol te versnellen, hebben organisaties behoefte aan concrete handvatten. Uit het gesprek op het Factuurcongres kwamen diverse behoeften naar voren:

Allereerst is er vraag naar heldere uitleg over wat e-facturatie met Peppol praktisch inhoudt. Geen technische details, maar praktische informatie: wat verandert er in het dagelijkse werk, wat zijn de stappen om te implementeren, en welke resultaten kunnen worden verwacht?

Een eenvoudig onboardingproces is essentieel. Organisaties willen niet verzanden in complexe implementatietrajecten, maar zoeken naar een gestroomlijnde aanpak om snel operationeel te zijn op het Peppol-netwerk.

Daarnaast is er behoefte aan inzicht in hoe het Peppol-netwerk integreert met bestaande ERP- en boekhoudsystemen. Organisaties willen weten of hun huidige software compatibel is, welke aanpassingen nodig zijn, en hoe ze efficiënt kunnen werken met Peppol binnen hun bestaande IT-landschap.

De meerwaarde van statusupdates en transparantie

Een thema dat veel bijval kreeg tijdens het open gesprek was de behoefte aan terugkoppeling in het facturatieproces. “Is mijn factuur ontvangen en in behandeling?” is een vraag die veel verzenders bezighoudt. Zonder bevestiging blijft er onzekerheid, wat kan leiden tot dubbele verzendingen of onnodige opvolging.

Statusterugkoppeling verhoogt niet alleen het vertrouwen in het systeem, maar verbetert ook de efficiëntie. Wanneer verzenders direct weten dat hun factuur is ontvangen en in behandeling is genomen, kunnen zij hun eigen administratieve processen beter inrichten en is er minder behoefte aan het nabellen of emailen om de status van facturen te controleren.

De Peppol-standaard biedt al mogelijkheden voor statusterugkoppeling, en verschillende serviceproviders hebben oplossingen ontwikkeld om hierin te voorzien. Toch werd tijdens het congres duidelijk dat er nog wensen zijn voor verdere verbetering en standaardisatie van deze functionaliteit, zodat alle deelnemers in het netwerk hier optimaal van kunnen profiteren.

Inzicht en samenwerking als sleutel tot adoptie

Het open gesprek op het Factuurcongres liet zien dat kennisdeling essentieel is voor verdere adoptie van Peppol. Door praktijkvoorbeelden te delen, rollen uit te leggen en naar zorgen te luisteren, ontstaat een duidelijker beeld van wat Peppol kan betekenen. Organisaties hoeven geen techneuten te zijn om de voordelen van Peppol te benutten — maar ze moeten wél weten waar ze kunnen beginnen.

De gesignaleerde behoeften aan duidelijke informatie, eenvoudige onboarding en betere statusterugkoppeling bieden concrete aanknopingspunten voor serviceproviders en de Peppolautoriteit om de dienstverlening verder te verbeteren. Door samen te werken aan deze uitdagingen kan de adoptie van Peppol worden versneld, wat uiteindelijk leidt tot efficiëntere processen en kostenbesparingen voor alle betrokken partijen.

Meer weten over hoe jouw organisatie kan starten met Peppol? Bezoek Peppol.nu en ontdek praktische informatie, tools en serviceproviders die je verder helpen.

De toekomst van e-factureren en e-procurement: inzichten van het 4CEE Future Finance event

Tijdens het recente 4CEE Future Finance event in Hotel Papendal stond de toekomst van financiële processen centraal. Een van de meest bezochte break-out sessies was “Hoe ziet e-factureren en e-procurement eruit in de toekomst?”, gepresenteerd door Justin de Jager (Solventis | Peppol.nu) en Jaap Jan Nienhuis (Traderinterop | 4CEE).

In dit artikel delen we de belangrijkste inzichten uit deze sessie over de komende revolutie in digitale facturatie en het groeiende belang van Peppol.

De huidige stand van zaken: silo’s doorbreken

Zoals de sprekers benadrukten, is elk bedrijf onderdeel van een keten waarin gegevensuitwisseling met klanten en leveranciers essentieel is. Toch verloopt deze uitwisseling vaak nog handmatig en foutgevoelig.

De oorzaak? Bedrijven hebben veel geïnvesteerd in het optimaliseren, digitaliseren en automatiseren van hun eigen processen. Ook op het gebied van purchase-to-pay processen zie je dat ERP-pakketten – waarin bedrijven hun orders, facturen en andere handelsdocumenten verwerken – veelal als geïsoleerde silo’s opereren. “Het delen van data uit ERP-pakketten kan wel, maar dan vaak op de technische voorwaarden van de organisatie met de minste afhankelijkheid bij een deal.

“Het delen van data vanuit ERP-pakketten, waarbij beide zakenpartners profijt ervaren staat nog in de kinderschoenen. Toch vinden daar grote veranderingen plaats: realtime data delen tussen ERP-software komt steeds vaker voor. E-factureren is daarvan de eerste verschijningsvorm. Maar dit is nog maar het begin.”

Peppol: van individuele platforms naar open ecosysteem

Een belangrijk thema tijdens de sessie was de evolutie van e-facturatie. In het verleden had elke grote inkoper zijn eigen platform, wat betekende dat leveranciers zich telkens opnieuw moesten aanpassen aan verschillende systemen. Dit verhoogde de kosten en complexiteit aanzienlijk. Jaap Jan legt uit hoe Peppol deze situatie fundamenteel verandert. “Peppol is een open netwerk dat bedrijven en overheden in staat stelt om elektronische facturen en andere zakelijke documenten veilig en gestandaardiseerd uit te wisselen. Het functioneert als een betrouwbaar alternatief voor e-mail, maar dan specifiek voor facturen, inkooporders en andere ‘purchase-to-pay’ berichten.”

Europese wetgeving als katalysator

De deelnemers kregen inzicht in hoe Europese wetgeving de adoptie van e-facturatie versnelt. Sinds 18 april 2019 zijn overheidsorganisaties in Nederland wettelijk verplicht om e-facturen te kunnen ontvangen. Met de komst van de ‘VAT in the Digital Age’ (ViDA) wetgeving gaat dit nog een stap verder: bedrijven worden dan verplicht om btw-gerelateerde informatie bijna realtime te rapporteren bij grensoverschrijdende handel.

Dit betekent dat ook bedrijven die niet met overheden werken moeten overstappen op e-facturatie via netwerken zoals Peppol. Hoewel Nederland nog geen officiële verplichting heeft uitgesproken voor e-facturatie tussen bedrijven (B2B), lijkt dit volgens Justin de Jager slechts een kwestie van tijd.

Waarom nu al investeren in Peppol-integratie?

Beide sprekers benadrukten dat bedrijven er verstandig aan doen om nu al te investeren in Peppol-integraties, om verschillende redenen:

  • Efficiënter werken: directe communicatie tussen softwarepakketten vermindert handmatige invoer
  • Fouten verminderen: Gestandaardiseerde gegevensuitwisseling voorkomt interpretatieverschillen
  • Voldoen aan compliance-eisen: Voorbereid zijn op huidige en toekomstige wetgeving
  • Klaar zijn voor internationale transacties: Peppol werkt grensoverschrijdend

Peppol: meer dan alleen factureren

Een interessant inzicht uit de sessie was dat Peppol meer omvat dan alleen e-facturen. Het netwerk ondersteunt ook andere documenten zoals inkooporders, orderbevestigingen en verzendberichten.

De verwachting is dat het netwerk zich verder uitbreidt met nieuwe berichttypes, waardoor steeds meer bedrijfsprocessen gedigitaliseerd kunnen worden.

De toekomst: realtime data-uitwisseling

De sprekers schetsten een toekomstbeeld waarin realtime data-uitwisseling tussen bedrijven de norm wordt. E-facturatie is slechts de eerste stap in een bredere transformatie van hoe bedrijven communiceren en zakendoen. Door nu te investeren in de juiste technologie en processen, kunnen bedrijven voorop blijven lopen in deze ontwikkeling.

Anticiperen op verandering

Het was duidelijk uit de presentatie dat de tijd van vrijblijvend digitaliseren voorbij is. Met de ViDA-wetgeving in aantocht en het toenemende belang van realtime btw-rapportage, is nu het moment om te handelen.

Peppol biedt een robuuste en toekomstbestendige oplossing voor e-facturatie en gegevensuitwisseling.

4CEE Future Finance

De sessie “Hoe ziet e-factureren en e-procurement eruit in de toekomst?” was onderdeel van het bredere 4CEE Future Finance event, waar experts als Remy Gieling (AI keynote) en Robin van Galen (Sport keynote) inspirerende inzichten deelden over de toekomst van financiële processen.

Het evenement bood diverse breakout sessies over onderwerpen als AI & RPA, creditmanagement, en FP&A, naast volop netwerkmogelijkheden.

Wilt u meer weten over e-facturatie en Peppol?

Neem contact op, via info@solventis.nl, met onze experts om te bespreken hoe uw organisatie zich optimaal kan voorbereiden op de toekomst van e-factureren en e-procurement.

Dit artikel is gebaseerd op de breakout sessie “Hoe ziet e-factureren en e-procurement eruit in de toekomst?” tijdens het 4CEE Future Finance event op 9 april 2025 in Hotel Papendal, Arnhem.
[/av_textblock]

Rob Frederiks van uitvoeringsinstantie UWV is duidelijk: Peppol is het voorkeurskanaal en in aanbestedingen van UWV is e-factureren zelfs verplicht. “Met Peppol kunnen we het volledige order- en factuurproces zó stroomlijnen, dat het in één keer doorloopt. Je moet vooral bedenken waarom je Peppol níet zou gebruiken.”